Recensie: Het boek van de kleine dieren (en de wat grotere), Kirsten Dorrestijn

Vogelveren verzamelen, hommels in een jampotje doen, een fret als huisdier. De natuur had Kirsten Dorrestijn al vroeg in zijn greep. Het zag er in eerste instantie niet naar uit dat ze natuurschrijver zou worden, maar als een zeker bewijs voor het fenomeen voorbestemming liep haar leven daar toch op uit. Voor me ligt Het boek van de kleine dieren (en de wat grotere), een bundeling van 25 verhalen over kleinere en grotere dieren. Ik hoop dat de enthousiaste verhalen je ook op de knieën krijgen om hommel, vlinder, tuinslak, egel en al die andere dieren te bestuderen en ze misschien zelfs onderdak te geven in je eigen tuin.

Heb je wel eens een reuzenotter gezien? Ik heb nog nooit een ‘gewone’ otter gezien, laat staan een reuzenotter. De otter van het formaat reus behoort tot de wat grotere dieren in deze verhalenbundel. Hij is namelijk zo groot als een mens! Tijdens een wandeling door een moerasachtig gebied in Suriname hoorde ze wat uit het water komen. Het bleek een gigantische otter. Even later loopt ze in het verhaal met iemand van de Zoogdierenvereniging door het natte gras. Ze vinden een otterdrol en bewonderen een otterglijbaan. Aan het eind van dit openingsverhaal geeft Dorrestijn tips hoe ook jij de otter kunt helpen en geeft ze een paar suggesties van gebieden waar je otters kunt zien. Dat zal ze vervolgens aan het eind van elk verhaal doen. Je leest dus niet alleen leuke verhaaltjes over dieren, je krijgt er ook praktische tips bij.

In het volgende verhaal loopt ze met Sander Bot mee op. Sander is de auteur van de Veldgids Zweefvliegen. Ze verhaalt over de stadsreus, echt een joekel van een zweefvlieg, die ze zag op een vlinderstruik. Precies daar zie ik hem ook elk jaar. Op één van de paarse bloemen van een vlinderstruik in onze tuin.

Dat vistrappen heel belangrijk zijn voor trekvissen, lees je in het verhaal over de rivierprik. Hoeveel ik ook heb gevist, een rivierprik zag ik nooit. In de jaren vijftig van de vorige eeuw trokken er nog een kwart miljoen rivierprikken per jaar de Maas op. Hoeveel het er nu zijn, is onbekend. Zelfs vispassages, die trekvissen moeten helpen om langs stuwen en andere hindernissen te zwemmen, blijken voor de rivierprik geen soelaas te bieden. De rivierprik is een niet al te krachtige zwemmer te zijn. Hij kan simpelweg niet op tegen het hard stromende water in een vispassage.

Beslist mooi vond ik het verhaal over de boerin die op haar land de nachtvlinders telt. Dorrestijn met de boerin het weiland in om te kijken welke nachtvlinders zich in de LedEmmer bevinden. Het blijkt een maansikkeluil te zijn. Dit onderzoek wordt verricht voor De Vlinderstichting. En wat blijkt? Op locaties waar de natuur een handje wordt geholpen, worden de meeste nachtvlinders gevangen. Komt het echter aan op de meeste soorten dan is het boerenerf heel belangrijk. Op het erf groeit namelijk meestal de grootste variatie aan groen: een verzameling van bomen, struiken en planten. Mooi om te lezen dat ook boeren begaan zijn met het lot van de kleine dieren op hun land.

recensie het boek van de kleine dieren en de wat grotere kirsten dorrestijn

Het afsluitende verhaal gaat over de egel. Ook hier iets over het boerenland. Landbouwgronden kunnen veel betekenen voor egels. De aanleg van hagen zou dit zoogdier goed doen. Niet voor niets dat de egel in het Engels hedgehog heet: struikenzwijn. Ook tuinen kunnen aantrekkelijk worden gemaakt voor egels: doorgangen maken in de schutting en de tuin groen houden met hier en daar een hoopje takken en bladeren of zelfs een egelhuis. En als gemeenten hun groenbeleid ook een beetje zouden aanpassen ten faveure van de egel, dan zou het misschien weer wat beter gaan met dit zoogdier dat duidelijk in de verdrukking zit. Ik schrijf dit op de dag nadat de nationale egeltelling werd gehouden. De grafiek op de website van de Zoogdiervereniging laat helaas een dalende tendens zien. Keer het tij! Heet de egel weer welkom in tuin, park en groenstrook!

Welke dieren nog meer de revue passeren? Salamander, bijeneter, libel, steenuil, ooievaar, boommarter en veel meer. Elk verhaal werpt licht op leuke en minder leuke feitjes over de betreffende diersoort. En zoals hierboven al geschreven: elk verhaal wordt afgesloten met een aantal praktische tips. De illustraties in boek zijn van de hand van Herwolt van Doornen.

Weer een leuke verhalenbundel waarin je bekende en minder bekende, grotere en vooral kleinere dieren worden voorgesteld. De verhalen zijn voor een breed publiek geschreven. Het is bovendien mooi vormgegeven als een hardcover. Heb je hart en ogen heeft voor de dieren in je leefomgeving, dan zal je genieten van de verhaaltjes en je wellicht laten inspireren tot grootse daden na het lezen van de tips die de ene keer laagdrempelig zijn (een groene tuin aanleggen) en een andere keer voor de meeste mensen iets lastiger (het oude kippenhok op het boerenerf niet afbreken voor de steenuil). Lekker lezen op de avonden die nu al vroeg donker zijn. En in het weekend er op uit om al die kleine dieren zelf te zien.

Het boek van de kleine dieren (en de wat grotere) / Kirsten Dorrestijn / Uitgeverij Thomas Rap / als hardcover en als e-book

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!