recensie onweer jan wim buisman

Recensie: Onweer, Jan Wim Buisman

Het fascinerende van het boek Onweer is dat het natuurlijk gaat om het indrukwekkende weertype waarin je liever niet in verzeild wil raken als je in een weiland staat, of op een zandplaat in de Oosterschelde. Maar het gaat om meer dan dat. Het wil een kleine ‘cultuurgeschiedenis’ zijn. En wel in de achttiende en negentiende eeuw. Toen onze voorvaderen hun religieuze pré-occupaties voorzichtig van zich begonnen af te schudden. En daarmee gaat dit boek plots ook over de verhouding religie en wetenschap.

Want laten we wel zijn: onweer, dat was de straffende hand van God. Zo dacht men lange tijd over het gedonder en gebliksem. Spreekt de Bijbel er niet van: de God der ere dondert. Oftewel: hoort een diepgelovige een klap donder, dan hoort hij de stem van God. Jazeker, ik schrijf bewust in de tegenwoordige tijd. In de zeventiende eeuw was het natuurlijk allemaal nog een tandje strakker, maar ook nu nog vind je onder de gelovigen mensen die met ontzag zwijgen of stoppen met eten als het begint te onweren. Want dan val je immers God in de rede? In de voorbije eeuwen bezigden de predikheren vooral waarschuwende taal over onweer. Wie getroffen werd door onweer, moest wel een zondaar zijn. Onweer betekende ook dat mensen in zichzelf keerden, op zoek naar zonden en andere misdrijven in Gods ogen. Het leidde tot een heuse onweerstheologie die zelfs tot een van de fundamenten van de christelijke leer werd beschouwd. Maar wat mij betreft behoort die onweerstheologie lekker tot het verleden, want het zorgde alleen maar voor angstige gevoelens.

Maar goed. Toen ging ene Benjamin Franklin aan de slag, en die vond de bliksemafleider uit. Dat was natuurlijk een klap in het gezicht van menig gelovige. Want dat zou slechts leiden tot menselijke overmoed. Wie is de mens dat hij het spreken van God zou durven te temmen? De bliksemafleider als duivels apparaat. Een bliksemafleider op het dak was ‘pure blasfemie’. Toch veroverde de bliksemafleider in de loop van de decennia menig dak, zelfs de daken van kerken en kloosters. Want de Verlichting zette door en de milde orthodoxie ging al snel om. ‘God heeft ons een hulpmiddel gegeven om de bliksem te kanaliseren, wie zijn wij om Zijn geschenk te weigeren?’ Ik vind vooral het hoofdstuk over de relatie tussen onweer en religie heel interessant. Hier gaat het immers om de verhouding tussen religie en wetenschap en dat vind ik een boeiend discussie die nog altijd heel actueel is. Denk alleen al aan de discussies over schepping versus evolutie, om maar niet te spreken over de discussie over LHTB-ers. In de kern discussies over de verhouding religie versus wetenschap.

Vanuit cultuurhistorisch perspectief valt er natuurlijk nog veel meer te zeggen over onweer. Over de relatie tussen onweer en erotiek bijvoorbeeld. Jazeker, die is er! En dat onweer een metafoor is of was voor oorlog, geweld en twist.

Deze kleine cultuurgeschiedenis over onweer belicht een interessant tijdvak. De Verlichting zette door, sommigen accepteerden de nieuwe inzichten meteen, anderen schoorvoetend en weer anderen lijken zich er nog altijd tegen te verzetten (hoewel elke Hollander van de inzichten van de Verlichting profiteert, hoe orthodox je ook bent). Nu ik dit schrijf bedenk ik me dat het toch wel een mooie aanduiding is in het licht van onweer: de Verlichting. Kijk eens naar de bliksem, dat intense en flitsende licht.

Voor wie is Onweer geschreven? Voor iedereen die is geïnteresseerd in geschiedenis, cultuur en het weer. In een ietwat plechtstatige taal beschrijft Jan Wim Buisman de kijk op onweer in de jaren 1752 tot 1830. Oude teksten worden aangehaald, soms een gedicht. Hij is grondig te werk gegaan, dat merk je op elke bladzijde. De hoofdstukken worden verfraaid door talloze kunstwerken en portretten. En dat houdt het boek nog een beetje luchtig ook. Mooi gebonden vormgegeven bovendien. En nooit meer bang zijn voor onweer. Hoewel…

Onweer / Jan Wim Buisman / Uitgeverij Van Tilt / hardcover