Recensie: De Scharrelaar 4 – De scharrelaar 2020/2

Het is altijd weer een feest wanneer er een nieuw nummer van De Scharrelaar op mijn deurmat ploft. Tussen de natuurboeken door vind ik het heerlijk om een aantal avonden te vullen met het lezen van korte vogelverhalen. Lezen op de korte baan. Ook de nieuwste editie van het inmiddels toch wel befaamde vogeltijdschrift voor lezers staat weer bol met interessante verhalen. Eén verhaal prikkelde mij bovenal. Wil je weten welk verhaal dat is, lees dan verder.

Wanneer ik de column van Koos Dijksterhuis in Trouw las, weet ik niet meer precies. De aanklacht trof me wel. In Drenthe had een paartje draaihalzen een biels verkozen tot broedplek en laat die biels nu net pal naast een fietspad liggen! Zoals te verwachten werd het nest gedurende het hele voorjaar belaagd door vogelfotografen met de nodige onrust en verstoring tot gevolg. Er werd zelfs een dood jong gevonden in het nest! Dijksterhuis uitte zijn ongenoegen over de gang van zaken en ook Rob Bijlsma, vermaard roofvogeldeskundige, gaat in de nieuwste editie van De Scharrelaar in op deze kwestie.

Dat vind ik een vondst, want schrijft Rob Bijlsma een verhaal, dan zit ik op het puntje van mijn stoel. In dit geval ging ik er eens goed voor liggen in onze versleten bank. Laat ik het zo formuleren: Bijlsma beschouwt de wereld meestal vanuit net een iets ander perspectief dan de doorsnee burger. ‘Welvaart, met in haar kielzog geld, vrije tijd en hoge levensverwachting, heeft veel mensen in een lastig parket gebracht. Wat te doen met die weelde! Gelukkig is daar de natuur, en nog gelukkiger: die natuur is in handen gekomen van geldaanbidders die er een verdienmodel van hebben gemaakt. Iedereen content.’ En zo is er een club mensen die verdient aan het verkopen van optiek en camera’s aan gestreste werkslaven die met hun welverdiende instrumentarium nestelende draaihalzen gaan belagen. Wat bleek? Met de stijgende leeftijd van de jonge draaihalzen werden de fotografen steeds brutaler. Veilige afstanden tot het nest en de ‘halsjes’ werden niet in acht genomen. Dat de oudervogels nog slechts vier maal per uur kwamen voeren, deerde niemand. Niemand in de fotografenkudde die de vogels werkelijk goed observeerde. Het was dom klikken als de oudervogels er waren, en turen naar een schermpje als ze weer vertrokken waren. Een steekproef van de kudde leverde Bijlsma het volgende beeld op: 22 fotografen in totaal, 13 mannen, 8 vrouwen en 1 jongen. 18 personen hadden overgewicht, slechts 4 een slank postuur. Op 2 personen na stonden ze allemaal buiten de auto opgesteld, in het volle zicht van de draaihalzen. En iedereen ging met hetzelfde plaatje naar huis…

De calvinist in mij ging op zelfonderzoek uit toen ik het verhaal gelezen had. Van het broedgeval ‘hoorde’ ik pas tijdens het lezen van de column van Koos Dijksterhuis. Drenthe ligt veel te ver van Alblasserdam, dus had ik het eerder geweten, ik had het nest niet bezocht. Maar stel dat. Stel dat het nest op een kwartier rijden van mijn woonplaats had gelegen. Vrijwel zeker dat ik me ook bij de 18 personen met obesitas had gevoegd. En had ik het aantal slanke personen met 1 verhoogd. Ik had geen foto’s gemaakt, wel een filmpje. Had ik het paartje met genoeg discretie bejegend? Ik hoop het, maar presenteer me hier niet als een heilige boon. Tot de ethiek van vogelfotografie zou moeten behoren dat je broedgevallen niet verstoort, op geen enkele manier. Geen nestfotografie, zo luidt een dwingende regel van een Facebookgroep waar ik lid van ben. Zelfs een plaat van een eksternest wordt niet getolereerd. Calvinisten houden niet van de glijdende schaal. Wie zich waagt aan een foto van een eksternest hoog in de boom, die eindigt zittend in het gras op nog geen vijf meter van een draaihalsnest. Geen nestfotografie dus, hoe normaal je ook bent. ‘Heel normale mensen, die vogelfotografen, zij het met een bovengemiddeld abdominaal profiel. Allemaal kinderen van de welvaart. Allemaal een babbelpraatje achter de hand om hun eigen egocentrische gedrag als iets moois aan te prijzen waarmee bovendien de natuur kan worden gered.’ Aldus Rob Bijlsma en waarvan acte.

recensie de scharrelaar 2020 4 pestvogel

Hoe zwart is een zwarte zee-eend? Nou, het allerzwartst, schrijft Kees Camphuysen. De autopsie op een dood exemplaar laat zien dat sommige zwarte zee-eenden ook inwendig soms het allerzwarts zijn. Het exemplaar dat op de tafel lag was geheel verkankerd. Een krabbenpoot in de maag van de eend doet vermoeden dat hij etend ten onder is gegaan.

Dat kippen houden een kunst is, lees je in het openingsverhaal van Threes Anna. Kippenbezitter, havik en buurtkat, allemaal lusten ze wel een kippetje. De verhalen over de Amerikaanse trekduif zijn helaas wel heel erg mythisch sinds van de miljarden duiven er niet eentje meer over is. Gelukkig doet onze eigen houtduif nauwelijks onder voor zijn verre achterneef. Hay Wijnhuiven bezocht nota bene verkeersknooppunt Maanderbroek om ouderwetse duivenzwermen te ondergaan. En Saskia van Loenen neemt het dapper op voor de ekster. Het is zoals altijd lastig om me in te houden. Liefst zou ik alle verhalen inleiden, maar daarmee maai ik het gras voor de voeten van de lezers weg. Ik heb al te veel geschreven. Argeloos lezen is ook een mensenrecht. Goed dan, nog één verhaal noemen: dat van Achilles Cools over de bijeneters op zijn domein in Extremadura.

Heerlijk leesvoer weer, het nieuwste nummer van De Scharrelaar. Deze vogelverhalen te lezen is een feest. Lof aan alle schrijvers. Lof aan alle vogels die zich in meer of mindere mate van noodlottigheid hebben laten vereeuwigen.

De Scharrelaar 4 / Atlas Contact / als paperback

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!