Recensie: Het bedwongen bos, Dik van der Meulen

Dat we in ons land er behoorlijk uiteenlopende visies op de natuur op na houden, zal iedereen duidelijk zijn. Het kleine Nederland is op heel veel terreinen een groot land, en in het vernietigen en vervuilen van haar natuur nog het allermeest. Hoewel, natuur? Bevindt zich in ons land nog wel natuur? Is het niet allemaal cultuurgrond? En als er in die cultuur dan toch nog een restje natuur bevindt, hoe verhouden we ons dan daar weer toe? Dik van der Meulen, bekend vanwege zijn prijswinnende boek Kinderen van de nacht over de relatie tussen wolf en mens, gaat in Het bedwongen bos in op de relatie die Nederlanders hebben met hun natuur.

De actuele discussie over stikstof en de landbouw maakt eens te meer duidelijk dat de blik waarmee Nederlanders naar de natuur kijken heel verschillend is. Voor de één is een akker met mais of aardappelen al prachtige natuur, terwijl zo’n akker voor een ander slechts een groen industrieterrein is. En waar de één er geen probleem mee heeft dat door de stikstof eikenbossen afsterven, natuurgebieden overwoekerd raken met brandnetels, braamstruiken en pijpenstrootje, daar bezorgt deze vervuiling bij een andere hevige rillingen op het lijf. Is het onverschilligheid bij de één en overbezorgd-zijn bij de ander? Overheerst bij de eerste misschien het idee dat de natuur er vooral is voor economisch gewin? En zou de tweede stiekem een misantropisch wereldbeeld koesteren? Als je de discussies en uitlatingen op de sociale media volgt, dan zou je haast gaan menen dat in de discussies over natuur en het boerenland er nauwelijks andere posities in te nemen zijn.

Gelukkig staat er vroeg of laat altijd wel een schrijver op die zich vastbijt in zo’n onderwerp. Dik van der Meulen blijkt er zo één. Als in 2009 verscheen zijn boek Het bedwongen bos. Omdat sindsdien de ontwikkelingen in een razend tempo zijn doorgegaan, actualiseerde hij zijn omvangrijke boek. En dan blijkt dat de stikstofdiscussie in een context staat die misschien al eeuwen terug gaat. Een context die zich laat omschrijven met het ontginnen van de woeste gronden en deze in dienst stellen van ons mensen. Neem het Lunterse Buurtbos. Oud-notaris Johannes van den Ham (1822-1912), een typisch 19e eeuwse filantroop, schafte 130 hectare woeste grond aan op de Veluwe en bracht die in cultuur. De Lunterse bevolking zag dit met welgevallen aan, want er waren immers vele arbeiders nodig om de woeste grond te veranderen in een beschaafd cultuurlandschap. Het project bracht geld in het laadje. Al vele eeuwen daarvoor namen dit soort werkzaamheden al een aanvang, maar toen waarschijnlijk iets minder gepland en doordacht. Zouden de jagers en verzamelaars die zich in de Lage Landen vestigden elkaar beleidsstukken hebben voorgedragen alvorens een stuk bos plat te branden? Ik betwijfel het. Ze gingen aan de slag en deden wat goed was in hun ogen. Het landschap veranderde zienderogen. ‘De wouden die sinds de laatste ijstijd de moeraslanden en vooral de hoger gelegen zandgronden domineerden, begonnen plaats te maken voor akkers.’ De veranderingen leidden niet zelden tot kaalslag en bodemverschraling.

Via omzwervingen langs literaire bronnen uit Bijbelse, Romeinse en Middeleeuwse tijden, belandt de auteur bij de middeleeuwers van wie wel duidelijk is dat die de getemde wildernis van de bloemenweide verkiezen boven het donkere woud, ondanks dat het Boek der Natuur de gelovige toch ook inzicht verschafte in het opperwezen. Later werd het Boek der Natuur ook bestudeerd om de godloochenaars te bestrijden, want ‘de nieuwste natuurwetenschappelijke inzichten waren evenzovele bewijzen voor het bestaan van een God die geen detail uit het oog verloor.’

recensie het bedwongen bos dik van der meulen

In later eeuwen, we zijn dan in 1796, een jaar na de Bataafse omwenteling, publiceerde dominee Ahasverus van den Berg, predikant te Barneveld, zijn boek Geografie van de Veluwe die de schoonheid van het landschap in de eerste plaats aan zijn opbrengst afmat. Zandverstuivingen en hei, lelijker kon het in zijn ogen niet.

Maar het ‘Boek der Natuur’ raakte daarna snel uit de mode. De moderne wetenschap kwam op en die was gaan morrelen aan de plaats van de mens in dit alles. Copernicus en Galilei lieten al zien dat niet de zon om de aarde draaide, maar de aarde om de zon. En het was Charles Darwin die de mens van zijn hoge, eenzame troon neerhaalde om hem zijn plaats tussen de dieren te geven. ‘De mens, eens het middelpunt van het heelal, was natuurwetenschappelijk gezien een randverschijnsel geworden.’ Het zou onze relatie met de natuur fundamenteel van karakter doen veranderen, maar vaak bepaald niet ten goede van de ongerepte natuur. Want hoewel de natuurwetenschapper de mens zijn bestemde plaats had gewezen, bleef het toch de mens die de natuur naar zijn hand bleef zetten, en de industriële revolutie bracht dat in een behoorlijke versnelling. Niet iedereen maakte die versnelling mee trouwens. Een schrijver als Henry David Thoreau keerde in 1845 de beschaving als reactie op de industriële revolutie de rug toe en verheerlijkte het leven in de wildernis. Maar omdat de industriële revolutie in ons land pas laat begon, duurde het ook langer voordat de waarde van ongerepte wildernis in ons land werd opgemerkt en positief werd gewaardeerd. Oftewel: het natuurbehoud dook pas in na 1870 in Nederland op, veel later dan in andere landen.

Helaas kwam dat nieuwe bewust-zijn te laat voor het laatste stukje oerbos dat ons land heeft gekend: het Beekbergerwoud nabij Apeldoorn. Bezoekers van dit woud raakten geïmponeerd door de gigantische zwarte elzen. Het moerasbos was vergeven van planten die je ergens anders weinig zag. Maar helaas, in de 19e eeuw werd de wildernis vooral aangemerkt als een aanklacht tegen de vooruitgang en waren de dagen van het woud geteld. Niet gek overigens voor wie zich probeert te verplaatsen in de bewoners van die tijd. Die waren namelijk straatarm en de predikant die hun hutten bezocht besefte eindelijk waarom hij ze zo zelden in zijn kerk zag: ‘ze hadden geen fatsoenlijke kleren waarmee ze zich in het godshuis konden vertonen.’ Het vernietigen en omvormen tot landbouwgrond zou de lokale economie stimuleren en de arme bevolking enigszins uit de armoede verheffen. Op 10 juni 1870 werd de laatste boom geveld en was Nederland ook zijn laatste restje oerbos kwijt.

Wat was ondertussen de definitie van natuur geworden? Voor velen was dat een halfopen cultuurlandschap met vergezichten, pittoreske dorpen en hier en daar een kasteel. Beken en bomenlanen domineren de beschrijvingen van wandelaars met oog voor de natuur. Vogels en vlinders leken er echter niet in voor te komen en planten werden niet opgemerkt.

Er hing evenwel vernieuwing in de lucht. Frederik van Eerden begon zijn natuurbeschouwingen te publiceren. En plots dient zich een duo aan die de grondleggers zullen worden van de natuurbescherming in ons land: Eli Heimans en Jac. P. Thijsse, oprichters van Natuurmonumenten, beschermers van het Naardermeer, de schrijvers van de befaamde natuuralbums van Verkade en betrokken bij menig ander initiatief aangaande de natuur en de bescherming ervan.

Ik moet enige hinkstapsprongen maken, want deze recensie wordt wel erg lang. Dat kan ook niet anders met zo’n rijk en omvangrijk boek als Het bedwongen bos.

Jeugdnatuurorganisaties werden opgericht. Duizenden jongeren werden actief in de natuur. Hoe keken politieke partijen waaronder de NSB aan tegen de natuur? Wat was de visie van de nazi’s op de natuur? En: hoe kwam de Nederlandse natuur uit de Tweede Wereldoorlog? Ik zou zeggen: niet al te best. Al veel heb ik gelezen over vogeleiland De Beer, gelegen in de Europoort. Duizenden en duizenden sterns broedden er naast talloze andere vogelsoorten. De uitbreiding van de Rotterdamse haven slokte dit gebied achteloos op, nadat de Wehrmacht tijdens de bezetting al zijn eerste sporen van beton en staal achter had gelaten. In 1957 nam de gemeenteraad van Rotterdam het besluit tot aanleg van een enorm havencomplex om Rotterdam en ons land op te stuwen in de vaart der volkeren en op 11 juni 1958 viel de eer aan koningin Juliana te beurt om met haar rechterhand de baggermolen in werking te stellen. Einde verhaal voor het roemruchte vogeleiland De Beer. De uitbreiding van stedelijk gebied, wegen, bedrijventerreinen brachten de Nederlandse natuur in heel het land in het gedrang. De overheid kreeg geleidelijk aan toch ook voor de waarde van de natuur, ook al was dat in eerste instantie vooral vanuit het oogpunt van recreatie. De hardwerkende Nederlander moest immers ook op adem kunnen komen, en waar kon dat beter dan in de natuur?

Maar helaas, de bescherming van de natuur bleek van meet af aan een trap tegen het zere been van een ons welbekende beroepsgroep: de boeren. Op 31 oktober 1983 trokken driehonderd boeren met tractoren en gierwagen het centrum van Winterswijk binnen om te voorkomen dat de omgeving aldaar zou worden uitgeroepen tot Proefgebied Nationaal Landschap. De boeren dreigden, vielen raadsleden en wethouders lastig en hingen een reusachtige strop op. De bekende instrumenten die velen van hen heden ten dage nog altijd met vaardige hand weten te. Er is niets nieuws onder de zon.

Ondertussen was menig natuurnota geschreven, maar ondanks al die nota’s bleef de kwaliteit van de Nederlandse natuur achteruit kachelen. Allerlei organismen verdwenen en die achteruitgang moest worden bestreden met de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur. Grote natuurgebieden moesten met elkaar worden verbonden. De plannen werden goedgekeurd, gronden werden aangekocht en omgevormd tot natuur. Betrokken als oud-minister Cees Veerman, tevens oud-voorzitter van Natuurmonumenten komen aan het woord. De heen-en-weer bewegingen in de Nederlandse politiek ten aanzien van natuurbeheer worden uitgebreid beschreven. En natuurlijk ontkomt de auteur helaas niet om ook Cowboy Henk een plaats in zijn boek te geven. Konden we die episode in de moderne geschiedenis van ons land maar uitgummen! Maar helaas, dat kunnen we niet en moeten we met frisse tegenzin lezen hoe een populist pur sang, ‘slechts’ staatssecretaris en geen minister (hoewel de bijhorende minister Melanie Schultz van Haegen geen haar beter was met haar belangrijkste wapenfeit: de verhoging van de maximumsnelheid tot 130 kilometer) het natuurbeleid dat al veel te mager was, met ferme pennenstreken om zeep hielp.

Inmiddels heeft Dik van der Meulen al duidelijk gemaakt dat de ‘gewone burger’, de wetenschapper, de boer, het politieke dier en zelfs de natuurbeschermer allemaal zo hun eigen visie hebben op wat natuur is en hoe we de natuur in ons land beschermen (of beter: beheren) moeten. Let wel: natuurbeschermers zijn het vaak ook onderling met elkaar oneens. En voor sommige stedelingen dienen bos en bordeel hetzelfde doel: jezelf even te buiten gaan. En tot overmaat van ramp blijkt natuurherstel vaak helemaal geen natuurherstel te zijn, maar o tegenstrijdigheid, herstel van cultuurlandschap of zelfs: aanleg van cultuurlandschap dat er nooit is geweest! Zo wordt zelfs het herstel van het heggenlandschap in ons landschap door sommige natuurbeschermers met lede ogen aanschouwd. Het is toch een wonder dat er nog iets van natuurbescherming van de grond komt in ons land!

Wat typeert de relatie tussen Nederlanders en hun natuur? bedacht ik me tijdens en na het lezen van Het bedwongen bos. Wel, dat het inderdaad een bedwongen bos is. Het begon in de prehistorie toen jagers en verzamelaars de bossen begonnen plat te branden. De sublimatie van deze platbrandwoede vindt plaats vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw met de opoffering op enorme schaal van de natuur ten faveure van onze economie. We profiteren er allemaal van, moet zelfs de meest fanatieke natuurliefhebber beamen. En het platbranden is nog lang niet voorbij, getuige de heftige polemieken in de samenleving over natuur, milieu en klimaat. Zo bezien staan wij dichterbij onze prehistorische voorouders dan ik dacht.

Maar dat is misschien te veel gesomberd. Dik van der Meulen besluit zijn boek met een iets positiever beeld. Dat van talloze wandelaars en fietsers in natuurgebieden. Nederlanders lijken zich opnieuw bewust te worden van het belang van de natuur en van de noodzaak ons gedrag te veranderen. Ik hoop het met hem en droom van een re-activatie van de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur. Wanneer dan ook onze landbouwgronden de natuur weer eens van harte welkom zouden heten, dan is mijn droom volmaakt. Ach, ben ik echt zo naïef?

Iedereen met een mening over de natuur in Nederland zou dit boek moeten lezen. Welke mening je er ook op na houdt.

Het bedwongen bos / Dik van der Meulen / Noordboek Natuur / als paperback

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!