Recensie: De theorie van warmte, Hans Custers

De klimaatproblemen vliegen ons om de oren. Er is geen houden aan: zelfs de meest fanatieke ontkenner kan er niet meer omheen: het klimaat verandert en de invloed van de mens is immens. Maar wanneer is men eigenlijk begonnen met nadenken over het klimaat op onze planeet over de verandering ervan? In zijn boek De theorie van warmte gaat Hans Custers, scheikundig technoloog, op zoek naar de geschiedenis van de wetenschap achter klimaatverandering.

Verrekijkers voor elke natuurliefhebber

Op CameraNu.nl vind je een groot assortiment verrekijkers. Voor de beginnende en de gevorderde vogelaar, voor kinderen, wandelaars, fietsers, vakantiegangers, etc.

Het begin van de geschiedenis van de moderne klimaatwetenschap

Het weer wordt al duizenden jaren bestudeerd. In Indiase geschriften uit 3.000 voor Christus werd al gefilosofeerd over verschijnselen die wolken en regen veroorzaken, en over de seizoenen. De oude Grieken hielden zich er ook al mee bezig. In dit verband moet natuurlijk Aristoteles genoemd worden die in zijn Meteorologica zijn observaties en ideeën over alles wat zich afspeelt tussen hemel en aarde beschreef. Maar pas in de late zeventiende eeuw rezen de eerste vermoedens over veranderingen van het klimaat in de geologische geschiedenis van de aarde. En in de vroege negentiende eeuw, in 1815 om precies te zijn, ontplofte de Tambora vulkaan in Indonesië en die gebeurtenis ontregelde het klimaat wereldwijd. In 1816 sneeuwde en vroor het in de zomer, sterker nog: 1816 werd het jaar zonder zomer. Het moet de Franse wis- en natuurkundige Fourier ertoe hebben aangezet om de warmtehuishouding van het klimaat als een mondiaal fenomeen te gaan bestuderen. Bij hem begint de geschiedenis van de moderne klimaatwetenschap. Fourier wijdde toen al enkele zinnen aan mogelijke invloeden van de mens op het klimaat. Niet vreemd, want talloze natuurgebieden werden op grootschalige wijze werden ontgonnen voor landbouw en steden, en dat moest een aanzienlijk effect gaan krijgen op het klimaat, zo meende hij.

Alexander von Humboldt

Velen zullen in zijn voetspoor volgen. De klimaatwetenschap evolueerde in rap tempo. Mooi trouwens dat ik ook de naam van Alexander von Humboldt tegenkom. Deze Duitse ontdekkingsreiziger reisde door Europa, Zuid-, Midden en Noord-Amerika en Rusland en had in Zuid-Amerika al ideeën ontwikkeld over de verandering van het klimaat, zoals ik ook al eerder opmerkte in mijn recensie van het magistrale boek De uitvinder van de natuur. Von Humboldt speelt in De theorie van warmte echter een marginale rol. De aandacht gaat vooral uit, en terecht, naar wetenschappers die zich specialiseerden in onderzoek naar het klimaat en alles wat ermee samenhangt.

Geen statisch gebeuren

Hans Custer introduceert de ene wetenschapper na de andere met hun wetenschappelijke ontdekkingen en ideeën. Hij laat zien dat de wetenschap bepaald geen statisch gebeuren is. Wetenschappers beoordelen elkaars werk, wijzen ideeën af, omarmen ze. Sommige wetenschappers zijn zo conservatief dat hun karakter hen ervan weerhoudt nieuwe wetenschappelijke inzichten (die evident op waarheid berusten) te aanvaarden. Niets menselijks is wetenschappers vreemd, maar merkt Custers op: uiteindelijk worden nieuwe inzichten en ideeën vrijwel altijd omarmd, als was het maar omdat de oude generatie uitsterft en de nieuwe generatie, vaak wel vatbaar voor nieuwe inzichten, het stokje overneemt.

Religieuze invloeden

Ik vind het als theologisch geïnteresseerde ook altijd interessant om te lezen over de rol van religie. Die kan in een overzichtswerk niet ontbreken. Custers wijdt er in het hoofdstuk over de menselijke invloed aandacht aan. In allerlei godsdiensten, ook de christelijke, werd de omgeving, inclusief het weer en het klimaat, gezien als een schepping van een hogere macht. En die hogere macht was zijn volgelingen welgezind. Sterker nog: de volgelingen waren ervan overtuigd dat zij door hun Schepper de ideale leefomstandigheden kregen toebedeeld. Nog altijd zijn er gelovigen, ik hoor ze het soms uitspreken, die menen dat de hogere macht die het klimaat bestuurt, alles vast en zeker in de hand zal houden. Dit doet me denken aan wat ik las in het boek Tien vogels die de wereld veranderden van Stephen Moss waarin hij aangaf dat de theologie van de Middeleeuwen en de eeuwen erna ontkende dat dier- en plantensoorten konden uitsterven. God onderhield zijn schepping immers en zou Hij het toelaten dat er een soort die hij geschapen had, uitsterven zou? Terug naar het klimaat: in die tijd, we hebben het over de negentiende eeuw, meende men dan ook dat het klimaat weliswaar kon veranderen, maar dat die veranderingen de mensheid ten goede zouden komen.

Opheldering van het ijstijdenmysterie

Een mooi hoofdstuk vind ik het hoofdstuk over de opheldering van het ijstijdenmysterie. We zijn dan inmiddels in de jaren vijftig van de twintigste eeuw beland. Allerlei nieuwe onderzoeksmethodes hadden het vak van geofysici radicaal veranderd. De eerste ideeën over koolstofdatering werden gepresenteerd. Maar ook klassieke geologische methoden bleven nieuwe informatie opleveren. De ontdekkingen regen zich aaneen. In dit verband ook aandacht voor een Nederlandse biochemicus, Stefan Schouten, die de invloed van de temperatuur op biochemische processen onderzocht. Gletsjers overal ter wereld werden onderzocht. Er werden nieuwe ontdekkingen over de ijstijden gedaan, enzovoort.

Reacties op ontdekkingen over het klimaat

Ik maak een reuzensprong naar het laatste hoofstuk waar Hans Custers ook de menselijke reactie beschrijft op de nieuwste ontdekkingen aangaande het klimaat. Ontdekkingen die soms bijzonder onheilspellend zijn. Hoe reageren mensen daarop? De reacties laten zich samenvatten met drie v’s: vechten, vluchten of bevriezen. Zo vergaat het ook wetenschappers. James Hansen, een baanbrekende wetenschapper werkzaam voor de NASA, besloot met pensioen te gaan om meer vrijheid te hebben om te ageren tegen de uitstoot van broeikasgassen. Vak- en generatiegenoten van Hansen ageren juist tegen de noodzaak van klimaatmaatregelen. Jonge wetenschappers ondertussen, vinden het geen probleem om wetenschap en activisme te combineren. Zij zullen immers de gevolgen van kimaatverandering aan den lijve gaan ervaren, zeker nu de ontwikkelingen zo snel gaan. Door het natuurlijk verloop van de menselijke populatie zal de jonge garde weldra het wetenschappelijk discours gaan domineren. En dat biedt hoop, denk ik dan.

Conclusie

Hans Custers blijft in dit alles overigens weldadig objectief. Hij schreef immers een geschiedenis van de wetenschap achter klimaatverandering en geen activistische of persoonlijk pamflet. Wil je weten hoe de keten van opeenvolgende klimaatwetenschappers eruit ziet, wat hun ideeën waren, welke ontdekkingen zij deden en welke theorieën de tand des tijds hebben doorstaan en welke inmiddels zijn verworpen, lees dan De theorie van warmte. Het boek was voor de niet-wetenschapper die ik ben niet altijd even eenvoudig, maar een alinea herlezen en er even goed over nadenken deed vaak wonderen. In elk hoofdstuk worden in aparte kaders de markante wetenschappers en hun ideeën kort voorgesteld. Dit is een lijvig overzichtswerk over de geschiedenis van de klimaatwetenschap en iedereen die nadenkt over het klimaat en de invloed van de mens op het klimaat, zou ik willen aanraden dit boek zeker te lezen.

De theorie van warmte / Hans Custers / Athenaeum / als paperback en als e-book

de uitvinder van de natuur alexander von humboldt

PS.
Hierboven haalde ik het imposante en magistrale boek De uitvinder van de natuur al aan. Een boek over de beroemde natuurreiziger Alexander van Humboldt die in de negentiende eeuw vele continenten doorkruiste. Tegenwoordig is iedere wetenschapper gespecialiseerd in een bepaald vakgebied. Von Humboldt daarentegen had een meer holistische visie. Hij legde verbanden tussen alles wat hij zag. Dieren, planten, bomen, klimaat, de zee en al die andere verschijnselen op deze aardbol, alles houdt verband met elkaar en dus moet je de natuur ook integraal benaderen. Lees hier mijn recensie over De uitvinder van de natuur.