Recensie: Het anti-hondenboek, Hans Dorrestijn

Een paar weken geleden genoot ik van Wensvogels, het nieuwste boek van Hans Dorrestijn. En toen ontdekte ik dat hij nog een boek had geschreven waar ik prima mee uit de voeten leek te kunnen: Het anti-hondenboek. Wie mij kent, weet dat de hond in mijn ogen niets anders is dan een poepfabriek. Ideale vakantielectuur dus, maar weet je wat het vervelende is: mijn vakantie was nog niet begonnen, of ik had het boek al uit! Genoten heb ik ervan, en gebulderd van het lachen.

Wie mij nog beter kent, weet dat mijn aversie tegen honden als strandvisser tot recordhoogtes steeg. Stond ik tot mijn middel in de golven, kwam er steevast een loslopende hond aanrennen om tegen mijn viskoffer te pissen, of nog erger: om mijn tas met eten en drinken te besproeien. De baasjes deden alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat hun hond andermans bezittingen en etenswaren nat zeikt. Zo ook een ervaring van vorige week in de Biesbosch. Wij parkeren onze auto bij het Gat van Lijnoorden en zetten het op een lopen. Willen de zee aan paarse kattenstaarten vastleggen. Zij gaat op haar knieën zitten om vanuit laag perspectief te fotograferen en daar zie ik de hond aan komen lopen. Met een boog rent het beest naar haar en snuffelt in haar kruis. Om daarna op nog geen vijftig centimeter naast haar het op een zeiken te zetten. ‘Hou dat beest bij je!’ roep ik naar het baasje dat tot dan toe de baas duidelijk niet was. Ze fluit en o wonder, hond druipt af. Komt dat baasje even later voorbij, op de step. ‘Een goedemorgen op deze zondagmorgen,’ roept ze opgewekt alsof zeiken op vijftig centimeter naast iemand en gesnuffeld worden in je kruis de normaalste zaken van de wereld zijn. Hond en baasje stoven er vandoor en ik ben ze gelukkig niet meer tegengekomen.

Ik heb me voorgenomen een volgende keer het gedrag van het hondenbeest te imiteren. Zodra het hondenbeest komt snuffelen aan kruis en kont en komt pissen over mijn spullen, doe ik dat ook. Snuffelen slechts bij wie mij aanstaat, maar zeiken over het-maakt-niet-uit-wat-voor-type hondenbezitter. Of wat denk je van deze: hond komt aanrennen en springt pardoes tegen je op. ‘Ach, het is nog een jong beestje,’ roept de bezitter nonchalant. En in een ander geval loopt de bezitter door alsof het de normaalste zaak ter wereld is om besprongen te worden door een hond. De volgende keer zet ik het ook op een rennen en bespring ik baasje-lief. Moet het wel een bevallige dame zijn hoor, anders spring ik liever in de sloot. In het geval het een bevallige dame is, laat het resultaat zich raden: dame doet aangifte bij de politie vanwege aanranding (en terecht). Maar kan ik ook bij de politie terecht na onvrijwillig besprongen te zijn geweest door een hond?

recensie het anti-hondenboek hans dorrestijn

Zo zie je maar, hond en ik worden zomaar nog geen vrienden. En in Hans Dorrestijn met zijn anti-hondenboek vond ik een medestander die zijn aversie als geen ander verwoorden kan. Kun je lachen, dan zul je lachen met Het anti-hondenboek in de hand. Hij beschrijft de honden en hun bezitters. Constateert dat het zedelijk peil van de hondenbezitter snelt daalt, getuige de toenemende vraag naar bouviers, bloedhonden en pitbulls. Hij verbaast zich erover dat uitgerekend de hond ons huisdier bij uitstek is geworden. Alsof er op de wereld geen leukere diertjes zijn. En bovendien: de hond beschikt over een vervaarlijk smoelwerk waarvan tanden en kiezen er nog eens geel uitzien ook. Hij bladert vol afkeer door het lijfboek van de vijand: Elseviers Hondengids en ziet een stoet van lelijke snuit- en smoelwerken voorbij paraderen. Hij roept ouders op om een hond nooit en te nimmer te vertrouwen. De hond immers, is een babykiller bij uitstek en hij maakt meer slachtoffers dan de zo gevreesde wiegendood.

Maar Hans Dorrestijn zou Hans Dorrestijn niet zijn wanneer hij u ook van wijze adviezen voorziet. ‘Als u zichzelf erg lelijk vindt, neem dan een boxer. In elk gezelschap bekijkt men dit dier met stomme verbazing. Uw lelijkheid, daar let niemand op.’ En wie mee wil lopen met de massa waarschuwt hij voor de chihuahua: ‘Rilt altijd van de kou. Krijgt het alleen warm in de open haard.’

Een van de meest geniale waarnemingen in Het anti-hondenboek is dat honden bij volkstellingen niet meegerekend worden. ‘Hierdoor lijkt het alsof het met de overbevolking in Nederland wel meevalt. Maar het getal van zestien miljoen Nederlanders mogen we gerust met de helft vermeerderen, aangezien één op de twee inwoners een hond bezit.’ En weet je wat het ergste van al is: de hond is een beroepswerkeloze. Het enige dat hij doet is tegen bomen en melkflessen pissen (en tegen viskoffers en tassen vol etenswaren, JvG). Het toppunt van hypocrisie? Een vegetariër met een hond. De vegetariër eet uit principe geen vlees, maar voert zijn huisdier vet met vlees van koe en varken. En wat ook zo erg is? Hondenuitwerpselen zijn smeriger dan die van enig ander dier. En dan te denken aan de copulatie van honden… ‘Nee, er kan niet genoeg tegen de hond gewaarschuwd worden.’

Een overtuigende litanie aan redenen dus om heel anders naar het fenomeen hond te kijken dan je gewend ben. Maar wel een litanie die mij aan het bulderen van het lachen kreeg. Wat een taalvirtuoos is Hans Dorrestijn ook in Het anti-hondenboek. Onovertroffen, en ik weet zeker dat zelfs een grootste hondenliefhebber er smakelijk om zal lachen. Zinnen meanderen lieflijk over de bladzijden om dan plots onverwachts in een haakse bocht af te wijken en je in het land van de schaterlach te brengen. Verhalen over oom en tante, het gezin van vriend Tjeerd en vele, vele anderen vloeien uit over de bladzijden en altijd is er de hond die de verhalen kruidt met zijn aanwezigheid, prominent of juist niet.

Hoewel de hond volgens Hans Dorrestijn een ongunstige invloed heeft op de letterkunde (‘de meeste dichters zijn bang voor hem’), is ook juist het hoofdstuk ‘De hond in de literatuur’ een juweeltje. Hans Dorrestijn deinst er uiteraard niet voor terug om uit eigen werk te citeren, want hij heeft immers ook meerdere poëtische bijdragen geleverd aan de bestrijding van dit ondier. Dolkomisch begint het al:

De ene heeft een lieve poes,
de ander heeft een hond.

Maar het gedicht ‘De hond van ome Karel’ is werkelijk het toppunt van humor en ik heb het dan ook met toenemend plezier voorgedragen in onze woonkamer. Vooral zelf lezen, het is een kostelijk rijmpje met waarlijk een droevig slot.

Zou je menen dat Hans Dorrestijn nog altijd een hondenhater is, dan kom je bedrogen uit. Zijn zielenleven vertoont een salto mortale. Van hondenhater werd hij kattenhater. Ja, kan het anders wanneer je vogelaar wordt. Gelukkig heeft ook de haat jegens katten al de eerste literaire vruchten opgeleverd, ‘minstens tien mooie bladzijden’. En zowaar, daar schemert in het nawoord zelfs een voorzichtige liefde voor de hond tussen de regels. En net toen hij de liefde voor hond in zich gewaar werd, stelde de uitgever voor Het anti-hondenboek te herdrukken! Hij had er werkelijk geen behoefte meer aan! ‘Maar zo gaat het altijd: wat je graag wilt, dat gebeurt niet.’

En zo heeft de uitgever mij het ontstellend grote plezier gedaan Het anti-hondenboek weer op de markt te brengen. Ik heb er een aantal avonden enorm van genoten. Lachen is gezond en één ding weet je zeker: met een boek van Hans Dorrestijn in mijn hand, wijkt de glimlach nooit van mijn gelaat. Een geweldig boek dus, voor hondenhaters én hondenliefhebbers, want iedereen moet dit belangwekkende boek gelezen hebben.

Het anti-hondenboek / Hans Dorrestijn / Nijgh & Van Ditmar / als hardcover en als e-book

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)