recensie erfgenaam van de aarde chris thomas

Recensie: Erfgenamen van de aarde, Chris D. Thomas

Een tegendraads betoog, zo vat ik het boek Erfgenamen van de aarde van de vooraanstaande wetenschapper Chris. D. Thomas op. Waar de meeste biologen de invloed van de mens op de biodiversiteit als desastreus beoordelen, ziet deze ecoloog juist kansen voor de biodiversiteit. Het verhaal van het leven op aarde is immers het verhaal van verandering? Eerlijk gezegd blijft de inhoud van zijn betoog wel een beetje knagen…

De gangbare mening is: de mens laat zijn invloed op aarde zo gelden, dat de biodiversiteit achteruit kachelt en in een nogal rap tempo ook. Daarbij komt: de mens speelt met de soorten, hij maakt er een pot-pourrie van. Bruine rat, hermelijn en varkens introduceerde hij bijvoorbeeld in Nieuw-Zeeland waardoor inheemse soorten razendsnel uitstierven. De dodo is een van de klassieke andere voorbeelden van ons menselijk handen. En wat te denken van de olifant-achtige dieren die alle continenten bevolkten en die na de komst van de mens massaal uitstierven, inclusief wolharige neushoorn en sabeltandtijger? De mens maakt zo bezien geen beste beurt. Hij is de oorzaak van de zogenaamde zesde extinctiegolf. 

In zijn boek Erfgenamen van de aarde bekijkt Chris D. Thomas het wel en wee van soorten met een andere bril op. Hij constateert dat het leven op aarde continu in verandering is. Lukt het een soort nieuw terrein te veroveren, dan gaat dat vaak ten koste van een andere soort. Oftewel: waar de mens (de ene soort) ten tonele verscheen, daar verdwenen andere soorten. Maar: daar introduceerde de mens ook weer nieuwe soorten. En lang niet altijd verdwenen inheemse soorten. De lokale natuur blijkt vaak verrassend flexibel en gastvrij. De meeste uitheemse dier- en plantensoorten worden gewoon toegevoegd aan de bestaande soortenrijkdom en dus neemt de biodiversiteit op lokaal niveau toe. Denk aan de platanen, tamme kastanjes, rododendrons, vlinderstruiken en andere planten die de Europese flora hebben verrijkt. In één van de hoofdstukken van Erfgenamen van de aarde neemt Thomas een bos rond het Lago Maggiore als voorbeeld. Op de oevers van het meer en de bergflanken vind je tegenwoordig talloze tropische planten. En die verrijken de plaatselijke flora.

Komt bij, zo luidt zijn betoog, dat uit onderzoek blijkt dat lang geleden, laten we zeggen een paar miljoen jaar geleden, deze tropische planten en bomen daar ook al voorkwamen. De ijstijden die volgden hebben deze planten en bomen echter geëlimineerd. En nu, door menselijk toedoen weliswaar, keren ze weer terug. Zie daar de positieve invloed van de mens op de biodiversiteit.

In het bestrijden van zogenaamde exoten ziet Thomas dus ook weinig heil. Jazeker, die exoten kunnen tijdelijk woekeren, maar uiteindelijk vinden ze een natuurlijke niche en zie daar, flora en fauna hebben er weer een verrijking bij. Typerend in zijn denken is een zin als: ‘In plaats van te proberen onze voorouderlijke schuld te vereffenen en aan een uitzichtloze strijd te beginnen, kunnen ons maar beter met de stroom mee laten drijven. Als we afstappen van het idee dat oude soorten beter zijn dan nieuwe en gered moeten worden, dan is het duidelijk dat er – als we alle zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën bij elkaar optellen – veel meer verschillende soorten gewervelde dieren in Nieuw-Zeeland voorkomen dan vóór het moment waarop de mens er voet aan land zette en dat er twee keer zo veel planten als voorheen en massa’s geïmporteerde insecten zijn.’

Eerlijk gezegd knaagt deze zienswijze wel een beetje. Dat de Europese rivierkreeft het loodje legt door de introductie van zijn Amerikaanse neef,  zie ik als verlies. Dat de muskusrat in onze polders huishoudt en dijken en oevers ondermijnt, zie ik als bedreiging (maar daar heeft Thomas als bioloog geen boodschap aan). Zelfs de introductie van schimmels die schadelijk zijn voor amfibieën ziet Thomas niet als een probleem en ik wel. Aan de andere kant, toen ik deze zomer las dat de Vlinderstichting nectarkroegen op de heide introduceerde, maar wel met vlinderstruiken die zich niet konden vermenigvuldigen, toen dacht ik: dat is veel te zuinig. Laat die vlinderstruiken maar eens lekker gaan woekeren. Daar hebben die vlinders op de lange termijn alleen maar profijt van. En laten we eerlijk zijn: die uitgestrekte heide zelf is ook het resultaat van menselijk handelen. Daar geef ik Thomas alle gelijk van de wereld in: eigenlijk is de hele aarde, uitgezonderd een enkele bergflank en – top, door ons mensen gevormd. Wij doen heel druk over de grutto en kievit die in ons land op uitsterven staan, maar diezelfde vogels zouden hier niet in zulke grote getale voorkomen als wij mensen de bossen in ons land niet hadden omgezet in weiland. Hoe ver wil je teruggaan in de tijd om te bepalen of een soort inheems is of niet? Een terechte vraag die Thomas stelt.

Uiteindelijk vat hij zijn boek Erfgenamen van de aarde samen in vier overkoepelende principes:

  1. We moeten verandering accepteren.
  2. We moeten voldoende flexibiliteit voor toekomstige veranderingen behouden.
  3. Mensen zijn binnen het systeem van de aarde natuurlijk en alles de mens doet is een natuurlijk onderdeel van de evolutionaire geschiedenis van het leven.
  4. We moeten nog steeds binnen de beperkingen van onze planeet leven. En dat betekent dat we een veerkrachtige, duurzame aanpak nodig hebben. Een maximale efficiëncy nastreven en het milieu zo min mogelijk schade berokkenen.

Principe 4 haalde me uit de gedachte dat Thomas in Erfgenamen van de aarde zou pleiten voor een soort laissez-faire, een onverschilligheid ten aanzien van het menselijk handelen. Zo is het ook weer niet. Hij beoordeelt het menselijk handelen als bioloog die biodiversiteit hoog in het vaandel heeft. Een bioloog die meent dat uitheemse soorten de inheemse flora en fauna uiteindelijk verrijken.

Eerlijk is eerlijk: het blijft in me knagen. Enerzijds kan ik zijn betoog volgen (denk aan de vlinderstruiken op de heide) en anderzijds knelt het (denk aan de Amerikaanse rivierkreeft). Tegelijk ben ik het met hem eens dat we maar heel weinig kunnen uitrichten tegen de verspreiding van soorten over de aarde. Wat mij eerlijk gezegd echt tegenstaat is dat hij het evolutionaire proces als enig criterium inbrengt voor zijn morele kompas (want eigenlijk is Erfgenamen van de aarde een boek over moraal). Evolutie mag dan wel een vormende kracht zijn op aarde, maar ons moreel kompas hoeft toch niet enkel en alleen te buigen voor de god die evolutie heet?

Erfgenamen van de wereld / Chris D. Thomas / Nieuw Amsterdam / als paperback en als e-book

Leuke cadeautjes voor natuurliefhebbers: