Recensie: Kerken van goud, dominees van hout, Rob Bijlsma

Natuurbescherming in Nederland? De bezem door die augiasstal!’ Rob Bijlsma, roofvogeldeskundige en auteur van boeken als Mijn roofvogels en de Handleiding Veldonderzoek Roofvogels, keert zich in zijn nieuwe boek Kerken van goud, dominees van hout tegen de wijze waarop natuurorganisaties in Nederland de natuur in ons land beheren. Hij onderbouwt zijn betoog met data, wetenschappelijke inzichten en eigen observaties en lardeert ze met de nodige spot waarbij hij ook zichzelf niet spaart.

Kerken van goud, dominees van hout is een boek dat hard nodig is. Helaas. Wie beleidsplannen en media van natuurorganisaties als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en zelfs Vogelbescherming Nederland leest (en Bijlsma heeft deze minutieus geanalyseerd), die komt tot de ontdekking dat niet de natuur centraal staat, maar de ideeën die de beheerder over de natuur heeft. De natuur moet voldoen aan de verwachtingen van de beheerder. En zo niet, dan helpt de beheerder de natuur wel een handje om aan die verwachtingen te voldoen. Niet zelden speelt nog een andere factor een belangrijke rol, namelijk het aantrekken van zoveel mogelijk bezoekers, lees: het genereren van zoveel mogelijk inkomsten. Het ergste dat een natuurgebied kan overkomen is om gepromoveerd te worden tot Nationaal Park. Dan gaan alle remmen los en wordt een natuurgebied in rap tempo omgevormd tot een belevingsgebied dat zoveel mogelijk geld in het laadje moet brengen. Ondertussen gaat er ontzettend veel natuur verloren en dat zonder overtuigende onderbouwing, ook zo’n grief van Bijlsma. Zelf hield (en houdt) hij gedurende tientallen jaren de data van talloze inventarisaties bij (tot aan de vluchtafstand van vogels aan toe). Maar bij een ingreep in een natuurgebied deinzen ecologen en beheerders er niet voor terug om op basis van kortlopende en onvolledige onderzoeken ingrijpende aanpassingen te doen. Dat moet wel fout gaan, en dat blijkt!

Neem het Drents Friese Wold. Sinds het moment dat dat gebied uitgeroepen werd tot Nationaal Park is er nooit zoveel gekapt, gezaagd en hersteld. Maar al dat bomenkappen ging ten koste van het aantal roofvogels in het gebied. En niet alleen daar. Bijlsma toont dat op overtuigende wijze aan. Cynisch merkt hij op dat waar jagers en roofvogelhaters in de loop der eeuwen niet in zijn geslaagd (de roofvogelpopulatie definitief uitroeien), daar zijn organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer veel effectiever. Gewoon de bomen kappen waarin soorten als wespendief en buizerd broeden. Simpel is dat. Dat op zichzelf is al ongelooflijk, maar dat deze organisaties zelfs in voorjaar en zomer doorgaan met kappen en vernietigen (tijdens het broedseizoen dus), dat is ongehoord en illegaal. Maar zo gek is dat niet. Deze organisaties kappen namelijk niet zelf, maar ze besteden dat uit aan bosaannemers. En wanneer de bosaannemer zijn kapinstallatie met twee man personeel een zomer lang niet kan inzetten, dan kost hem dat € 100.000. Broedende vogels of niet, er moet worden gekapt! Zie hier welk belang er wordt gediend: dat van het geld. De natuurorganisaties zijn geen natuurorganisaties meer, maar ondernemers, of zoals Bijlsma ze noemt: natuurboeren. Ik denk: natuurorganisaties zijn in de greep van het neoliberale denken, maar daarover straks meer.

recensie Kerken van goud dominees van hout rob bijlsma

De gebieden die Bijlsma beschrijft liggen allemaal in het noorden van het land. Ik kom er niet zo vaak. Maar ook in mijn eigen omgeving kunnen de natuurorganisaties er wat van. Neem de Zouweboezem, een befaamd moerasgebied bij Meerkerk. Daar werd deze winter (gelukkig wel in de winter), een bosje omgehakt waarin grauwe vliegenvanger en spotvogel broedden. De bomen moesten horizontaal teneinde een postzegeltje moerasland te creëren voor het porseleinhoen. Hier worden dus al keuzes gemaakt die nauwelijks te onderbouwen zijn. Waarom is dat gedroomde porseleinhoen (gedroomd, want: volstrekt onzeker of dat beestje er ooit zal neerstrijken) belangrijker dan grauwe vliegenvanger of spotvogel? Geen enkele beheerder die daar een goed antwoord op kan geven. En belangrijker nog: ook in de Zouweboezem moeten de roofvogels het ontgelden. Bomen worden gekapt om de kolonie zwarte sterns te beschermen tegen predatie. Ik heb er eigenlijk nooit goed over nagedacht, maar het lezen van Kerken van goud, dominees van hout maakte me ervan bewust. Roofvogelbestrijding is illegaal, want het zijn beschermde vogels. Datzelfde geldt voor de zwarte stern. Maar het kan toch nooit een oplossing zijn om beschermde soorten te bestrijden om een andere soort te beschermen? Komt bij dat de achteruitgang van soorten als de zwarte stern, maar voeg er ook gerust weidevogels als grutto, tureluur, watersnip en kievit bij, niet geweten kan worden aan de groei van de populatie roofvogels. Wie dat soort conclusies trekt, spant het paard achter de wagen, zo legt Bijlsma uit. Het zijn de ingrepen van ons mensen in het landschap die funest zijn voor weidevogels (en vele andere organismen die een ingewikkelde relatie met elkaar onderhouden, een relatie bovendien die wij nog altijd niet kunnen doorgronden).

Op dit punt bleef ik nog even nadenken. Als zelfs natuurorganisaties zich inspannen om het aantal predatoren (roofvogels en zoogdieren) te verminderen om ‘knuffelsoorten’ te beschermen, dan kan dat op den duur wel eens grote gevolgen hebben voor de natuurbescherming in ons land. Als zelfs Vogelbescherming Nederland in haar lijfblad Vogels een pleidooi voert om predatoren te bestrijden, wie houdt dan jagers en stropers met hun haast aangeboren haat tegen predatoren? Hoe zal Vogelbescherming Nederland de belangen van roofvogels kunnen behartigen op het moment dat een jagerscollectief zou voorstellen om de Jachtwet zodanig aan te passen dat roofvogels bejaagbaar worden? Voor de onderbouwing van zo’n herziening van de Jachtwet hoeven de jagers straks slechts op het beleid en naar de activiteiten van natuurorganisaties te wijzen.

Natuurbeschermers die het toelaten om roofvogels (op welke wijze dan ook) te bestrijden, hebben op den duur geen juridische poot om op te staan als natuurbestrijders zich tegen de roofvogels keren. Sterker nog: de beschermers leveren munitie aan voor de bestrijders, hoe tegenstrijdig! Waarbij Bijlsma er ook nog eens op wijst dat predatoren in ons land niet de oorzaak zijn van terugloop van populaties van bijvoorbeeld weidevogels en dat het einde zoek is als je dit pad opgaat. Want waar eindigt de bestrijding van de predatoren? Ik pas het maar toe op de Alblasserwaard waar ik woon. Wie besluit om het vuur te openen op de vos omdat dit zoogdier weidevogels verorbert, die kan niet voorbijgaan aan de predatie door buizerd, bruine kiekendief, boomvalk, slechtvalk, ooievaar, purperreiger, blauwe reiger, roerdomp, bunzing, bruine rat, virussen, bacteriën en zo nog een aantal organismen. Ik kwam ergens zelfs een foto tegen van een meerkoet die een grutto-kuiken opvrat. Waar begin je met bestrijden en waar eindig je? En dat terwijl bij iedereen en zeker bij natuurbeschermers duidelijk zou moeten zijn dat niet de predatoren maar ons mensen dé oorzaak zijn van achteruitgang van onze weidevogels. Het wanbeheer in de polder helpt de biodiversiteit om zeep. Daar zouden de inspanningen van de beschermers zich dan ook op moeten richten.

Ik geef toe: ik ben in deze tegenstrijdig. De grauwe gans bedreigt met zijn geknabbel aan riet de kolonie purperreigers bij Kinderdijk. Ik heb met de bestrijding van de grauwe gans niet heel veel moeite. Dat is niet heel consequent van mezelf, geef ik toe. In wezen is dit probleem echter ook door ons mensen gecreëerd. De grauwe gans heeft het prima naar zijn zin in de turboweidelanden waardoor de populatie enorm toeneemt en overmatig veel riet weg graast in kwetsbaar moerasland.

Maar het is van groot belang dat natuurorganisaties zich bezinnen op hun kerntaken. Anders worden ze vroeg of laat helemaal weggevaagd. Denk aan de klucht met de Formule 1 in Zandvoort. Op social media las ik de nodige commentaren van Formule 1-liefhebbers die wezen op het uitgebreide net aan wandel- en fietspaden in de duinen en het feit dat de natuurbeheerder van diezelfde duinen duizenden mensen stimuleert om de duinen te ontdekken. Alsof dat niet ten koste gaat van rugstreeppad en zandhagedis. Het kan nooit lang duren of natuurbeschermers zullen in soortgelijke kwesties bij de rechter het deksel op de neus krijgen vanwege de vernietiging die natuurbeheerders willens en wetens hebben aangericht. Dit zijn overigens zo mijn eigen gedachten bij het lezen van Kerken van goud, dominees van hout.

Een miljoenen verslindend project als dat van het korhoen, een klucht van haast nationale proporties, krijgt veel aandacht van Bijlsma. De kansloze pogingen om het korhoen op de Sallandse Heuvelrug te behouden, leidt zelfs tot bestrijding van de havik (weer de roofvogels bestrijden). En dat terwijl ervaringen uit het verleden én wetenschappelijke literatuur aantonen dat herintroductie van het korhoen tot mislukken gedoemd is. Maar ja, de natuurbeschermer die budget wil verwerven, moet projecten ontwikkelen. En één van die projecten is de terug van het korhoen. Zie hier weer de invloed van ‘het geld’. En zo draait de wereld van de natuurboeren door, al dan niet ondersteund door rapportjes van ecologische adviesbureaus van weifelachtig allooi.

Is het allemaal niet wat overdreven, vraag je jezelf misschien af? Dat denk ik niet. Bijlsma levert een hoeveelheid data aan waar je niet omheen kan. De literatuurlijst is indrukwekkend. Beweringen worden met talloze voetnoten onderbouwd. Eén concreet voorbeeld als sprekend dieptepunt. Er moest een wandeltocht door natuurgebied Berkenheuvel in Drenthe worden georganiseerd, compleet met horeca en generator midden in het gebied, uitgerekend op de dag dat de eieren van een fluiter zouden uitkomen op exact die plaats. Je snapt, het nest van deze kwetsbare zangvogel ging verloren. Recreatie ten faveure van de natuur en Natuurmonumenten die dit faciliteert. Een klein voorbeeld van hoe het niet zou moeten, maar hoe veelzeggend. En er zijn veel schokkender voorbeelden, want de enorme aantallen mountainbikers, e-bikers en hondenuitlaters trekken zo ook hun verwoestende sporen in de Nederlandse natuur.

Het moet gezegd worden: Bijlsma keert zich ook tegen natuurliefhebbers die met fotocamera’s en ander instrumentarium de natuurgebieden betreden. Lees het bijna hilarische verhaal over de broedende draaihals waarbij Bijlsma er zelfs in slaagt de gemiddelde BMI van de natuurfotografen vast te stellen. Dit stelt vragen aan mijn eigen activiteiten, want ook ik loop sinds jaar en dag met een camera te zeulen. Zo zie je maar weer, niemand wordt gespaard in Kerken van goud, dominees van hout.

Moet de Nederlandse natuur gesubsidieerd worden om haar in stand te houden? Of is de natuur, die een prestatie van God was, verandert in een prestatie van subsidie-ontvangende organisaties die hun gebieden beheren met het oog op productiecijfers… Een ietwat aangepast citaat van Koos van Zomeren dat Bijlsma gebruikt boven het laatste hoofdstuk met daarin een Voorstel tot verandering dat weinig kans maakt, schat ik in.

Feitelijk ageert Bijlsma tegen het neoliberale denken dat ook de natuurorganisaties in ons land in haar greep heeft. Het neoliberalisme dat zijn uitgangspunt neemt in productiecijfers, concrete doelstellingen en toegevoegde waarde uitgedrukt in euro’s. In de neoliberale wereld is geen plaats voor verwondering, geen aandacht voor organismen die geen waarde toevoegen aan het menselijk bestaan en al helemaal niet voor organismen waarvan het bestaan onbekend is. Het is een wereld die uitgaat van instant-oplossingen. Een denken dat evenals het marxisme uitgaat van maakbaarheid. Alles en dus ook de natuur, moet voldoen aan eisen die wij mensen eraan stellen. En als de natuur niet voldoet aan onze eisen, dan zullen wij mensen haar wel helpen met voldoen. Ook al gaat dat gepaard met vernietiging en verstoring.

Geen vernieling, maar verwondering. Zo luidt één van de slotzinnen van Kerken van goud, dominees van hout. Ik sluit me bij deze conclusie helemaal aan.

Kerken van goud, dominees van hout / Rob Bijlsma / Atlas-Contact / als paperback

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf en dus veilig!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)