Recensie: De wilde stad, Frans Lemmens

Ongeziene natuur. Zo luidt de ondertitel van het kloeke fotoboek De wilde stad van Frans Lemmens. Het was zelfs voor de makers van dit boek een verrassing dat er in de grote stad zoveel soorten voorkomen. Dieren en planten. Woon je in de stad, dan hoef je heus niet naar een buitengebied om te genieten van de natuur. Kijk eens om je heen in de stad. Je zult versteld staan hoeveel natuur je tegen komt.

 

 

 

 

Natuurlijk is dat allemaal wat romantisch voorgesteld. Vogels kijken op de Tongplaat in de Biesbosch zal altijd een ander karakter hebben dan vogels kijken in hartje Amsterdam. Neem alleen al het stadslawaai dat ik kan missen als kiespijn. Maar toch. Ik lees in De wilde stad dat binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam maar liefst dertig soorten zoogdieren voorkomen. Inderdaad zie ik op een van de eerste bladzijden een foto van een bruine rat. Dat de vos al is doorgedrongen tot stadscentra, dat wist ik wel. Maar dat hermelijnen langs de stadsranden jagen, dat vind ik dan weer verrassend. En nog een feitje: er broeden honderdvijftig soorten vogels in Amsterdam. En in de stadswateren zwemmen zestig soorten vissen rond. Dat is voorwaar niet mis!




De stad blijkt een belangrijke leefomgeving te zijn voor dieren en planten. In een bijzonder leuke tekst legt een van de co-auteurs Remco Daalder (bekend van boeken als De gierzwaluw en De meerkoet) en Geert Timmermans uit hoe dit komt. Drie oorzaken waarvan de eerste de diervriendelijke stadsmensen zijn. In de polder wil nog wel eens een boer of jager met een jachtgeweer rond wandelen. Dat zie je in de stad nu nooit. De tweede oorzaak is dat in de stad allerlei biotopen samenkomen. Dat verklaart de enorme diversiteit aan soorten. En de derde oorzaak is dat er in de stad overal voedsel voorhanden is. Niet alleen brood dat wordt gevoerd aan eenden en meeuwen, maar denk ook eens aan het stadswater dat in de winter net iets minder snel bevriest dan in de open polders. Zo heb ik er nog nooit over nagedacht.

De hoofdrolspelers in De wilde stad leven allemaal in Amsterdam. Onze hoofdstad is het decor van het fotoboek. En dus kom je een foto tegen van een kleine mantelmeeuw bij het Oosterdok die vanaf een dukdalf voor de Sint-Nicolaaskerk de omgeving afspeurt. Bruine ratten kom je trouwens vaak tegen op de foto’s. Het schijnt dat er honderdduizenden van deze knaagdieren leven in Amsterdam. Maar ook andere dieren schuimen de straten af op zoek naar eetbaar afval. Kokmeeuwen, kauwtjes, postduiven en blauwe reigers weten er ook wel weg mee.

Alle foto’s zijn mooi, maar ik geniet zelf toch echt van de meer bijzondere soorten. Een kerkuil met een muis in zijn snavel bijvoorbeeld. Of de dwergvleermuis. Een mooi hoofdstuk vind ik dat over de bijen. In Amsterdam leven honderd soorten bijen. Niet alleen honingbijen dus. Er is gelukkig een trend dat in plantsoenen, parken en (dak)tuinen steeds meer bloemen worden geplant en dat heeft een gunstig effect op de insectenstand. Dat dit een trend is kun je ook aflezen van de verschijning van boeken over wild tuinieren in de stad. En dus: gooi al die tegels de tuin uit en plant er bloemen en besdragende struiken. Je zult zien dat je binnen de kortste keren zult genieten van al die mooie dieren in je tuin.

Als het gaat om vogels kijken in Amsterdam, dan valt niet om een allochtoon heen te kijken: de halsbandparkiet. De populairste vogel van Amsterdam. Een prachtbeest dat lelijk schreeuwt. De grote bonte specht hakt zijn nesten uit in de stadsparken. Blauwe reigers dansen op de Albert Cuyp rond de viskramen. Futen baltsen in de grachten. En tienduizenden spreeuwen kiezen elk najaar op het Zeeburgereiland het luchtruim. En dan heb ik het nog niet gehad over al die andere soorten vogels die binnen de Amsterdamse stadsgrenzen leven. Van oeverzwaluw tot ijsvogel, van nijlgans tot meerkoet en veel meer.

De wilde stad laat zien dat ook in stadscentra verrassend veel natuur te vinden is. Een beetje vogelaar weet dat best. Een paar jaar geleden dook in hartje Den Haag een ijsduiker op. En nu zit er in de Utrechtse wijk Lombok een kleine burgemeester, een zeldzame meeuwensoort uit het Hoge Noorden. En niet ver van mijn werk in Utrecht zat vorig jaar wekenlang een groepje pestvogels. Trouwens over dat hoge kantorencomplex waarin ik werk gesproken: daar nestelt een paartje slechtvalken op. Ik vind regelmatig afgekloven vogelbotten op het parkeerdek. Het resultaat van de vraatzucht van deze snelste roofvogel ter wereld.

Toen ik nog aan sportvissen deed, las ik regelmatig een visblad. Een veel terugkerende rubriek was het zogenaamde urban fishing. Als ik De wilde natuur lees en bekijk, dan zijn wij vogelaars ernstig toe om ons over te geven aan urban birding. Maar zie ik mezelf al lopen met verrekijker en telescoop door een stadscentrum? Eerlijk gezegd niet. Maar waarom ook niet? Er lopen vreemde snuiters genoeg in de grote stad. Daar kan deze vreemde snuiter best nog bij.

De wilde stad / Frans Lemmens / Bas Lubberhuizen / hardcover

 

 

De beste vogelgidsen van dit moment: