Recensie: Nabije vogels, Frans van der Helm

Frans van der Helm is etholoog en doet dus onderzoek naar dierengedrag. Zijn boek Dieren met toekomstplannen over het denk- en voorstellingsvermogen van dieren werd genomineerd voor de Jan Wolkers Prijs. In zijn nieuwe boek Nabije vogels brengt hij het denk- en voorstellingsvermogen van vogels én mens samen in een verzameling boeiende korte verhalen. Ik heb genoten van de bijzondere observaties en de rake beschrijvingen van de vogels en hun gedrag.

Vogels leven hun eigen wereld. Ze trekken zich van nature weinig aan van het menselijke gewoel. Toen Londen in de Tweede Wereldoorlog zwaar werd gebombardeerd bleef een nachtegaal ‘gewoon’ doorzingen. Sterker nog: de nachtegaal ging zelfs harder zingen. Wat Frans van der Helm met dit voorbeeld wil zeggen? Dat vogels veerkracht hebben. Ze proberen zichzelf te beschermen. Alleen lukt dat niet altijd. En daarom dit boek. Om bekende en minder bekende vogels bekendheid te geven. En vooral: hun bijzondere gedrag.

Tijdens het lezen van Nabije vogels deed ik iets wat ik maar zelden doe: ik maakte met potlood aantekeningen in de kantlijn. En zo lees ik terug dat hier een heel goede vogelpsycholoog aan het woord is. Daar is elk verhaal het bewijs van, maar ik schreef dat expliciet bij de serie verhalen over de kauwen. Kauwen zijn altijd in bedrijf. Ze ruziën wat af met hun soortgenoten. En af en toe is er rust. Dan zitten de stelletjes keurig naast elkaar. Je ziet het voor je. En je ziet hoe ze met elkaar in de weer zijn. Hoe ze elkaar met hun felle kleine pupillen in het grijs aankijken. ‘Verliefde ogentaal. Of, voor wie het zakelijker wil hebben: hebberige.’

Een ander kauwenstel zich juist rustig naast elkaar. In alles stralen ze tevredenheid uit. ‘Daar zitten ze dan, ontspannen achter hun eigen zachte borstschildjes die voor de vleugels uitsteken. In alle vertrouwdheid.’

En dan is de vraag: ‘Wat is het meest gehechte, romantische stel?’

Van der Helm vindt helaas ook een dode kauw in de tuin. Het was de meest onhandige vogel van de kauwengroep die zijn tuin bezocht. Ze was vervuld met angst. Zelfs een klein insect boezemde haar angst in. Niet handig wanneer je een kauw bent. En daar lag ze nu, zonder een grammetje vet op het borstbeen. Ja, ze presteerde nog wel om wat eieren te leggen. Maar dat bespoedigde haar dood waarschijnlijk. ‘Afgepeigerd, door zichzelf en het ook nog eens eieren moeten leggen.’ Torste ze een genetisch foutje met zich mee? Of had ze een getroebleerde jeugd? Van der Helm concludeert terecht: voor vogels is er geen GGZ.

Ik sta nog even stil bij de kauwenverhalen. Want ook het verhaal over kauwencommunicatie doet er toe. Kauwen blijken een inlevend oog voor elkaar te hebben. Als het mannetje zich bij het vrouwtje voegt, dan laat hij van zich horen. Het vertrouwde ‘kah’ waar het vrouwtje hem aan herkent. Het is een roep waarmee hij haar lijkt te willen geruststellen. Een begroetend woord. Om haar niet te laten schrikken. ‘Er speelt zich wat af in de kauwenkop dat lijkt op inleving.’ En dat terwijl de kauwen als de ‘domme neefjes’ van de grotere kraaiachtigen worden beschouwd.

recensie nabije vogels frans van der helm

De ogen van Van der Helm zijn voortdurend gericht op de vogels, en regelmatig ook op hemzelf. Dan wel weer vanuit het perspectief van de vogel. Zoveel mogelijk. Zie de jonge boomkruiper die hem gezelschap komt houden. In een stil bos zag een jonge boomkruiper hem aan voor een boom. Ze landde op hem. Hij voelde zich heel dicht bij de natuur, ‘maar met vertrouwdheid had het niets te maken. Jouw persoon speelt geen rol, je bestaat in feite niet. Hooguit als obstakel. Een zwaar tegenvallende voedselbron of zitplaats. Jonge vogels zijn daar goed in, je reduceren.’ In hetzelfde verhaal landt er ook nog een jonge winterkoning op hem. Van der Helm voelt zich even een ‘knolbegonia. Een roerloos iemand die er niet toe doet voor het woelen der wereld. Maar mooi is het wel, erg mooi.’

Een mooi verhaal vond ik ook dat over de grauwe vliegenvanger die vijf jongen had groot gebracht. Ze vloog met vier jongen uit, maar een vijfde jong bleef achter in het nest. Vader en moeder bleven het voeren. Op de dag dat moeder met vier jongen honderden meters van het huis en dus van het vijfde jong verwijderd zijn, is Van der Helm bang dat de vijfde verlaten zal worden. Dat blijkt mee te vallen. ‘Niks uit het oog, uit het gehoor, en dus uit het grauwe hart. Geen kille evolutionaire ratio, waar onderzoekers vogels zo graag – en vaak – op betrappen. (…). Maar wel: een goed geheugen. Al haar jongen zitten erin.’ Dat vind ik nu mooie beschouwingen.

De grauwe vliegenvanger is ook nog een leermeester van de mens. De oudervogels van grauwe vliegenvangers dwingen hun jongen om hen achterna te vliegen. Dan pas worden de jongen gevoerd. En dus: ‘Studerende kinderen die in het weekend nog afhankelijk komen doen? Laat ze voor die zak chips achter u aanrennen, kijk hoe vaak ze de trap mee op- en afgaan. Het is een indicatie van oprechte nooddruft.’ Schitterend geformuleerd. Ik ben serieus van plan deze pedagogische tip thuis eens in de praktijk te gaan brengen.

Elk van de 67 verhalen bevat raken observaties. Over zilverplevieren die bij opkomend water hun soortgenoten verjagen van paaltjes in het water. Over boomklevers die moeten toezien hoe een grote bonte specht hun nest kraakt. Over de jonge zilvermeeuw die steeds meer afstand neemt tot de auteur naarmate hij meer bijgevoerd is. Over de buizerd die evenals een paard de meest optimale baan kan berekenen. Over de dwergooruil met zijn bijzondere geluid. Dat verhaal stemde me tot enige weemoed, want dat geluid hoorde ik voor het laatst in 2000 toen we op vakantie waren in Zuid-Frankrijk. Soms shockeert een verhaal: wanneer Van der Helm een ransuil op haar nest vindt, dood, want compleet doorzeefd met hagel. Maar er is hoop, gelukkig maar. De oehoe in het laatste verhaal was ten dode opgeschreven. Had hij het hok van een duivenmelker maar niet moeten binnendringen. In Zuid-Frankrijk is men zo gevoelig niet. De duivenmelker had zijn geweer al bijna gericht. Tot hij in de ogen van de oehoe keek. Hij ving het beest en liet hem tien kilometer verderop in de bergen weer vrij. Hoe lang het duurt voordat de oehoe weer bij het duivenhok is, weet alleen Van der Helm, en dat is maar goed ook.

In totaal 67 inlevende vogelverhalen die zich in 8 verschillende domeinen afspelen. Ik heb ze allemaal gelezen en heb zeer genoten van de trefzekere pen en de bijzondere vogelverhalen. De bekende illustrator Elwin van der Kolk verzorgde de illustraties.

Nabije vogels / Frans van der Helm / Uitgeverij Noordboek / als paperback

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!