Recensie: Geïllustreerd botanisch woordenboek, Corinne Décarpentrie

Vogels kijken valt soms niet mee, maar planten kijken is soms schier onmogelijk. Althans, wanneer je niet bijster veel verstand hebt van planten natuurlijk. Wie zich bekwaamt in het determineren van planten, die komt een heel eind. Zover ben ik niet, maar gelukkig heb ik weer een goede hulp in handen: het Geïllustreerd botanisch woordenboek van Corinne Décarpentrie. Weer even een duik in de wonderlijke en ondoordringbare wereld van de planten. Deze gids is speciaal voor beginners, en dus ook geschikt voor mij.

Dit botanisch woordenboek gebruik je bij je flora, een boek waarin je met determinatiesleutels plantensoorten op naam probeert te brengen. Ik heb me er een keer aan gewaagd, maar kwam al snel tot de conclusie dat ik voor dat ultieme gepuzzel niet de meest geschikte ben. Wat ook kwam doordat ik de betekenissen van de termen onvoldoende ken. Weet jij het verschil tussen zittend blad, aflopend blad en vergroeid blad? En ooit gehoord van een huikje of een pinna?

Botanische kennis blijkt een randvoorwaarde te zijn om planten te kunnen determineren. En aan die kennis wil het Geïllustreerd botanische woordenboek je helpen. Niet door je in droge lappen tekst, even ondoordringbaar als het meest authentieke oerbos, uit te leggen wat de betekenis van deze en gene term is. Nee, dit woordenboek is juist een heel grafisch woordenboek. Termen worden verduidelijkt met plaatjes. Tabellen en grafieken brengen orde aan in de chaos. En wie toch hecht aan een aanpak die doet denken aan de aloude Dikke van Dale, die bladere door naar de woordenlijst en registers achterin het boek.

Het Geïllustreerd botanisch woordenboek is ingedeeld naar de fylogenetische stamboom van planten. Een vereenvoudigd schema vind je voorin het boek en daarna worden de families in afzonderlijke hoofdstukken in beeld gebracht. Elke familie heeft immers zo zijn unieke kenmerken.

recensie Geillustreerd botanisch woordenboek Corinne Decarpentrie

Het woordenboek zet in met de vaatplanten (planten met vaatbundels waardoor het water dat de wortels opnemen de rest van de plant bereikt). Die vaatplanten vallen dan weer uiteen in twee groepen, maar die details bespaar ik je. Je ontdekt snel genoeg dat de groeivorm van een plant er terdege toe doet bij vaatplanten. En dat de structuur van boom of kruidachtige plant bij de determinatie ook een rol speelt. Het hoofdstuk over de vaatplanten is wel het meest uitgebreid. Geen wonder: haast elk onderdeel van een vaatplant kent verscheidende verschijningsvormen, afhankelijk van de plantensoort.

Verderop in het woordenboek kom ik de bryofyten tegen, de eerste planten die het land koloniseerden toen algen buiten het waer waren gaan leven. Hauwmossen, levermossen en bladmossen behoren tot deze groep. En dat levert een heel eigen idioom op. Sporenkapsel, thallus, het huikje. Nooit geweten dat dit soort plantenonderdelen bestaan, en nu in mijn geheugen gegrift.

De korstmossen behoren tot de thallofyten, een groep organismen zonder vaatstelsel en zonder bladeren, stengels of wortels en met een ongedifferenteerd lichaam. Schimmels, algen en korstmossen behoren ertoe. De paddenstoelen tot slot krijgen ook aandacht. Mooi is de pagina met de tekening van de vorm van de hoeden. Die variëren van kegelvormig, ingezonken, trechtervormig tot genaveld, klokvormig en ‘met een knobbel’.

Ben je geïnteresseerd in planten en wil je een goede plantendeterminator worden, dan is dit een heel handig woordenboek. Je hoeft niet veel te lezen. Het is meer een kwestie van de termen leren aan de hand van plaatjes. Heel beeldend dus en daarom zeer geschikt voor beginners. Echt van deze tijd. Je leert kijken naar de zaken die er toe doen in de plantenwereld. Doe er je voordeel mee en besef dat een volhardende geest altijd vooruitgang boekt, zelfs in het ondoordringbare woud van plantenwereld.

Geïllustreerd botanisch woordenboek / Corinne Décarpentrie / KNNV Uitgeverij / als paperback