Recensie: De griel, Guido Keijl en Ruud Vlek

Kroniek van een spookvogel, zo luidt de ondertitel van het kloeke boek De griel. Helaas is deze mysterieuze steltloper al meer dan een halve eeuw als broedvogel uit Nederland verdwenen. Dit boek brengt alle kennis over de griel in Nederland samen. Een lijvige monografie over een vogel die je nu in het buitenland moet zoeken, wil je hem zien.

Zo iemand was ik. Ooit. Het moet achttien jaar geleden zijn geweest toen ik de onovertroffen gids A birdwatching guide to France south of the Loire aanschafte, speciaal om griel (en ortolaan) te ontdekken. Grielen heb ik toen inderdaad gezien. Op de stenige zandbanken in de Allier bij Moulin en jaar later op Causse Méjean in de Cévennen. Vandaar de speciale interesse voor het boek De griel van Guido Keijl en Ruud Vlek. Ik heb wel iets met de griel, maar de griel helaas niet met mij. Het is zeventien jaar geleden dat ik hem voor het laatst zag.

Natuurbeschermers van het eerste uur zoals Jac. P. Thijsse en Jan P. Strijbos schreven over de grielen die zij aantroffen in de duingebieden in Noord-Holland. Het zijn de notities van deze bekende natuurmensen, aangevuld met losse artikelen en foto’s van andere auteurs en vogelliefhebbers die de auteurs op het idee brachten al die losse bronnen bij elkaar te brengen. Want hoe zat het nu precies met de griel in Nederland? Hoorde hij er volop bij, zoals grutto, patrijs en zwarte stern, of moet je zijn voorkomen rechtstreeks in verband brengen met het beheer van onze duingebieden?

Nederland was voor de griel de grens van hun verspreidingsgebied. Ten noorden van Nederland kwam hij niet voor. Dat ze in de Noord-Hollandse duinen tot broeden kwamen, was tot op zekere hoogte uniek te noemen. Elders in Europa broedt de griel namelijk zelden in zandige duinen. De auteurs gaan zo grondig te werk dat ze zelfs met terugwerkende kracht konden bepalen waar de grielennesten zich bevonden, én ook nog eens in welk type duinlandschap. ‘In het duindoornlandschap lagen veertien nesten, waarvan negen dichtbij een stuk fakkelgras- of buntgraslandschap.’ Dit tekent de grondigheid waarmee de auteurs hun onderzoek hebben uitgevoerd. Het plaatsen van de grielen in het landschap, betekent ook dat de auteurs de biologie van de griel in Nederland duidelijk kan inkleuren. Zo vind je uitgebreide tabellen in deze monografie en zelfs eentje met een lijst van planten rond 53 grielennesten.

recensie de griel guido keijl en ruud vlek

Al snel ontdekte ik dat de oorzaak van het verdwijnen van de griel als broedvogel in Nederland gezocht moet worden in het veranderde duinlandschap. Strandzand waaide na de Tweede Wereldoorlog niet langer ongehinderd de duinen meer in. Het duingebied verruigde en toen in 1953 de konijnenziekte myxomatose zijn intrede deed, was het gedaan met de konijnen die het duinriet eronder hielden. In dit verruigde landschap hield de griel het niet uit en hij verdween. Nu is bovendien de recreatiedruk in de duinen zo hoog dat van een terugkeer geen sprake kan zijn.

In uitgebreide en gedetailleerde hoofdstukken gaan de auteurs in op een veelvoud aan thema’s. Denk bijvoorbeeld aan de griel in Nederland voor 1860. De fotografie van grielennesten en het verzamelen van de eieren. De mate waarin de grielenpopulatie in ons land in relatie stond met populaties in omliggende landen. En een keur aan thema’s die te maken hebben met de biologie van de griel in Nederland. Van voorkomen buiten de broedtijd tot gedrag, geluid, foerageergedrag, rui en leeftijd. De figuur van Jan P. Strijbos speelt in dit alles een belangrijke rol, hoewel zijn notities soms wel vragen oproepen. Harde gegevens werden verkregen uit ringonderzoek dat ook voor de Tweede Wereldoorlog al werd uitgevoerd. Zo werden in de jaren 1928-1953 veertien grielenpullen geringd waarvan er twee zijn terug gemeld. Op basis van het ringonderzoek concluderen dat ‘onze’ grielen in Spanje overwinterden.

Liefhebbers van historische foto’s kunnen hart ook ophalen in De griel. Nestfotografie werd in de loop van de twintigste eeuw steeds goedkoper. De beperkte technische mogelijkheden stelden de vogelfotografen echter alleen in staat om nesten te fotograferen. Vliegende vogels fotograferen was nog niet mogelijk. Ook hier moet de naam van Jan P. Strijbos genoemd worden. Ik kom een foto tegen van hem terwijl hij zijn schuilhut aan het bouwen is in de duinen. Hij wordt door de auteurs ‘grielentopfotograaf’ genoemd die hen in staat stelde deze lijvige en gedetailleerde monografie samen te stellen. Maar er waren er meer die nesten van grielen fotografeerden! De auteurs wisten 292 verschillende nestfoto’s van ten minste 35 fotografen te achterhalen die allen te samen 75 verschillende nesten wisten te fotograferen. Nestonderzoek werd echter niet alleen door fotograferen uitgevoerd. Ook eierverzamelaars hebben hun sporen achtergelaten. Dat is een wat schurend randje in het boek. Hoe zeldzaam de griel ook was, de eieren werden onbarmhartig geraapt. Sterker nog, hier speelden ook economische motieven een rol. Want hoe zeldzamer een object, hoe hoger de prijs. En dat ging ook op voor de eieren van de griel. Verzamelaars brachten de eieren onder in hun collectie en daar konden de auteurs dankbaar gebruik van maken. Van de eieren die voor consumptie zijn geraapt, ontbreekt echter elk spoor, hoewel… De hierboven al genoemde Strijbos heeft een notitie nagelaten waarin hij vermeld dat delicatessenzaak Van Maaren Jansen in Haarlem behalve de eieren van een aantal weidevogels ook grieleëieren had liggen.

Wie droomt over de terugkeer van de griel als broedvogel in Nederland, die moet wel heel optimistisch zijn. De duingebieden in Noord-Holland hebben zich door toedoen van de mens zodanig ontwikkeld dat voor de griel geen plaats lijkt. Hoewel het beheer van de duingebieden de laatste decennia erop is gericht op open terrein te creëren, is de recreatiedruk nog altijd dermate hoog dat het niet voor te stellen is dat er ooit nog een grielenpopulatie van enige omvang in Nederland te vinden zal zijn. Terecht concluderen de auteurs dat het duinlandschap dynamisch is en dat het altijd onderhavig aan aan veranderingen. Soorten komen en verdwijnen, maar verdwijnende soorten duiden meestal op verschraling. De grielen in ons land hadden we echter te danken aan verrijking door mensenhanden. De bloeiperiode van de griel is rechtstreeks in verband te brengen met menselijk ingrijpen in de duinen en met de relatieve rust in de gebieden tot halverwege de twintigste eeuw. De griel was dus een cultuurvolger.

Maar wel een cultuurvogel die ik graag eens in Nederland zou tegenkomen! Deze kroniek van een spookvogel maakt duidelijk hoe bijzonder de griel is (of was). Zie hem zitten, de steltloper met het grote, starende oog, op zijn nest naast een beginnende duindoorn. Broedend, in 1914 in de Kennemerduinen. Deze prachtige vogel staart je aan op de voorzijde van het boek. Een opmerkelijk rijk boek over een even opmerkelijke steltloper. Een steltloper die ik zeker nog een keer ga opzoeken in Frankrijk, maar waarover ik nu véél meer te weten ben gekomen.

De griel / Guido Keijl en Ruud Vlek / KNNV Uitgeverij / als hardcover

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)