Recensie: Langs de IJssel, Kester Freriks

De IJssel, de enige van de grote rivieren die in zijn geheel door Nederland stroomt. Sedert duizend jaar een aftakking van de Nederrijn. Voor velen de mooiste rivier van het land. In de zomer van 2017 werd de eerste IJsselbiënale georganiseerd, een internationaal kunstevenement met de IJssel als verbindende factor. Kester Frerik, bekend van zijn boek Het nieuwe vogels kijken, werd verzocht een lofzang op de rivier te schrijven. Met de afspraak dat hij een wandeling zou maken, van begin tot eind van het stroomgebied. Het leverde prachtige verhalen op over de landschappen, de natuur, de cultuur en de mensen die hij ontmoette op zijn tocht. Langs de IJssel, een aanwinst voor iedereen die iets met de IJssel heeft.

 

 

 

 

Toen de Rijn nog rechtdoor stroomde, bestond er nog geen langs de IJssel. Pas toen een jonge rivier zich afsplitste kon het: een wandeling maken langs de IJssel. Niet van oost naar west stroomde hij, maar van zuid naar noord. Het begin van de IJssel, bij Westervoort, heeft volgens Kester Freriks iets magisch. De IJssel werd in de middeleeuwen een belangrijke scheepvaartroute. Steden langs de rivier ontwikkelden zich tot economische bolwerken. Kampen, Deventer, Zutphen en Zwolle werden lid van het Duitse Hanzeverbond. De voorspoed was groot en Kester Freriks verhaalt er prachtig over in zijn boek Langs de IJssel.




Van Westervoort naar de Achterhoek. ‘Het is een kunst de IJssel niet als gefragmentariseerd te beschouwen, maar als een geheel,’ schrijft Kester Freriks op een dag. Deze wandeldag begint vroeg, bij de veerpont van Dieren naar Olburgen. En elke keer verwacht hij de kerktoren van Bronkhorst, de kleinste stad van Nederland. Een bezoekje waard, weet ik uit ervaring. In de uiterwaarden bij Bronkhorst zag ik ooit mijn eerste steenuil en het bleef vele jaren nadien ook mijn enige waarneming van deze kleinste onder de uilen. Ze leven daar nog, in het rivierenlandschap, die uilen ter grootte van een merel. Zie Kasteel Bronkhorst op een tekening van Abraham de Haen in 1730-1731. Een machtig burcht, een zogenaamd mottekasteel, meestal opgetrokken uit hout.

Verderop, bij Zutphen, nog een burcht, een fort: Fort de Pol. Genoemd naar de Polbeek die er uitmondt in de IJssel. Freriks wandelt verder, Langs de IJssel, en bereikt dijkpaaltje 264 waar hij zicht heeft op de dertiende-eeuwse donjon of verdedigingsburcht. Een mooie historische sensatie, zo schrijft hij. Ik geniet van de dromerige tekening van Constantijn Huygens uit 1672 genaamd Oude Poll bij Wilp aan de IJssel. Het kunstwerk hangt tegenwoordig in het Rijksmuseum Amsterdam. En tja, wat komt er na Zutphen? Jazeker: Deventer! Kester Freriks neemt de veerboot en ontmoet aan gene zijde een dichteres aan de stadszijde van Deventer. Ze vertelt hem over haar ervaringen met de IJssel: ‘Ik zie soms de Himalaya in haar golven, berglandschappen of een marmeren vloer, dan weer het patroon van een luipaard, afhankelijk van de wind.’

Kester Freriks wandelt in Langs de IJssel verder. Van Deventer naar Wijhe en van Wijhe naar Zwolle om in de IJsseldelta afscheid te nemen van de IJssel. In de oudste polder van Nederland, de Mastenbroek, al in de middeleeuwen aangelegd in een voormalig moeras.

Langs de IJssel is een ode aan de rivier de IJssel, de meest Nederlandse van de grote rivieren. Ook een ode aan de talloze kunstwerken die voor kortere of langere tijd langs de oever van de IJssel zijn geplaatst. Langs de IJssel is geen wandelgids in de klassieke zin van het woord. Je treft er geen wandelroutes in aan. Maar wie een beetje handig is, kan zijn routes zelf uitstippelen en wandelt met Langs de IJssel onder de armen van Westervoort naar polder Mastenbroek. En al lezend geniet je van de historische kunstwerken die je her en der in dit boek aantreft, van de natuur, de mensen, van de wind, de Hollandse wolken en bovenal: van de IJssel.

Langs de IJssel / Kester Freriks / WalburgPers / paperback

 

 

De mooiste reisgidsen voor vogelaars: