Recensie: In een groen knollenland, Bibi Dumon Tak

Een spannende recensie dit keer. Want voor me ligt een schotschrift tegen de jacht: In een groen knollenland. Neem het schot in schotschrift vooral letterlijk. Elk woord is als een korrel hagel in het weke vlees van de laffe jagers. De titel had wat mij betreft ook anders kunnen zijn geweest: in een groen knallenland. Er wordt wat afgeknald in ons land en daar is de auteur het bepaald niet mee eens.

En ik geef ze daarin groot gelijk. Het empathisch vermogen van een jager moet welhaast nul zijn. Wie pompt er anders ganzen, hazen, konijnen, eenden en zwanen vol hagel of beschiet het wild met kogels alsof het een computerspelletje is? Laat ik er maar helder over zijn: dieren die op de Rode Lijst staan zouden zeker niet bejaagd mogen worden, maar de jagerslobby is zo sterk en zo vergroeid met het openbaar bestuur, dat hazen en konijnen, beide op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten geplaatst, nog vrolijk mogen worden bejaagd. Pas reed ik door een Zeeuwse polder en zag ik een groep dappere jagers die met zijn tientallen de akkers hadden schoongeveegd. Hazen en fazanten hadden ze aan een rekje gehangen, de stoere mannen. Ik kan er niet anders dan met een hartgrondige afkeer naar kijken. Wissel je spuit in voor een telescoop en geniet van de levendige hazen, is mijn advies. Maar stop de jacht op de haas. De provincie Zeeland echter gaf op raadselachtige gronden de jagers ontheffing om op de/het haas te schieten, zo lees ik in de Nagekomen berichten. Het is werkelijk een schande.

Nu begint daar meteen het spot en venijn van de auteur. Want jagers spreken helemaal niet van de haas en het konijn. Nee, die hanteren een heel eigen jargon. Het is volgens de jagers het haas en de konijn. Stelletje analfabeten, die jagers, zo spot Dumon Tak. Ook eenden, wilde eenden, bejagen is van den zotte. De schade die deze dieren aanbrengen, is luttel. Maar ja, dat begrijpen wij gewone burgers allemaal niet, zo reageren de jagers. Want: ‘Jagen is meer dan alleen dat schot. Het is alles bij elkaar. Het inventariseren van de populatie, de natuur in, je jachtveld goed kennen.’ Deze reactie blijkt een standaardfrase te zijn die alle jagers-in-spe tijdens hun jachtcursus in hun hoofd prenten als mantra in geval zij kritische vragen moeten pareren. ‘Jagen is meer dan alleen dat schot. Het is alles bij elkaar. Het inventariseren van de populatie, de natuur in, je jachtveld goed kennen.’ Ja ja, jagen is inderdaad veel meer dan het schot. Het is dieren doden, die paar hazen op een akker met tientallen mensen opjagen en beschieten, ganzen volpompen met hagel. Alsof dat een eerlijke en weidelijke jacht is, zoals jagers dat noemen. Het is laf, het is laag, het is barbaars en minderwaardig.

recensie in een groen knollenland bibi dumon tak

Bibi Bumon Tak ken ik als de taalvirtuoos die boeken schreef als Laat een boodschap achter in het zand of Zomaar een dag, bij zomaar een vijver. Ze schreef nog een veel groter oeuvre bij elkaar. En voor al haar boeken geldt: de taal danst voor je ogen. En haar schotschrift tegen de jacht vormt daarop geen uitzondering. Zelden een satirischer boek gelezen als In een groen knollenland. Zelden zulke inventieve taal gelezen. Ze gaat in gesprek met jagers en legt de hilarische en volstrekt tegenstrijdige en inhoudsloze gesprekken vast. Ze belt met de omgevingsdienst en ontdekt iets dat iedereen met een enigszins ontwikkelde prefontale hersenkwab niet kan geloven: dat je onder mistige omstandigheden gewoon mag jagen. Ze wordt razend bij de aanblik van jagers die dieren opjagen in bos of wei om ze vervolgens af te knallen. Ze ontwikkelt zowaar een greintje medelijden met de jager die bekent dat hij € 650 boete moet betalen als hij zijn jagersquotum niet haalt (lees: als hij zijn hertenquotum niet haalt). Ze gaat na wat de koning in zijn bos uitspookt en onthult hoe Minister Carola Schouten de rode loper uitrolt voor de Jägermeister Willems en zijn collega’s die de koning bijstaan in het botvieren van zijn lethale lusten.

Eén van de meest cynische verhalen betreft de acht wilde zwijnen die op het punt stonden om te verdrinken toen ze een rivier overstaken. De brandweer redde het groepje dieren, maar ze brachten de zwijnen precies aan de verkeerde kant van de rivier aan wal. De dieren stonden nog uit te hijgen op de kant toen de jachtopziener kwam en ze zonder blikken of blozen standrechtelijk afschoot. Je snapt de consternatie die ontstond onder de brandweerlieden, maar jagers zullen je verwijten dat je er juist helemaal niets van snapt.

Walgelijk is het verhaal over een Nederlandse topindustrieel die in het boek Roodwild op de korrel beschrijft hoe hij de geslachtsorganen van een in de bronsttijd geschoten edelhert verwijdert met nieuwe varkensleren handschoenen. Die handschoenen krijgen een bijzondere functie: als de topindustrieel een moeilijk moment heeft, trekt hij de lade van zijn bureau open om de geur van de geslachtsorganen van het hert op te snuiven en daar nieuwe energie van te krijgen. Lekker fris, denk ik dan, en ik walg ervan. Wie op Google zoekt naar dit boek ontdekt trouwens dat de schrijver van het boek P. Fentener van Vlissingen is.

Terug naar Minister Carola Schouten. Drijfjacht is sinds 2001 verboden. Maar de minister geeft de eigenaar van Het Kroondomein (een zeker iemand van koninklijke bloede) toch omstandig en met een troebel geschrift toestemming om drijfjachten te organiseren die geen drijfjachten genoemd mogen worden. Of Carola vooraf overleg gehad gehad met de heilige Sint-Franciscus, vraag Dumon Tak zich af. Ontboezeming: het natuuronvriendelijke beleid van deze minister was voor mij reden om me voor het eerst in mijn leven af te wenden van de CU en om op een groenere partij te stemmen. Voorlopig ben ik nog niet terug bij de partij die zich in naam groen noemt en begaan zou zijn met de schepping, maar in de praktijk zijn oren laat hangen naar boeren, jagers en andere natuurvernielers.

Jagers willen doden en ter verdediging daarvan bedenken ze de meest onwaarachtige excuses. Dat is wat blijft hangen na het lezen van de schotschrift dat druipt van het jagersbloed. Elk woord dringt diep door in het weke vlees van het o zo laffe jagersgilde.

Ik ben geneigd met het cynische van de auteur mee te gaan. Toch dwingt dit boek ook mij om na te denken over mijn houding ten opzichte van de jacht. Want het is niet in alle gevallen zwart-wit. Neem de situatie bij ons in Kinderdijk waar de alsmaar uitdijende populatie grauwe ganzen de kolonie purperreigers in ernstige mate bedreigt. De ganzen eten het riet weg waarin de purperreigers nestelen. Waar het riet is weggegeten ontstaan waterplassen, maar op water kunnen reigers niet nestelen. Dat de grauwe ganzen worden bestreden, lees: bejaagd, daar heb ik op zichzelf niet zoveel bezwaren tegen. Liever zie ik de zeldzame purperreigers niet verdwijnen.

Bibi Dumon Tak werpt terecht tegen: maar die grauwe ganzenpopulatie dijt zo uit vanwege de inrichting van ons landschap. De Alblasserwaard staat vol met turbogras en daar komen de grauwe ganzen op af als vliegen op stroop. Een de rijk gevulde dis belet de grauwe ganzen om naar het noorden te vliegen om te broeden. Ze zijn hier tegenwoordig het hele jaar rond! De jacht is dweilen met de kraan open en je pleziert er alleen de jagers mee. Bovendien, en daar schrok ik wel van: heel veel ganzen schijnen wel geraakt te worden door hagel, maar niet dodelijk. Vogelliefhebbers die met een metaaldetector langs ganzenlijven gingen, ontdekten dat die ganzen vol met hagel zitten. Je kunt wel concluderen: ganzenjagers zijn dierenmishandelaars want het kan niet anders of de hagelkorrels veroorzaken afschuwelijke pijnen. Hoezo een weidelijke en eerlijke jacht?

En eerlijk is eerlijk, toch nog een reden voor zelfreflectie: ik ben opgegroeid langs de zeedijk en heb jarenlang in Oosterschelde en Noordzee gevist. Een maatse zeebaars ging mee naar huis voor in de pan en dus zeker niet levend. Is vissen dan iets anders dan jagen? Nee, dat is het niet. Een artikel over de verwoestende werking van het gebruik van lood, vislijn en haken in het milieu overtuigde me: stoppen met die hobby. En zo geschiedde. Maar nog niet helemaal. Twee hengels heb ik nog, met twee vismolens. Voor het geval dat zoonlief nog eens een keer langs de dijk wil gaan staan…

Uitgangspunt in een geciviliseerde samenleving moet zijn: geen jacht. En dan een komma, tenzij het evident is dat een dier echt een plaag vormt. Maar laat het trekken van die conclusie maar liever over aan natuurbeschermers die de jacht als allerlaatste optie zien. Mensen die liever een waterspuit hanteren dan een hagelspuit en met tegenzin aan bestrijding doen. En niet door het jagersgilde met zijn o zo onwaarachtige argumenten, gedraai en gehuichel dat niets anders is dan een dodelijke verwoesting.

In een groen knollenland / Bibi Dumon Tak / De Geus / als paperback