Recensie: Haaienkoorts. De kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse Zee, Morten A. Strøksnes

haaienkoortsEen stoer boek. Dat kan ook niet anders. De twee hoofdpersonen in Haaienkoorts doen verwoede pogingen een Groenlandse haai te vangen. Vanuit een rubberbootje voor de kust van Noorwegen. Dat levert een stoer verhaal op. De vraag is alleen: wie is nu de hoofdpersoon? De twee vissers of die enorme haai die ver onder hun bootje op de bodem van de zee ligt?

button (1)

 

 

 

De Groenlandse haai is een mythisch beest, een van de oerwezens van de diepzee. Hij is niet alleen enorm groot (hij wordt acht meter lang en weegt dan meer dan een ton), hij zwemt ook nog eens tot enorme diepten. Zijn vlees is giftig en zijn ogen zitten vol parasieten zodat hij half blind is. De kolossale vis zwemt op de tast in het duister van de diepzee. Ruikt het bloeddorstige monster zijn prooi dan sluipt hij op hem af en zet in een snelle aanval zijn tanden erin. Wat de Groenlandse haai ook zo bijzonder maakt is dat hij heel oud kan worden. Meer dan tweehonderd jaar!

‘Op 150-200 meter diepte is bijna al het licht geabsorbeerd door het water, hoe helder en schoon dat ook is. Een vage grijze schemering, als het licht van een uitdovende oude televisie, is het enige wat je kunt ontwaren. Op zo’n vijfhonderd meter diepte is het pikdonker. Er is geen fotosynthese meer mogelijk, het is over en uit voor alle planten. In die diepten leeft de Groenlandse haai.’




Kunstenaar Hugo en zijn kompaan Morten A. Strøksnes (de auteur van Haaienkoorts) hebben het plan opgevat om zo’n bruut beest te vangen. Samen gaan ze de woeste zee rond de Lofoten op. Niet in een stevige vissersboot, nee in een rubberbootje en als die uit de vaart is neemt de onverstoorbare Hugo een plastic boot met lekke compartimenten in gebruik. De dagen dat ze de zee op kunnen zijn schaars. Met zo’n vaartuig kun je alleen uitvaren als er geen wind staat en de zee glad is als een spiegel. Hugo, telg van een oud vissersgeslacht en kunstenaar, neemt op de eerste bladzijde het initiatief:

‘Het zou drie en een half miljard jaar duren vanaf het moment dat het eerste primitieve leven zich in de zee ontwikkelde tot het ogenblik dat Hugo Aasjord me een zaterdagavond laat belde terwijl ik een geanimeerd etentje bijwoonde in het centrum van Oslo. ‘Heb je het weerbericht voor de volgende week gezien?” vroeg hij.

Gedurende een aantal jaren onderneemt het illustere duo pogingen om de bewoner van de diepzee te vangen. Tussen de bedrijven door vissen ze op koolvis, skrei en makreel. Maar een Groenlandse haai laat zich zomaar niet vangen en wat doet een visser dan? Juist, hij gaat stil in de boot zitten mijmeren. Dat herken ik wel. Tijdens mijn eigen vistochten in Zeeland en de Europoort waren de vangsten ook vaak niet om over naar huis te schrijven. Geen betere omgeving om over het leven na te denken dan de zeedijk met een watervlakte voor je. Ook Morten laat zijn gedachten alle kanten uitwaaien. Ze brengen je in het verre verleden, bij oude vissersgeslachten en marine biologen die opzienbarende ontdekkingen deden. Van de Odyssee van Homerus schieten zijn gedachten naar de even logische als weerzinwekkende executiemethode van de Vikingen:

‘Daarna liet de koning hen allemaal oppakken en op een scheer zetten die met vloed onder water liep, en liet hen daar vastbinden. Zo verloren Øyvind en al die andere mannen het leven.’

Haaienkoorts is een ode aan de Lofoten, aan de fjorden, aan oeroude vissersgeslachten, aan de rijkdom van de zee, aan de potvis, de yetikrab, de harige hengelvis , de reuzeninktvis en dat leger van uiterst merkwaardige wezens dat de diepzee bevolkt en het leven op een geheel eigen wijze doorbrengt. ‘In de diepte is het leven als het soort droom waar je maar heel langzaam uit ontwaakt.’ Het bestaan is er weerbarstig. Elk moment kan de vijand van alle kanten opdoemen. En het tragische is, zo mijmert Morten: ‘We weten veel meer van het maanoppervlak, ja, zelfs van de drooggevallen meren op Mars dan van het leven daar in de diepte.’ En ondertussen vormt de mensheid een bedreiging voor de biodiversiteit op het land én in de oceanen. Hoeveel oceaanleven is inmiddels al uitgestorven zonder dat wij deze dieren en planten kenden? Een gedachte die zich onheilspellend aan auteur en lezer opdringt.

Maar altijd keren zijn gedachten terug naar dat ene beest, die woesteling waarvan ze allebei dromen. De eerste keer rukken ze uit met grote stukken verrot vlees van een Schotse Hooglander. Ze laten de brokken in een net naar de bodem zakken. De lever of een ander orgaan prikken ze aan een enorme haak en ook die gaat de diepte in. Kaalgevreten halen ze de haak weer boven. Maar ze putten moed, want: in het bot zien ze duidelijk de zaagtandachtige sporen van de beten. Er zwemt er dus wel degelijk een rond en die heeft van het verrotte rundvlees gevreten. Een volgend jaar proberen ze het met visafval. Want een Groenlandse haai vreet alles wat voor zijn bek komt.

‘Wetenschappers die de maaginhoud onderzochten, kwamen voor heel wat verrassingen te staan. Hoe is het mogelijk dat Fridtjof Nansen een hele zeehond, acht grote kabeljauwen, een leng van 1,3 meter, een grote heilbotkop en verschillende stukken walvisspek aantrof toen hij de buik van een Groenlandse haai opensneed die hij bij Groenland had gevangen?’

Maar de vraag gedurende het hele boek blijft: zullen de twee er nog in slagen een Groenlandse haai omhoog te takelen? Je proeft aan alles dat de vangst van zo’n gigant het slotakkoord van het boek gaat worden. Maar zal het werkelijk gebeuren? Dat is het spannende van dit stoere boek: het laat je tot de laatste bladzijde gissen en ik verklap dus niet of ze de snuit van het oerbeest te zien zullen krijgen. Een ding mag ik wel vertellen: voor de verandering nemen ze op het laatst walvissenvlees mee dat is overgebleven van een of ander skreifeest. Ze hebben het buiten laten liggen zodat het licht bedorven is. Een forse homp wordt aan de haak gezet en die gaat overboord. Nu is het plan om de haai met een doodeenvoudige hengel te vangen. Een haai van een ton omhoog takelen aan een simpele vishengel? Mij lijkt het onbegonnen zaak, maar kunstenaar Hugo is niet voor niets telg uit een oeroud vissersgeslacht. Hij heeft wel sterkere staaltjes van vissersmoed gezien.

Dit stoere boek is niet zomaar en alleen een ode aan de Groenlandse haai. Het is een heldenepos van twee mannen die in de ban zijn van de zee. Een leven zonder de zee kunnen ze zich niet voorstellen. In Haaienkoorts brengt Morten A. Strøksnes op een heerlijke manier mythologie, wetenschap, geschiedenis en literatuur samen. De zee die nog lang zal blijven klotsen, lang nadat wij er niet meer zijn. De rijke zee van rond de Lofoten die zindert van het vissenleven:

‘Duizenden jaren lang werd de plek gezien als de navel van de zee, de wereldbron, de bodemloze afgrond. Ginnungagap, in de noordse mythologie. Waar de zee in enorme stromen naar binnen wordt gezogen en weer wordt uitgespuugd.’

Het vangen van een grote haai vanuit een rubberbootje op de ruige Noordse Zee blijkt bepaald geen sinecure. De pogingen die de kunstenaar en journalist ondernemen, roepen grote bewondering op. Haaienkoorts is een robuust en sfeervol boek voor mannen die er ook van dromen een kolossale haai aan de haak te slaan (waarvan ik er ook één ben). Zeer onderhoudend geschreven en: ik denk het spannendste natuurboek dat ik ooit heb gelezen.

haaienkoorts1

VPRO Boeken
Morten A. Strøksnes was te gast in televisieprogramma VPRO Boeken. Bekijk via Uitzending Gemist het gesprek met deze sympathieke auteur. Je komt veel meer te weten over de achtergronden van Haaienkoorts. Bovendien worden er filmbeelden getoond van de Lofoten, de omgeving waar Strøksnes zijn boek schreef én van de Groenlandse haai. Klik hier om de uitzending van VPRO Boeken te bekijken (start 16.30). Ik verzeker je dat het een boeiend gesprek is.

Haaienkoorts / Morten A. Strøksnes / Atlas Contact / als paperback en ebook

button (1)

 

 

alle recensies van natuurboeken

One thought on “Recensie: Haaienkoorts. De kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse Zee, Morten A. Strøksnes

Comments are closed.