Recensie: Het bijenbalkon, Caspar Janssen

Je hebt een betonnen balkon dat zo kaal is als een luis. De biodiversiteit is er haast gelijk aan nul. Ik zie een boodschappentas vol lege wijnflessen. Een paar emmers, een houten vlonder en een rotan stoel in ernstig vervallen staat. Maar ook: een kale blauwe regen over de balustrade. En dan de uitdaging: maak hier een balkonjungle van. Bezitter Caspar Janssen ging de uitdaging aan en doet in zijn boek Het bijenbalkon verslag van zijn missie. Een heel inspirerend boek, ook voor wie geen balkon heeft, maar wel een tuin.

Caspar Janssen, van wie ik eerder het boek Caspar loopt recenseerde, is journalist en schrijft onder meer voor De Volkskrant. Je zou zeggen: een vaardige pen gegarandeerd en die verwachting komt helemaal uit. Het bijenbalkon is het persoonlijke verslag van een even persoonlijke missie om een balkon te vergroenen, en lekker vlot geschreven. Van kaal, levenloos balkon tot een groene zee vol bloemen en insecten. En liefst ook nog wat vogels erbij!

Tien meter breed en 1,10 meter diep is het balkon. Dat is echt heel breed, maar niet heel diep. Je kunt er een stoel neerzetten, een smal tafeltje en dat is het wel. Je benen strekken in de richting van het hek is problematisch, afhankelijk van de lengte van je benen uiteraard. Hoe ik dat weet? Wij hadden een balkon van 5 meter breed en 1,10 diep! Imiddels hebben wij de diepte meer dan verdubbeld en dan valt pas op hoeveel extra leefruimte dat oplevert. Ga zo’n smal balkon maar eens volzetten met planten. Je houdt geen leefruimte meer over voor jezelf. De auteur offert dus leefruimte op voor de bloemetjes en de bijtjes. Een initiatief waarvoor hij geprezen mag worden.

Gelukkig staat Janssen niet alleen. Hij raadpleegt allerlei deskundigen. Waaronder bijvoorbeeld Albert Vliegenthart die mijns inziens één van de beste boeken schreef over het aanleggen van een insectenvriendelijke tuin: Een tuin voor bijen & vlinders. Maar, en dat merkt Caspar terecht op: de aandacht in dit boek voor het balkon is heel summier. Maar niet getreurd, Vliegenthart heeft wel een paar adviezen voor hem. Oppassen met bemesten en compost. Dat werkt alleen maar averechts. Paarse en lila bloemen trekken overdag insecten aan. Gele bloemen hebben in de nacht een grote aantrekkingskracht op nachtvlinders. En heb je potgrond nodig? Dan erop uit en in het park de molshopen afgraven. Die grond is van uitmuntende kwaliteit voor een balkontuin. En nog gratis ook.

recensie het bijenbalkon caspar janssen

Van maand tot maand volgen we Caspar en zijn tuin. April opent met een grote foto van de bloeiende blauwe regen. Tegen de muur zie ik wat bloempotten staan met ontluikend groen. Maar met de bloeiende blauwe regen van de onderbuurman boekt Caspar wel een eerste grote succes: de blauwzwarte houtbij bezoekt zijn balkon! Dat spectaculaire insect zie ik uitsluitend in Zuid-Europa, maar bij Caspar zat het dier ‘zomaar’ op zijn balkon in Amsterdam! Geweldig!

Wie zich wil inzetten voor het behoud van de bij, die kan zich maar het beste richten op wilde bijensoorten. De honingbij is namelijk niet bedreigd en bovendien vormen de honingbijen een bedreiging voor de wilde soortgenoten, zo ontdek ik. Ze brengen besmettelijke ziekten over op de wilde bijen en kapen het voedsel voor de ‘neus’ van de wilde bijen weg.

Maar gelukkig, in april en mei is het weer dat jaar behoorlijk koel en laten de honingbijen het afweten. De hommels en wilde bijen hebben zo ongeveer het rijk alleen. Het hoofdstuk over mei opent met een wel héél groene foto. En zowaar, daar prijken een paar exemplaren van de smeerwortel op de voorgrond, ook ergens uit de grond ‘getrokken’. Gewoon een wilde plant die massa’s hommels aantrekt.

Over het gebruik van gif is Caspar duidelijk: niet doen. De jonge meesjes gaan er dood aan. Heb je bijvoorbeeld een buxushaag die wordt kaalgevreten door de buxusmot? Vervang de haag door andere, inheemse planten. Veel beter voor het milieu en ook voor je eigen gezondheid en dat van je huisgenoten. Want reken maar dat gif dat slechts is voor insecten, ook slechts is voor jezelf. Het hoopt zich in je op en op een dag is het net een beetje te veel… De rat die hij over het vlonder ziet lopen, vormt ook een mijlpaal: het grootste deel van het vogelvoer wordt verwijderd. Geen aantrekkelijk geurende meelwormen meer, maar onschadelijke zaadjes.

De rest van de maanden neemt het aantal insecten dat het balkon bezoekt, alleen maar toe. Vooral zweefvliegen weten de weg naar het balkon te vinden. Op de foto’s komen waarnemingen van allerhande insecten voorbij: bladsnijder, muurwesp, snorzweefvlieg en steenhommel bijvoorbeeld. Plantjes krijgt Caspar aangeboden door natuurlijke tuiniers. Ook koopt hij ze via internet. Tussen de bedrijven door krijg je allerhande tips hoe ook jij kunt komen tot een groen balkon. En heb je geen balkon, maar wel een tuin, dan kun je met alle informatie zeker ook je voordeel doen.

Wat je ook leest in de verhalen is de kwetsbare relatie van de gemeente Amsterdam en de stadsnatuur. De laatste vijftien jaar gaat het er in Amsterdam wat bijen en vlinders betreft op vooruit. Maar ik lees ook van een Tuinakker die plaats moet maken voor een bedrijventerrein. Zelfs een biologische boerderij moet wijken.

Gelukkig valt er ook veel positiefs te melden. Het aantal insecten en vogels dat het groene balkon bezoekt, is verrassend groot. En ze blijken het volgende jaar weer terug te keren ook! En er meldt zich zelfs een onbekende wespensoort: de Franse veldwesp, een elegant insect dat ik zag in bergachtige streken in Zuid-Europa. Het blijkt dus ook in Amsterdam rond te vliegen.

Ondertussen is Het bijenbalkon niet alleen het persoonlijke verslag van een ingrijpende vergroening van een willekeurig balkon te Amsterdam. Het is ook een heel praktisch boek voor wie in de voetsporen van de auteur wil treden. Welke planten kies je? Hoe kun je die planten verkrijgen? Hoe pak je het bijvoeren van vogels aan? Wat is het nut van insectenhotels? En welke insecten kun je nu op zo’n groen balkon verwachten? En nog veel meer informatie wordt je in dit boek aangeboden.

Caspar Janssen slaagde erin om zijn balkon te vergroenen. Als dat met een balkon lukt, dan moet dat ook lukken met onze oprit die nog geheel betegeld is. We lopen al met plannen rond, het spookt al een tijdje door onze hoofden, zoals de vergroening van het balkon al jaren door het hoofd van Janssen spookte. Zelf doen, zelf doen! Goed voorbeeld doet navolgen, en wie Het bijenbalkon heeft gelezen, heeft grote kans dat het groene virus overspringt. Leuk geschreven, lekker vlot, persoonlijk en inspirerend. Ik ga nu eten en wie weet gaat dit weekend de eerste steen uit onze oprit.

Het bijenbalkon / Caspar Janssen / Atlas Contact / als paperback en als e-book