recensie de magie van vogels kijken johanna romberg

Recensie: De magie van vogels, Johanna Romberg

Waarom vogels kijken gelukkig maakt. Zo luidt de ondertitel van het boek dat ik net heb gelezen: De magie van vogels, geschreven door de Duitse schrijfster Johanna Romberg. En waarin je leest van haar passie voor vogels, het bestuderen van vogels en, niet minder leuk: waarin je leest over het bijzondere leven dat vogels leiden.

Johanna komt uit Duitsland en ik uit Zeeland. Twee werelden die qua biotoop flink van elkaar verschillen. En toch herkende ik me meteen in de eerste hoofdstukken van De magie van vogels. Ook ik koester de eerste indrukken die ik opdeed met vogels kijken. Zoals Johanna zich al tweeënvijftig jaar afvraagt of die ene vogel daar op die bergrots een rode patrijs was of een sneeuwhoen, zo denk ik terug aan de eerste pijlstaarten en brilduikers die ik zag op de Molenplaat. Hoewel, zag? Net zoals Johanna was ik heel jong toen ik als jong ventje meeging op een vogelexcursie. En toen ik werd uitgenodigd om door de telescoop te kijken, antwoordde ik natuurlijk braaf ‘ja’ op de vraag of ik de pijlstaart echt zag. En natuurlijk, ik zag hem niet of maar half. Want de pijlstaart werd omringd door zoveel andere eenden en welke was het nou? Maar die eerste indrukken waren voldoende: ik was verslingerd geraakt aan het vogels kijken.

Ook de manier waarop Johanna vogels kijkt, lijkt heel sterk op de mijne. Ook ik ga niet systematisch te werk als het om vogels kijken gaat. Ik heb evenals haar nooit lijsten bijgehouden. Ik kijk voor mijn plezier vogels, zonder bewust uit te zijn op het verzamelen van bijzondere soorten. En dan deel ik nóg een andere eigenschap met Johanna: ik wil wel weten wat ik zie of hoor. Zie of hoor ik iets wat ik niet ken, dan blijf ik net zolang staan tot ik het weet. Of tot het moment dat de vogel gevlogen is. Want de magie van vogels kijken is ook: je zelf overgeven aan de onvoorspelbaarheid van het moment, het onverwachte in het gedrag van vogels.

En dan nog iets: ook de allereerste vogelgids heeft natuurlijk iets magisch in het leven van een vogelaar. Voor Johanna was dat de gids Wat vliegt daar?. Voor mij was dat geloof ik Welke vogel is dat? Wat beide gidsen met elkaar gemeen hadden was dat het bepaald geen volwaardige gidsen waren. Vergeleken met de gidsen die nu beschikbaar zijn, waren ze bijzonder armoedig. Maar toch: deze gidsen hebben ons vergezeld op talloze vogeltochten.

In De magie van vogels kijken beschrijft Johanna het wel en wee van ontzettend veel vogels. Van houtduif tot gierzwaluw, van goudhaantje tot kraanvogel. Natuurlijk is het boek in een Duitse context geschreven, maar helaas: die verschilt niet zo heel veel van de Nederlandse context. Ook in Duitsland slinken populaties van veldleeuweriken, kieviten en andere soorten. En ook in Duitsland nemen sommige soorten juist in aantal toe, omdat ze erin slagen zich aan te passen aan het nieuwe landschap dat door ons mensen in rap tempo verarmt. Maar gelukkig, af en toe stuit ze op een ontwikkeling die haar juist gelukkig maakt. Als ze bijvoorbeeld hoort van de ontwikkelingen rond de Dümmersee waar soorten als grutto, wulp en kievit juist in aantal toenemen. Dat zijn ontdekkingen die een vogelaar gelukkig maken. Trouwens, een vogel te zien maakt een vogelaar natuurlijk al gelukkig. En dan hoeft die vogel absoluut niet zeldzaam te zijn. Daarvan getuigt haar boek in de allereerste plaats. En dat is leuk, want daarmee komt De magie van vogels juist zo dichtbij. Iedereen kan vogels kijken!

Vaak lees je ook iets over de biologie van vogels. Over de biologische zin van kleuren bijvoorbeeld. Of de vraag of dieren, en dus ook vogels, beschikken over een persoonlijkheid. Je leest ook over onderzoek naar vogels. Ze gaat op bezoek bij vogelringers, bij mensen van een asiel dat gierzwaluwen opvangt. En ze vraagt zich ietwat pessimistisch af hoe het komt dat de huidige generatie kinderen zo weinig met de natuur hebben. Digitale schermen en het Duitse onderwijs wijst ze als oorzaken aan. In het laatste hoofdstuk weerspreekt ze deze trend trouwens als ze opmerkt dat in Groot-Brittannië zich juist een ommekeer voltrekt: de generatie van 16- tot 25-jarigen ontdekt daar juist dat birding een coole en ook zinvolle manier is om van de natuur te genieten. En daarbij zijn digitale bronnen juist een belangrijk hulpmiddel.

Tot de mooiste hoofdstukken reken ik dat over Helgoland. Ze reist af naar dit bijzondere eiland voor de noordkust van Duitsland. Om er de vogeltrek te volgen. Ze ziet er een goudhaantje, het kleinste vogeltje van Europa. In de weilanden is het een drukte van belang met leeuweriken, kneutjes, geelgorzen, tapuiten en veel meer. En ze reikt je een basisregel aan: als er ergens een kluitje mensen staat, het liefst met van die dikke telelenzen, dan moet je erbij gaan staan. Daar valt iets te beleven. In haar geval zag dat kluitje mensen een oeverpieper, kuifaalscholver en een zwarte zeekoet. Even later wordt een goudhaantje ontmaskerd als een bladkoning, een dwaalgast uit de Siberische taiga.

Waarom vogels kijken gelukkig maakt? Natuurlijk omdat je altijd en overal vogels kunt kijken. En overal en altijd is er dat verrassingselement. Maar het zijn ook de mensen die je (soms) gelukkig maken. Met elkaar een bijzondere soort ontdekken. Je met anderen inzetten om vogels te beschermen. Johanna heeft met De magie van vogels een heel prettig boek geschreven. Voor vogelaars én niet-vogelaars! Ze schrijft op een betrokken en persoonlijke manier waardoor het verhaal diepgang en vaart krijgt (en houdt). Ze heeft helemaal gelijk: vogels kijken scherpt de zintuigen. En het leid je voor een ogenblik af van de dagelijkse beslommeringen. Even heel wat anders, even de blik gericht op wezens die hun geheel eigen leven leiden. Wezens die zich waarschijnlijk nooit helemaal zullen laten begrijpen, en vandaar ook de magie. Wie dat eenmaal heeft ontdekt, die zal een heel leven lang vogels kijken. Zeker weten.

De magie van vogels / Johanna Romberg / HarperCollins / als hardcover en als e-book

De beste verrekijkers om vogels te kijken: