Recensie: De hooivogel. Gerrit Gerritsen

Waarom dreigt de grutto Nederland te verlaten? Dat is een vraag die grutto-onderzoeker én liefhebber Gerrit Gerritsen ernstig bezig houdt. In zijn boek De hooivogel blikt hij terug op de gloriejaren, die toch echt zo gek ver in het verleden niet liggen. Hij benoemt de kantelpunten, de pijnpunten en probeert een blik in de toekomst te werpen. Maar of de grutto ook in de toekomst onze nationale vogel nog is? De persoonlijke brief van de grutto aan ons doet het ergste vrezen. Maar gelukkig, er zijn ook nog lichtpuntjes!

Eerst naar het begin, naar de jonge Gerrit Gerritsen. Het boek De hooivogel is in de eerste plaats een verslag van een leven lange omgang met de grutto. In zijn jonge jaren was Gerritsen al veel buiten. Even een fuik zetten om te kijken of er nog een beetje leven onder water zat. Een fuik vol paling was geen ongewoon tafereel. Wat verleden en heden verbindt is dat het in beide tijdsvakken verboden was om te stropen. Als de veldwachter je in vroeger tijden te pakken kreeg… Maar jezelf in vroeger tijden langs de kant van een weiland verstoppen voor de veldwachter was zo eenvoudig nog niet. Er zaten grutto’s in de wei en die verraadden je door luid boven je hoofd te alarmeren. Dat was de tijd dat er op elk paaltje een grutto stond.

Zouden er aan het begin van de jaartelling grutto’s in ons land hebben gebroed? Hooguit tienduizend paar, schat Gerritsen in. We zullen het nooit weten. De eerste schatting wordt pas na de Tweede Wereldoorlog gemaakt. In 1955 kwam een rapport uit dat uitging van 50.000 tot 80.000 broedparen in een aantal provincies. Gerritsen extrapoleert de uitkomsten van dit onderzoek en komt dan uit op een ruwe schatting van 137.000 paren. Van deze aantallen kunnen wij nu slechts dromen. Op elk paaltje een grutto, zoiets.

Dat het kleine Nederland het belangrijkste grutto-land ter wereld is, weten we denk ik wel. Vandaar ook de zorgplicht die ons land heeft voor de koning van de weide. Tot mijn verrassing broedt de grutto echter ook in Scandinavië en zelfs in Rusland. Gerritsen doet verslag van een grutto-reis naar Finland. En ook op IJsland komt deze steltloper voor, maar dat is dan een ondersoort: de IJslandse grutto. Je kunt deze ondersoort elk jaar vanaf februari in grote aantallen zien doortrekken in ons land.

recensie de hooivogel gerrit gerritsen

Gerritsen ging in het kader van zijn onderzoeken nog verder van huis. Tot diep in Afrika, waar hij de overwinteringsgebieden van de grutto bezoekt. Of naar Spanje en Marokko, waar onze grutto’s overwinteren in de rijstvelden. Nergens is de grutto echter veilig. Hoe meer naar het zuiden hoe meer er op deze prachtige vogel gejaagd wordt. En hebben Nederlandse vogelbeschermers eens overleg met Franse jagers, dan weigeren de laatsten zich neer te leggen bij een stop op de jacht op de grutto. De reden? Niet zozeer de grutto, maar wel steltlopers als wulp, regenwulp en IJslandse grutto. Die vliegen vaak samen met de grutto’s en hoe zouden ze die andere steltlopers nog kunnen schieten als ze de grutto niet mogen schieten? Ik vind het nog altijd schandalig en verbazingwekkend. Het ene land doet verwoede pogingen (nou ja, veinst verwoede pogingen te doen, maar daarover later meer) om de grutto te beschermen, in het andere land worden ze beschoten. En dat geldt dus ook voor vele andere soorten.

Grutto-onderzoek kan niet zonder ringen, niet zonder het ombinden van zenders, zelfs niet zonder het verven van veren. Gerritsen is er zijn leven lang zoet mee. Grutto’s vangen in Nederland, in Marokko, in Spanje. Deze ringen, een zender om hangen of een paar veren geel of rood verven. Daarmee kunnen de grutto’s worden gevolgd en herkend op hun tochten van noord naar zuid en andersom. In Frankrijk merkte hij hoe welgestelde jagers voor een appel en en ei de ene na de andere boerderij opkochten om zo de jachtrechten veilig te stellen. Het zette hem aan het denken: stel dat Vogelbescherming Nederland nu eens een aantal van die boerderijen zou opkopen. Zou dat niet een efficiënte manier zijn om de grutto (en andere vogels) te beschermen? Een staaltje out-of-the-box denken dat niet werd gedeeld, helaas.

Een heel enkele keer sluipen er iets van dagboeknotities in het verhaal van De hooivogel. Niet alle details over een reis naar het buitenland zijn even relevant. Zo wandelen de vogelonderzoekers eens door Sevilla, op zoek naar boodschappen en eten. Dan kom je af en toe een zin tegen als: ‘We passeren een Lidl en kopen stokbrood, roomboter, kaas, chorizo, perzikenjam, chocopasta, clementines, appelen, sinaasappel- en ananassap.’ Dat het ondertussen ook in de wintermaanden in Extremadura en Doñana spectaculair kan zijn met de vogels bewijst Gerritsen wel in zijn verslag. Zwermen van duizenden en soms tienduizenden grutto’s komen daar nog voor. Als ze er eens zijn voor een televisie-opname voor Vroege Vogels, filmen ze zo’n zwerm. Na het zien van de documentaire verzucht zijn bejaarde moeder dat er nog ‘zoveel van zijn’. Op slag betwijfelt Gerritsen of de formule van de uitzending wel zo geslaagd was. Want de neergang van de grutto-populatie in Nederland was op dat moment al in volle gang.

Wat mij verbaasde tijdens het lezen van De hooivogel is dat tot ver in de jaren tachtig het nog zo beroerd niet ging met de grutto in ons land. Kruidenrijke hooilanden waren toen nog heel gewoon. Daarna ging het ronduit mis. De landbouw veranderde in een industriesector. De turboweilanden blijken een onveilige omgeving voor de grutto. Als de nesten niet worden kapot gemaaid, dan de kuikens wel. Ook de rol van roofdieren moet niet worden onderschat. Door het sterk verlaagde waterpeil drong de vos steeds dieper in ons land door, en in steeds grotere aantallen. Maar de intensieve landbouw is toch echt veruit de grootste bedreiging voor de grutto. Ik heb me trouwens wel eens afgevraagd of boeren eieren en kuikens wel kapot mogen maaien en in De hooivogel ontdekte ik het antwoord: nee, dat is wettelijk verboden. Maar opeenvolgende ministers en andere bewindslieden weigeren hier serieus werk van te maken en dus blijft de praktijk van het kapot maaien gewoon doorgaan. Met soms heel tegenstrijdige verschijnselen. Zo krijgt een boer subsidie voor het aantal nesten van weidevogels op zijn weiland. Dat hij de kuikens na vaststelling van het aantal nesten kapot maait, dat hindert niet. Subsidie is binnen, de ambtenaar heeft niets onoorbaars gezien.

In de tweede helft van De hooivogel stuit je in vrijwel elk hoofdstuk op dit soort van schrijnende verhalen. Het begint met het Engelse raaigras waarin insecten nauwelijks een kans krijgen en waartussen grutto-kuikens niet uit de voeten kunnen. Spreekt een vogelbeschermer een boer aan op zijn verwoestende beleid dan slingert de boer hem naar het hoofd: ‘Van jou gelul kan ik niet vreten’. Gesprekken met FrieslandCampina en andere grote coöperaties over de introductie van weidevogel-vriendelijke zuivel lopen op niets uit. De grote spelers in het agricomplex willen voor de wereldmarkt blijven produceren en dat betekent: produceren in bulk. Voor de boeren betekent dat vervolgens: een focus op de kostprijs die steeds lager moet worden. Natuur in het weiland is een kostenpost en dus sneuvelt de natuur als eerste. Vanaf de jaren negentig gaat het daarom hard achteruit met de grutto (en andere weidevogels) in Nederland.

Ik kan na het lezen van De hooivogel niet anders concluderen dan dat alle partijen die op de grutto betrokken zijn, niet bij machte zijn geweest om onze nationale vogel te beschermen. Natuurbeschermers willen koste wat kost in gesprek blijven met de landbouwsector. Boeren produceren in bulk waarbij elke cent in de kostprijs telt. Overigens ontbreekt het vaak ook aan de wil om weidevogels te beschermen. Over zuivelcoöperaties hoeven we het al helemaal niet te hebben. FrieslandCampina speelt een negatieve rol, maar vlak ook een biologische aanbieder als Arla niet uit. Niet alles wat biologisch heet, is ook weidevogel-vriendelijk. En de overheid met zijn zorgplicht voor de bedreigde grutto? Die produceert ministerieel rapport na ministerieel rapport, investeert soms enorme bedragen in onderzoek naar de achteruitgang van de grutto, schetst vergezichten en doet beloften. En aan het slot van het liedje gebeurt er niets. Dit keer trouwens een boek over de natuur en boerenland waarin de naam van oud-staatssecretaris Henk Bleker eens een keer niet in voorkomt. Wel die van CDA-ministers Cees Veerman en Gerda Verburg. Ze belijden hun goede bedoelingen met hun mond, maar wat uit hun handen komt is te weinig.

De hooivogel van Gerrit Gerritsen laat zich op een heel prettige manier lezen. De korte hoofdstukken belichten elk op een heel persoonlijke wijze een aspect van het leven van en het onderzoek naar de grutto. Leerzaam om zo kennis te nemen van vrijwel alle aspecten over het leven van de grutto. En van de geschiedenis van de grutto in ons land. De boodschap is evenwel niet prettig: de grutto dreigt uit ons land te verdwijnen. De auteur ontsteekt soms in woede. En ik geef hem geen ongelijk. Het is niet te bevatten hoe zeer wij de natuurwaarden op het platteland aan het verkwanselen zijn. Overheid, zuivelcoöperaties, natuurbeschermers en boeren zouden toch meer tot stand moeten kunnen brengen dan deze wanvertoning? Het steekt me in dit verband dat Gerritsen (mijn inziens terecht trouwens) verzucht dat er ook een verband is met het westerse christelijke geloof waarin zich de gedachte ontwikkelde dat de mens de natuur naar zijn hand mocht zetten voor eigen gewin. Helaas is dit nog altijd het uitgangspunt van de drie christelijke politieke partijen die ons land rijk is, hoezeer men in partijprogramma’s ook vroom schrijft over ‘rentmeesterschap’. En helaas hebben de meeste seculiere partijen van dit denken ook nog geen afstand genomen. Deze vorm van cultuurchristendom mag wel uit de boeken geschrapt worden, vind ik.

Het platteland als industriegebied. Dat is het kernprobleem. Niet alleen in Nederland, maar in grote delen van Europa. En zo jagen we de grutto weg. En vele andere diersoorten in zijn kielzog. Geen wonder dat Gerritsen zijn boek afsluit met een grutto die zijn verhaal doet. De grutto gooit het op een andere boeg. Hij verlaat Nederland en gaat op zoek naar nieuwe leefgebieden, tot ver in Rusland aan toe.

De hooivogel van Gerrit Gerritsen is het persoonlijke verslag van een leven lange omgang met de grutto. Het is een buitengewoon leerzaam boek, want het levert niet alleen een schat aan informatie op over onze vogel des vaderlands, het laat je ook zien waar het misgaat in onze relatie met de grutto. En gelukkig toch hier en daar ook nog een lichtpuntje hoor. Daar waar boeren zich wel willen inspannen voor de grutto. Want die zijn er gelukkig ook nog. Toch nog een reddingsboei. Hopelijk is die groot genoeg om deze prachtige steltloper te behouden voor ons land.

De hooivogel / Gerrit Gerritsen / Noordboek Natuur / als hardcover

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!