Recensie: Minigids vlinders

Het is begin juni en het vlinderseizoen staat voor de deur. Natuurlijk, je hebt vlinders die al in het vroege voorjaar vliegen, maar de meer bijzondere soorten zie je in de periode juni tot en met augustus. Ik droom nog altijd van een gentiaanblauwtje of pimpernelblauwtje, en daarvoor breekt nu de tijd aan zo lees ik de gloednieuwe Minigids vlinders, een heel handige uitvouwkaart met informatie over 79 vlinders die je in Nederland en Vlaanderen kunt zien.

Een zware veldgids meesjouwen doe ik steeds minder. Dan is een lichtgewicht uitvouwkaart een stuk prettiger. Je steekt hem in je jaszak of rugzak en voelt hem nauwelijks zitten. Zeker voor vlinders vind ik dat wel zo makkelijk. Zie ik een soort die ik niet herken (meestal in het buitenland) dan probeer ik hem te filmen of te fotograferen. In het veld determineren vind ik namelijk zo eenvoudig nog niet (vanwege het drukke gefladder) en dan laat ik mijn veldgids gewoon thuis. Later kan ik met behulp van de beelden de naam er meestal wel bij vinden, al bladerend door de veldgidsen. Maar deze Minigids vlinders, die gaat wel degelijk mee! Zeker aangezien ik zeer verrast ben over het aantal vlinders dat vermeld wordt, én ook nog eens welke soorten er worden vermeld.

Want dat zijn heus niet de algemeen bekende dagvlinders als dagpauwoog, klein koolwitje en bont zandoogje. Nee, ik kom ook de veldparelmoervlinder tegen, en de braamparelmoervlinder, het bruin dikkopje, de grote vos en het veenhooibeestje. Plus nog wat van die lastig te herkennen soorten als het bretons spikkeldikkopje, de aarbeivlinder en het kaasjeskruiddikkopje. Ik kan niet anders zeggen dan dat je met de Minigids vlinders alle Nederlandse en Vlaamse soorten, inclusief de héél zeldzame, kunt herkennen. Elke vlinderliefhebber heeft er in de Lage Landen een heel compleet hulpmiddel aan. En zelfs ver buiten de landsgrenzen zul je er vast nog wat aan hebben. In delen van Duitsland en Noord-Frankrijk kom je niet zo heel veel extra soorten tegen…

Vrijwel alle soorten worden een aantal keer afgebeeld. De meeste twee keer, andere zelfs drie keer. Een paar soorten met één plaatje, bijvoorbeeld de iepenpage, maar die heeft dan wel zulke opvallende kenmerken, bij deze soort heb je aan één plaatje voldoende. Het zijn trouwens 78 dagvlinders en één nachtvlinder die je ook overdag ziet vliegen, namelijk de kolibrievlinder.

Op een minigids is het woekeren met de ruimte. Dat betekent dat de omschrijvingen summier zijn. Wetenschappelijke naam, grootte, vliegtijd, aantal generaties per jaar, waardplant en voorkomen worden puntsgewijs vermeld. Je gebruikt de Minigids vlinders dus vooral ‘op het zicht’.

Wat ik hierboven al aangaf: ik vind de Minigids vlinders een heel handig hulpmiddel voor elke vlinderliefhebber. Beginners en gevorderden zullen hier zeker plezier aan beleven. Voor beginners vanwege de toegankelijkheid en voor gevorderden vanwege het uitgebreide aantal soorten inclusief de zeer zeldzame. En voor iedereen vanwege het gebruiksgemak.

Laat het vlinderseizoen maar beginnen!

Minigids dagvlinders / KNNV Uitgevers / uitvouwbare kaart

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)