darwins engelen norbert peeters en tessa van dijk

Recensie: Darwins engelen, Norbert Peeters

In het Victoriaanse Tijdperk liepen er geen vrouwen rond in de academische wereld. Zelfs een vernieuwende wetenschapper als Charles Darwin had een ronduit conservatieve kijk op de man-vrouw verhouding. Maar toch. Er waren wel degelijk vrouwen die zich intellectueel manifesteerden. Ze stonden Darwin bij in zijn onderzoek. Of ze correspondeerden met hem om hun kennis en inzichten aan te bieden. In Darwins engelen staan tien vrouwen centraal die een paar dingen gemeen hadden: ze waren intellectueel actief en stonden in contact met de grondlegger van de evolutietheorie.

In het Voorwoord van José van Dijck, hoogleraar en de eerste vrouwelijke president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, wordt duidelijk dat deze bundel een doel dient als zij schrijft: ‘Ik hoop dat de tien portretten in deze bundel een inspiratiebron zullen vormen voor deze en volgende generaties vrouwen die een loopbaan in de wetenschap ambiëren.’ Gelukkig leven we niet meer in het Victoriaanse tijdperk en hebben vrouwen vrij toegang tot de academische wereld. Toch hebben we volgens José van Dijck nog steeds ‘engelen’ nodig die vrouwen steunen in hun strijd voor gelijke kansen en tegen discriminatie.

Hoe verder je teruggaat in de geschiedenis, hoe duidelijker het wordt dat er flinke strijd is geleverd door vrouwen. In de Inleiding van Norbert Peeters en Tessa van Dijk kom je merkwaardige passages tegen. Merkwaardig natuurlijk in het licht van het heden. In de negentiende eeuw waren deze ideeën gemeengoed en keek niemand ervan op. Zet je schrap: ‘De vrouw heeft een cel minder in het hoofd, maar een vezel meer in het hart,’ aldus de Britse antropoloog James McGrigor. En dat is de reden waarom vrouwen veel minder in staat zijn tot logisch en objectief redeneren. Niet gek dus dat in zo’n klimaat er nauwelijks vrouwen opstaan die op intellectueel vlak proberen te wedijveren met mannen.

Nu zou je misschien verwachten dat Charles Darwin – toch een vernieuwende wetenschapper – een andere kijk op de vrouwenzaak zou hebben. Maar dat blijkt niet het geval. Zijn denkbeelden blijken niet af te wijken van de gangbare. Vrouwen zouden volgens hem alleen excelleren in het morele domein. Zo, dat weten we dan ook weer. Dank, o grote meester.

En toch. Darwin had ook zijn goeie kanten. Zo was hij voorstander van het algemene kiesrecht voor vrouwen. En, maar dan duiken we de biologie in, vrouwen blijken wel degelijk een sturende rol op deze wereld te vervullen. Het zien van de pauwenogen op pauwenveren brachten hem op het idee van seksuele selectie waarin vrouwen de centrale rol vervullen. Het zijn de vrouwelijke dieren die een partner kiezen. En daar begint dan de strijd. De mannelijke dieren zullen hun kwaliteiten moeten etaleren. In het geval van meneer pauw: hoe imponerender zijn verentooi-met-pauwenoog, hoe groter de kans dat hij zijn genen mag doorgeven. De vrouw zit dus achter het stuur als het gaat om de voortplanting. Maar of dit nu een feministische kijk op zaak mag heten…

Dan volgen de tien portretten. Jelle Reumer, bekend columnist en auteur van een aantal boeken als De vis die aan land kroop, schrijft het portret van Mary Anning (1799-1847), deskundige op het gebied van fossielen. Andere portretten in dit boek zijn die van Frances Power Cobbe (1822-1904), voorvechtster van dierenrechten. Van Lydia Ernestine Becker (1827-1890), de aanvoerster van de suffragettebeweging. Voor wie evenals ik niet weet waar die beweging voor staat: dat is de beweging die destijds streed voor het vrouwenkiesrecht. Maar ze was meer, ze was namelijk ook botanist. Ik kan de vrouwen helaas niet allemaal heel uitgebreid inleiden. Marianne North (1830-1890), bekend vanwege haar botanische schilderijen. Mary Lua Adelia Treat (1830-1923) die studies schreef over spinnen, mieren en vleesetende planten. Mary Everest Boole (1832-1916) ontwikkelde ideeën op het gebied van pedagogiek en opvoeding. En dan één van de grootste vrouwelijke intellectuelen in haar tijd: Frances Julia Wedgwood (1833-1913). Darwin roemde haar vanwege haar bijzonder scherpe geest. De laatste drie zijn Sophia M’Ilvaine Bledsoe Herrick (1837-1919), Arabella Burton Buckley (1840-1929) en Florence Caroline Dixie (1855-1905).

De portretten in Darwins engelen zijn stuk voor stuk geschreven door deskundige wetenschappers als Eva Meijer, Norbert Peeters en Menno Schilthuizen. Levensbeschrijving, de expertise van de hoofdpersonen en natuurlijk de strijd die ze hebben moeten leveren met het establishment komen ruim aan bod. De portretten zijn toegankelijk geschreven. Geen academische taal. Door vrijwel iedereen (m/v) te lezen.

Het is me wat met de geschiedenis van deze vrouwen. Waar de één zo arm was als een kerkrat en bovendien net haar vader had verloren, daar was de ander van adellijke afkomst. Totaal verschillende afkomsten dus. Ze hadden met elkaar gemeen dat ze zich niet lieten weerhouden door de mores van hun tijd. Ze benutten hun intellectuele vaardigheden en werden op die manier wegbereider voor generaties vrouwen na hen. Ook voor huidige generaties vrouwen dus. Wat je afkomst ook is, kansen zijn er altijd. En laat je niet weerhouden door alles wat je van je academische bestemming kan afhouden. En dat geldt natuur voor iedereen, man én vrouw, maar dit keer voor vrouwen in het bijzonder.

Darwins engelen / Norbert Peeters en Tessa van Dijk / Atlas-Contact / als paperback en als e-book

Interessante boeken over evolutie: