Recensie: De wilde eend, Gerard Ouweneel

‘De nestor onder de Nederlandse vogelaars.’ Zo wordt Gerard Ouweneel aangekondigd op de achterzijde van zijn nieuwe boek De wilde eend, een nieuw deel in de prachtige vogelserie van Atlas-Contact. Gerard Ouweneel is nog altijd een productieve schrijver. Vorig jaar nog verscheen zijn boek Vogelaars zijn romantici. Nu dus een monografie over één van de bekendste vogels van ons land, tevens één van de vogels waar haast niemand naar omkijkt. Een monografie waarin de romantiek en vooral de weemoed niet in ontbreken.

De wilde eend is een makkelijke klant. Zijn oorspronkelijke leefgebied was het hele noordelijke halfrond, maar de Europese mens nam de eend overal op zijn ontdekkingsreizen mee. Met als gevolg dat je de wilde eend nu zelfs in Australië en Nieuw-Zeeland kunt tegenkomen!

Dat de monografie De wilde eend met enige weemoed is geschreven, blijkt al uit de allereerste pagina. Ouweneel draagt zijn boek op aan Tom Lebret (1918-1982), een bekende en geliefde vogelaar in Zuidwest Nederland. Lebret kende de Biesbosch op zijn duimpjes en verrichte jarenlang onderzoek naar vogels en hun populaties. Ook op andere plaatsen kwam ik zijn naam tegen en alle artikelen maken duidelijk dat Lebret een hele schare vogelaars heeft opgeleid en geïnspireerd. Lebret had ooit het voornemen om een monografie over de wilde eend te schrijven maar is daar nooit aan toegekomen. Wel liet Lebret een uitgebreid archief na dat nu in beheer is van diverse instanties. Gerard Ouweneel maakt deel uit van de werkgroep die waardevolle vogeldagboeken van voor 1970 verzamelt en veiligstelt. Hij heeft dus direct toegang tot het archief van Lebret. Notities van Lebret over de wilde eend inspireerde Ouweneel tot het schrijven van De wilde eend. Haast elk hoofdstuk begint dan ook met een citaat van Lebret.

recensie de wilde eend gerard ouweneel

Is bijvoorbeeld De fuut van Jan Johan Vlug, het vorige deel in de vogelserie, een standaardwerk waarbij alle aspecten die met de fuut te maken hebben, op systematische (doch heel toegankelijke) wijze worden ontsloten, daar is De wilde eend meer een verhalend boek. Gerard Ouweneel put rijkelijk uit zijn persoonlijke notities en uit de notities van Tom Lebret. Het eerste hoofdstuk getuigt hier al van. Hierin vertelt Ouweneel over zijn fascinatie voor de wilde eend. Je leest over een jongetje dat de omgeving van Rotterdam verkent. Het ventje sjouwt door de veengebieden die helaas inmiddels allang verloren zijn gegaan, en springt er over slootjes, spot er hazen en vogels en werpt er zijn hengel uit. Hij vertelt van zijn eerste roerdomp, eind oktober 1950 in de Overwaard bij Kinderdijk (vlakbij mijn huidige woonadres), en van de purperreigers, woudapen, bruine kiekendieven, zwarte sterns, grote karekieten, snorren en ‘een keur aan eendensoorten’ in hetzelfde gebied. De roerdomp zag ik er vorig jaar nog en de andere soorten komen er ook nog voor, met uitzondering van de grote karekiet. Hij vertelt ook dat wilde eenden zijn belangstelling niet echt hadden, en dat herken ik maar al te zeer. De wilde eend, zo algemeen en bekend, waarom zou je daar nog naar kijken? Dan zijn andere eendensoorten toch een stuk interessanter: slobeend, wintertaling, zomertaling, pijlstaart en zelfs de algemene bergeend. En dan lees ik van zijn briefwisseling met Lebret en over zijn ontmoetingen met zijn illustere voorganger. Ouweneel begint mee te doen aan vogeltellingen, vertelt over de impact van de afsluiting van de zeearmen in de Zeeuwse delta. Het meest aansprekende vind ik toch wel zijn verhalen over de vogeltochten bij nacht en ontij door de mooiste vogelgebieden in Zuidwest Nederland. En zo kwam natuurlijk toch ook de wat minder tot de verbeelding sprekende wilde eend in beeld.

Op het het hele wereldrond leven ongeveer dertig miljoen wilde eenden. Niet vreemd dat de wilde eend ook doordrong tot de wereld van de kust. Met als bekendste eend natuurlijk de bekende Donald en zijn familieleden. De eend in de cultuur is het laatste hoofdstuk in het boek.

Wie over de Nederlandse wilde eend schrijft, die ontkomt niet aan een beschrijving van een ander cultureel fenomeen: de eendenkooi. Ouweneel heeft zelfs een pluim over voor de kooiker (de beheerder van de eendenkooi). De kooier was erin geslaagd zich in de psyche van de wilde eend te verplaatsen. Tom Lebret knoopte veel contacten aan met jagers en kooikers en leerde van hen de kneepjes van het vak om eenden te observeren. Nog altijd zijn eendenkooien waardevolle landschapselementen die een leefgebied bieden aan talloze vogelsoorten en andere dieren. Zoek een eendenkooi op met op de oever een vogelkijkhut en je kunt op sommige dagen in de winter je hart ophalen.

Wie schrijft over de wilde eend, moet ook zuiver onderscheiden. In de wereld van de wilde eend valt dat niet altijd mee. Iedereen die wel eens vogels heeft gekeken, weet er van. Dan zie je een eend met een onbestemd verenkleed en vraag je je af welke soort het is. Vaak is het een parkeend, boereneend of soepeend. In de wereld van de eenden komen kruisingen namelijk veelvuldig voor. Kruisingen tussen boereneenden en wilde eenden leveren bonte kleurafwijkingen op die menig vogelaar al heeft bezig gehouden. In het hoofdstuk over de voortplanting ontdek je waarom wilde eenden er geen probleem in zien om ook te paren met eenden van het boerenerf. De mannetjes (woerden) zijn zoals de meeste mensen wel weten, ontzettend fanatiek als het om de voortplanting gaat. Een wijfje boereneend is voor fanatieke wilde woerden dan ook een prima kandidaat om zich mee te vermenigvuldigen.

Over de eendenliefde gesproken. Komen de mannetjes in de baltstemming, dan is het spektakel niet van de lucht. De hofmakerij begint al in augustus, en dat vond ik best sterk, maar inderdaad, ik zag laatst een woerd al imponerend achter een vrouwtje aan zwemmen. Vaak worden vrouwtjes omringd door meerdere mannetjes en dan begint het theater oftewel ‘het sociaal vertoon’. Gerard Ouweneel beschrijft het theater met veel gevoel voor detail. Na het lezen van dit soort details ga ik toch met andere ogen naar wilde eenden kijken. Zie ik de komende maanden zo’n sociaal vertoon dan zal ik mijn camera er langdurig op richten, zo is mijn voornemen.

Om het doen en laten van wilde eenden van dichtbij te bekijken, besloot Ouweneel een broedkorf bij zijn vijver te plaatsen. Het kostte thuis wat overredingskracht (heel herkenbaar), maar het kwam er toch van. Al snel voelde een mannetje soepeend zich tot de korf aangetrokken. Dat was even slikken voor de vogelaar, maar zo gaat het nu eenmaal in de natuur. Vier weken later kwam de soepeend terug, nu met een vrouwtje wilde eend. Tot broeden kwam het paar echter niet. Wel komen soms koolmees, roodborst of winterkoning de korf soms inspecteren.

De rui, het voedsel, maar ook de jacht op de wilde eend en natuurlijk de trek en overwintering van de wilde eend worden beschreven. En dan tenslotte ook een heel fascinerende vraag: hoe komt het dat de populatie van de wilde eend in ons land een dalende tendens vertoont? Onderzoekers kwamen tot de conclusie dat eigenlijk alleen uitval tijdens de kuikenfase overbleef. En is dat eenmaal duidelijk, dan wordt een andere werkelijkheid aan het licht gebracht: die van de afname van insecten op het boerenland. Het oppervlaktewater is door het gebruik van gif in de landbouw zodanig vervuild, dat het een dramatisch effect heeft op insectenpopulaties. En laten eendenkuikens nu vooral insecten eten! De concentraties imidacloprid in het water zijn verontrustend hoog. Dit eist zijn tol in de insectenwereld en vervolgens ook in de vogelwereld. Helaas speelt een instantie als de Universiteit van Wageningen in dit macabere feest een prominente rol. De banden tussen Wageningen, chemische industrie en actoren op de intensieve landbouwmarkt zijn dan ook innig. Het wordt tijd dat Wageningen een duurzame koers kiest. Maar ja, kun je dat verwachten van wetenschappers die al tientallen jaren lang met chemiereuzen optrekken? Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, zo luidt immers het gezegde.

Maar de krakeend dan? Die populatie groeit wel! Ook hier lijkt de kuikenfase een cruciale factor te zijn. Krakeenden beginnen drie weken later met broeden dan de wilde eend en wellicht zijn er iets later in het jaar toch iets meer insecten. En andere verklaring is dat krakeenden een heel verborgen leven leiden in de kuikenfase. En dat klopt wel, denk ik. Ik zie zelden krakeenden met kuikens. En omdat krakeenden minder opvallen, worden ze minder vaak gevangen door predatoren als buizerd en zwarte kraai…

Het boek De wilde eend beschrijft de belangrijkste facetten uit het leven van de meest bekende vogel van ons land. Gerard Ouweneel schreef een leven lang over vogels en dat merk je. Vergeleken met andere delen uit de vogelserie is dit een meer verhalend boek. De persoonlijke bespiegelingen zijn prominenter aanwezig dan in een deel als bijvoorbeeld De fuut. Maar één ding is zeker: na het lezen van De wilde eend kijk je met heel andere ogen, of misschien beter: met aandachtiger ogen, naar die prachtige eend die elke waterpartij bevolkt.

De wilde eend / Gerard Ouweneel / Atlas-Contact / als paperback en als e-book

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!