Recensie: De avonturen van een jonge bioloog, David Attenborough en Zoo Quest

SNP Natuurreizen Costa Rica

Recensie De avonturen van een jonge bioloog David Attenborough zoo questZelfs de meest indrukwekkende carrière begint pril. Ook die van sir David Attenborough, de bioloog die de manier waarop we naar de natuur kijken voorgoed veranderde. Hij is ook de documentairemaker met de onderkoelde Britse humor. Wie heeft niet genoten van zijn natuurdocumentaires waarvoor hij de hele wereld afreisde en vaak afgelegen, onherbergzame gebieden bezocht? Dat soort reizen staan garant voor onvergetelijke ervaringen. En over deze ervaringen vertelt Attenborough in zijn boek De avonturen van een jonge bioloog. Het boek is geschreven zoals de documentairemaker vertelt: lichtvoetig, vol humor en altijd respectvol over medemens, dieren en planten.

 

 

 

 

 

Het begint al meteen met Zuid-Amerika. Waar de meest verschrikkelijke dieren ter wereld leven. Zo verschrikkelijk dat ze zelfs weerzinwekkend zijn. Vleesetende vissen, vampiervleermuizen en kaaimannen. Die laatste is de eerste soort waar David Attenborough jacht op maakt in zijn boek De avonturen van een jonge bioloog. ‘We hadden een kaaiman ingesloten en gezien het formaat van zijn tand, een heel grote.’ Het lukt de ploeg om de kaaiman te vangen, de bek dicht te binden met touw en hem de truck in te laden. ‘We reden terug naar de savanne. Charles en ik zaten aan weerszijden van de kaaiman met onze boeten op nog geen vijftien centimeter van zijn muil, in de hoop dat de touwen inderdaad zo sterk waren als men beweerde.’

De televisieploeg bezocht Guyana en bij die ene kaaiman bleef het niet. Ze verbleven bij de familie McTurk waarvan Connie de reputatie had de beste kok van Guyana te zijn. Na de moten vis volgt de geroosterde eend en daarna het fruit. Twee vogels landden op de schouders van Attenborough die talmt om ze eten te geven. De parkiet neemt het initiatief door snel af te dalen naar zijn bord en de troepiaal pikt venijnig in de wang van Charles om hem tot spoed te manen. De twee hoofdlijnen van De avonturen van een jonge bioloog heb je hiermee wel te pakken: sir David vertelt van zijn soms absurde ontmoetingen met mensen en over zijn ontmoetingen met dieren, soms komisch, soms vervaarlijk en soms ronduit irritant.




Een van de mooiste verhalen in De avonturen van een jonge bioloog vind ik de ontmoeting met de piaiman in de jungle van Guyana. De piaiman oftewel de medicijnman, gaat die nacht piai doen voor het dorpshoofd, want die blijkt ziek. Dat piai doen betekent niets minder dan de geesten in de hemel aanroepen om af te dalen en om de zieke te helen. ‘Hij keek nogal chagrijnig.’ ‘Hij gromde en knikte.’ En dat soort van zinnen worden aan de beste man gewijd. Attenborough vertelt:

‘Plotseling werd mijn arm gegrepen door een hete, zweterige hand. Ik draaide me geschrokken om, maar zag in het duister helemaal niets. Haar van een man streek langs mijn gezicht. Ik wist zeker dat het de piaiman was en het schoot door me heen dat de dichtstbijzijnde blanken Bill en Jack waren, zestig kilometer verderop. De piaiman sprak hees in mijn oor: ‘Het is afgelopen. Ik ga het water in.’

Een bladzijde verderop laat de piaiman zijn geesten zien aan sir David, toen nog geen sir trouwens. Zo’n titel moet je tenslotte verdienen en krijg je pas na vele jaren verdienstelijk werk. ‘Deze,’ zo vervolgde de piaiman ernstig, ‘is een heel, heel erg slechte.’ Hij gaf me een onopvallend steentje. Ik bekeek het nauwkeurig en met grote eerbied en gaf het toen door aan Charles. Maar op een of andere manier deden wie iets onhandigs en het steentje viel op de grond en verdween in een spleet tussen de planken van schors. ‘Hij is mijn machtigste geest!,’ jammerde de piaiman kwaad.’

Een bezoek aan Indonesië maakt duidelijk dat in die jaren, we hebben het over de jarig zestig of zo, de Nederlanders niet bepaald geliefd waren daar. ‘Uit de hutten kwamen een paar mannen die me chagrijnig aan keken. Ze waren klein en donker, droegen versleten hemden en sarongs en iets op het hoofd, van afgedragen vilthoeden en kapotte peci’s, een traditioneel zwart hoofddeksel, tot eenvoudige tulbanden. De mannen negeerden me compleet. Na een halfuur begon een van hen te zingen met een hoge falsetstem. De melodie was klaaglijk en de woorden, voor zover ik ze begreep, waren een geïmproviseerde weergave van de actuele gebeurtenissen. ‘Orang ini,’ zong hij, ‘ada Inggeris, tidak orang Belanda.’ Dat verstond ik tenminste.. Het betekende: ‘Deze man is Engels, geen Nederlander.’

En ondertussen maak je kennis met de indrukwekkende flora en fauna en vooral van de fauna in de landen die David Attenborough die jaren bezocht.

Nog één verhaal en dan stop ik. Op het eiland Komodo wilde de documentairemaker natuurlijk beelden schieten van de befaamde Komodo-varaan. Wil je daarin slagen dan moet je die enorme hagedissen zien te lokken en dat doe je niet met fruit of aardappelen, nee dat doe je met rottende karkassen van geiten.

‘Onze eerste taak was het verspreiden van de geur van de geur waarvan we hoopten dat we daarmee hagedissen konden lokken. De karkassen van de geiten, die in de hitte nu al aan het ontbinden waren, waren opgezwollen, de huiden strakgespannen als het vel van een trommel. Sabran maakte in iedere geit aan de onderkant een snee en sissend ontsnapte een stinkend gas.’ Natuurlijk lees je hoe de grootmeester in wording een ontmoeting heeft met de Komodo-varanen, geholpen door de lokale bevolking.

De avonturen van een jonge bioloog is een fantastisch boek om te lezen. De onderkoelde Britse humor gecombineerd met de fantastische verhalen over de wilde expedities, ontmoetingen met lokale bewoners en over exotische dieren. Het boek leest als een razende roman, je vliegt er doorheen, althans, dat gold voor mij. Wie van autobiografische verhalen houdt én van de natuur die heeft een schitterend boek in handen.

De avonturen van een jonge bioloog / David Attenborough en Zoo Quest / Uitgeverij Unieboek / als paperback en als e-book

 

 

De beste reisgidsen voor vogelaars: