Recensie: De huismus, Kees Heij en Jacques Vos

de-huismusDe huismus, wie kent hem niet? Helaas kennen veel mensen hem van vroeger. De tijd dat de tafelkleden nog buiten werden uitgeklopt. De tijd ook dat er in vrijwel elk dak wel een gat te vinden was om in te nestelen. Nieuwe tijden, nieuwe mores. Tafelkleden worden niet veel meer uitgeschud en ons technisch kunnen is zover gevorderd dat onze bouwsels geen gaten meer vertonen. Toch een ode aan de huismus, want wie wil deze gezellige vogel nu missen? Kees Heij en Jacques Vos, beide enthousiast vogels kijkers, gaan in hun boek De huismus in op tal van aspecten uit het leven van de huismus.

button (1)

 

 

 

 

Het boek De huismus is geschreven door twee gepassioneerde mussenliefhebbers. De auteurs zijn sinds hun jeugd bevriend. Samen trokken ze eropuit om vogels te kijken. Ze werden lid van een natuurorganisatie en zo ging het verder. Terwijl Kees Heij biologie ging studeren en zelfs promoveerde op de huismus, stortte Jacques Vos zich op een studie letteren. Kijk, dan vul je elkaar tenminste aan bij het schrijven van een boek. De een weet alles van de huismus, de ander weet alles van taal en is ondertussen ook niet onwetend over vogels. Het aardige is dat je van een wetenschappelijke bril in dit boek helemaal niets merkt. Het leest vlot weg en heeft van tijd tot tijd zelfs iets anekdotisch. Persoonlijke verhalen worden verteld, altijd in relatie tot de huismus.




Een van de leukste verhaaltjes in De huismus is het verhaal van een huismus die een nest bouwde met sigarettenpeuken. Dat roken niet best is voor je gezondheid, dat weten we allemaal. En wanneer je je brandende peuken laat rondslingeren in huis, dan weet je dat er serieus brandgevaar dreigt. Maar wist je dat brandende peuken die achteloos op straat worden geworpen ook gevaarlijk kunnen zijn? In elk geval wanneer een huismus er een nest mee wil bouwen. In Engeland brandde op een kwade dag een winkel tot de grond toe af. Lange tijd bleef de oorzaak onbekend. Tot het moment dat medewerkers van de verzekering onder het dak vijfendertig peuken vonden. Zij vermoedden dat een mus een nog brandende peuk mee naar het nest onder de pannen had gebracht… Moraal van het verhaal: stopt met roken.

Het tafelkleed waarvan ik repte in de inleiding schiet ernstig tekort als je huismussen in je tuin wilt lokken. Daarvan overtuigden de auteurs me wel in hun boek. Huismussen schijnen aardig wat noten op hun zang te gaan als het gaat om de keuze van hun biotoop. Namelijk: er moet voldoende nestgelegenheid zijn, er is altijd voedsel beschikbaar in de directe omgeving, er is voldoende groen waarin ze insecten kunnen vangen voor hun jongen, fijn zand voor een zandbad en natuurlijk water. En dit alles het liefst zo dicht mogelijk bij elkaar. Zie hier de oorzaak waarom het aantal huismussen zo hard achteruit is gegaan de laatste jaren. Onze steden en dorpen zijn allemaal zo netjes geworden, veel té netjes. Sommige tuinen zijn volledig betegeld en planten vind je er niet. Daarmee maak je je tuin bepaald niet aantrekkelijk voor de huismus.

Een leuk persoonlijk verhaal dist Jacques Vos op in het hoofdstuk over mussen voeren. ‘Waar gevoerd wordt, zijn mussen,’ luidde een uitspraak in zijn omgeving. Zoals hierboven al bleek, is dat niet het hele verhaal. De tuin moet ook een beetje vogelvriendelijk zijn. En dat blijkt wel uit het verhaal van Jacques. Hij krijgt niet alleen mussen over de vloer. Hij ziet ook ringmussen, vinken, groenlingen, kepen, goudvinken, appelvinken, merels, kramsvogels en tal van andere vogels voorbij komen in zijn tuin. Voer de mussen, en je krijgt er veel andere soorten bij. Wie wil dat niet? Er was alleen één ernstig helaas. Een andere uitspraak is namelijk ook waar: ‘Waar mussen zijn, zijn ook katten.’ En aan katten is in dit land bepaald geen gebrek. Er leven naar schatting in ons land meer dan drie miljoen katten. Zie daar als mus maar eens tussen te overleven. Nadat de kat van de buren de tuin van Jacques Vos terroriseerde was het gedaan met de kikkers, spitsmuizen en padden in de tuin.

‘Ik zal nooit de dag vergeten dat de ‘baas’ van de tuin met een kikker half uit zijn bek al kokhalzend de tuin verliet. Op een andere dag kwam hij met een goudvis (uit de vijver van mijn buurman) in zijn bek onder de schutting door gekropen.’

Grappig is vervolgens het verhaal dat hij vertelt over zijn pogingen om katten te beletten bij etende huismussen te komen. De tuintafel bleek geen goed idee. De kat van de buren kwam elke dag om van de tafel te eten. Hoge voedertafels bleken ook niet de oplossing, want de kat bleek vervaarlijk hoog te kunnen springen. Dan maar de boom in, maar die waaide op een zekere dag om. Dé oplossing bleek een silopaal te zijn. Nu ja, misschien ga ik dat ook maar eens overwegen.

Natuurlijk staan de auteurs in De huismus ook uitgebreid stil bij de achteruitgang van de huismus. Hier komt de kennis van bioloog Kees Heij uitstekend van pas. De meeste factoren zijn hierboven al genoemd. Onze netheidsmanie blijkt funest te zijn. Plukjes gras tussen de tegels zijn heerlijk voer voor de huismus. Evenals hoog gras met zaadpluimen in overhoekjes. Ach, konden we ons land maar weer eens een beetje laten verrommelen. We doen onszelf immers ook tekort nu er zo weinig huismussen meer zijn? Wat is er nu gezelliger dan dat heerlijke getjilp in de tuin of op het dak?

Dat laatste was en is trouwens niet voor iedereen vanzelfsprekend. Mussen worden ook beschouwd als lastpakken. In vroeger tijden konden zwermen huismussen enorme schade toebrengen aan de landbouw. Wat denk je wat er overbleef van een akker tarwe nadat een enorme zwerm mussen erin was gedoken? Tegenwoordig is dat echter niet meer geval, en wordt de huismus eerder als knuffeldier gezien. Een vogel met twee gezichten dus. En dat blijkt ook uit allerlei mythen, volksverhalen, gedichten en zelfs uit een oeroud boek als de Bijbel. De mus komt erin voor als symbool van het kwade, maar soms ook van het goede. Zo hebben hele generaties kerkgangers regelmatig de bekende psalmregel uit psalm 84 gezongen: ‘Zelfs vindt de mus een huis, o Heer (…) bij Uw altaren.’

Maar er is het christelijke volksgeloof ook een andere lijn. Die ik overigens voor het lezen van De huismus niet kende. De mussen speelden namelijk bij het verraad van Jezus een cruciale rol, zo luidt een verhaal. Met hun getjilp wezen ze de plek aan waar Christus zich verborgen had in Getsemane. Sindsdien is de mus vervloekt, ook al omdat mussen de nagels die bij de kruisiging gebruikt zouden worden en die door de zwaluwen verstopt waren, naar de Romeinen terugbrachten. Als straf werden de pootjes van de mussen met een onzichtbaar touwtje bij elkaar gebonden, waardoor de mussen niet meer kunnen lopen, en hun hele leven moeten hippen. Ach, leuke verhaaltjes uit de volksgeschiedenis, interessant om te lezen.

De huismus moest geen wetenschappelijk en onpersoonlijk boek worden, zo spraken de auteurs van te voren af. Wel een interessant en goed leesbaar geheel voor wie is geïnteresseerd in het leven van de huismus. De auteurs zijn daar mijn inziens zeer in geslaagd. Persoonlijk is het vrijwel overal en elke pagina biedt je leuke weetjes en inzichten. De twee belangrijkste vragen (Waardoor neemt het aantal huismussen af en: Wat kunnen we doen om die achteruitgang te stoppen?) worden van een antwoord voorzien. Of de huismus ooit nog in de grote aantallen van weleer in ons land zal voorkomen, is echter ongewis. Een soepel leesbaar boek voor liefhebbers van vogels en de huismus in het bijzonder. Weer een mooi deel in de prachtige reeks van Atlas Contact.

De huismus / Kees Heij en Jacques Vos / Atlas Contact / als paperback en als e-boek

button (1)

 

Andere delen in de serie vogelboeken van Atlas Contact: