Recensie: Bunzing, hermelijn en wezel, Edo van Uchelen

Onbekend maakt onbemind, dat geldt ook voor kleine roofdieren als bunzing, hermelijn en wezel. En dat terwijl het toch buitengewoon nuttige dieren zijn. Ze vangen immers muizen, ratten en zo nog een aantal dieren die wij als plaagdieren beschouwen. Alle reden om de aanwezigheid in ons landschap van deze fascinerende zoogdieren te koesteren. In zijn boek Bunzing, hermelijn en wezel stelt marterkenner Edo van Uchelen de kleine marters aan je voor en legt hij uit hoe deze dieren leven. En natuurlijk ook: hoe je ze kunt helpen.

Wist je dat de wezel het kleinste roofdier ter wereld is? Dat is toch bijzonder? En laat dit roofdiertje nu juist ook in ons land voorkomen! Wat de wezel met bunzing en hermelijn gemeen heeft is het lange slanke lijf dat perfect is toegerust om te jagen. Dat moeten ze trouwens voortdurend doen, want ontzettend lang kunnen deze overactieve dieren niet zonder voedsel, zeker niet in de winter. Maar ook in de andere seizoenen vraagt het leven van elke dag veel energie van de kleine marters. Alleen al door het gras springen en rennen kost bakken met energie. Liever sluipen ze door een mollengang of in holen van andere zoogdieren zoals muizen. Dat gaat ze zelfs in hartje winter perfect af, en zelfs als er sneeuw ligt. Ik heb me verbaasd over de foto van een hermelijn onder de grond. Trouwens, over de foto’s in dit boek gesproken, die zijn vaak héél bijzonder. Een familie wezels die over een wandelpad tegemoet komt lopen. Een haas dat zich verdedigt tegen een hermelijn. En dan natuurlijk de befaamde foto van een wezel die meelift op de rug van een vliegende groene specht. Het schijnt wel vaker voor te komen dat een wezel zich vastbijt in de nek van een vogel en dat vogel met wezel en al vervolgens het luchtruim kiest.

Wie graag een bunzing, hermelijn of wezel in zijn tuin of buurt wil hebben, die moet van een beetje rommel houden. Groene rommel wel te verstaan, dus geen echte rommel. Een stapel hout, een takkenril, stapels stenen of een oud schuurtje. Elke plek waar de kleine roofdieren een schuilplaats vinden (en dat is gezien hun formaat als heel snel, zo groot hoeft de holte niet te zijn), is geschikt. Graslanden met veel molshopen behoren ook tot het ideale landschap voor wezels en hermelijnen. Ze jagen er op veldmuizen en maken gebruik van de gangen die de mollen hebben gegraven. Gek genoeg laten ze de mollen trouwens met rust, die stinken nogal en behoren niet tot het favoriete voedsel.

Jammer genoeg zijn wij Hollanders niet zo van de rommel. In ons aangeharkte landschap vind je maar weinig rommelhoekjes. En dan moet natuurlijk ook de intensieve landbouw worden genoemd bij die het landschap heeft ‘verlost’ van alle kleinschalige landschapselementen waar ook kleine roofdieren bij gebaat zijn. Trouwens, heel veel mensen kijken bepaald niet blij verrast op wanneer een bunzing, hermelijn of wezel zich op het erf meldt. Konijn, kip en duif zijn vanaf dat moment niet veilig meer. En daarom worden er nog altijd vallen verkocht waarmee je deze verguisde dieren kunt vangen. Een tragische vergissing om zo te denken. Na het vangen van wezel of hermelijn breekt vervolgens een ratten- en muizenplaag uit en grijpt men uit gemakzucht naar het vergif. En zo vernietigt men niet alleen populaties van kleine roofdieren, maar ook de eigen leefomgeving. Terecht stelt de auteur dat waar bunzing, hermelijn en wezel voorkomen, er zelden tot nooit muizen- en rattenplagen voorkomen. Alle reden om deze zoogdieren te koesteren en een warm welkom te heten in onze leefomgeving. Denk liever na hoe je duif, kip en konijn beter kunt beschermen dan te grijpen naar het verdelgingswapen.

recensie Bunzing hermelijn en wezel Edo van Uchelen

Dat bunzing, hermelijn en wezel onbekend en dus behoorlijk onbemind zijn, komt ook door hun verborgen levenswijze. Hoe vaak zie ik een kleine marter in het veld? Dat overkomt me zelden. Van de drie soorten is de wezel in ons land het meest algemeen, gevolgd door de bunzing die een stuk groter is. De hermelijn heeft het echter heel moeilijk door het instorten van de konijnenstand en de komst van de vos. Terwijl ik een beetje ‘door mijn wimpers’ naar de verspreidingskaartjes kijk, ontdek ik dat ze alle drie de hoogste dichtheden bereiken in het nattere westen van het land, in het Groene Hart en omstreken, tevens de dichtstbevolkte regio in ons land. Dat vind ik verrassend. Mensen en kleine roofdieren kunnen dus best samengaan. Graag zelfs, zou ik denken, want muis en rat hoef ik niet perse in mijn huis of tuin te zien. Een wezel daarentegen, of hermelijn, laat die maar komen, en de bunzing mag er ook wel bij.

Helaas wordt door landschapsbeheerders nog te weinig rekening gehouden met de aanwezigheid van de kleine marters. Klepelmaaiers maken slachtoffers. Ecologisch bermbeheer is een welkome oplossing en ik heb de indruk dat daar steeds meer aandacht voor is. Maar vreemd genoeg lees ik ook dat veel natuurbeheerders niet in het voordeel van wezel, hermelijn en bunzing denken. Verschraling van het gebied is vaak het adagium en dus worden struiken, houtwallen en andere ‘verstikkende’ elementen uit natuurgebieden verwijderd. Vanuit het perspectief van de kleine marters is dat noodlottig beleid. ‘Natuur wordt kapot beheerd,’ zo lees ik. Gebieden worden afgegraven om heide terug te brengen. Maar de houtwallen moeten verdwijnen. De auteur verzucht zelfs dat de stikstofcrisis een heuse struikenhaat teweeg heeft gebracht. En ik ben het met hem eens dat dat vreemd is. Want juist houtwallen en struiken zijn bijzonder belangrijk voor tal van insecten, vogels en ook zoogdieren… De braam is al helemaal uit de gratie, want die woekerende struik is hét symbool van de stikstofcrisis. Maar: geen struik die zoveel insecten aantrekt als hij in bloei staat als juist de braamstruik. En tussen de stekelige takken vinden ook kleine marters een goede schuilplaats. Je snapt dat hier een pleidooi wordt gehouden vóór handhaving van de braamstruik in ons landschap. Laat maar woekeren, en daar ben ik het helemaal mee eens.

Helemaal dodelijk is echter de bestrijding van zogenaamde plaagdieren als mol, veldmuis en rat. Gif en klemmen eisen talloze slachtoffers onder de kleine marters. Ze lopen letterlijk in een val, of ze eten vergiftigde muizen waardoor het vergif zich opstapelt in de lijven van wezel, bunzing en hermelijn met op den duur fatale gevolgen. Hoeveel ton vergif er jaarlijks in ons landschap wordt gestort is overigens onbekend. Gezien de welig tierende plaagdierbranche moeten dat enorme hoeveelheden zijn. Onderzoek wijst ook nog eens uit dat talloze niet-plaagdieren ook worden vergiftigd. Niet gek, want muizen slepen nogal eens vergiftigd lokaas naar buiten en dan wordt het ook bereikbaar voor zangvogels, naaktslakken en andere dieren. Onderzoek onder marters die in het verkeer zijn omgekomen wijst dat dat een enorm deel van de wezels en bunzingen dodelijke doses gif in zich hadden. En laten we alsjeblieft ophouden om mollen als plaagdieren te beschouwen. Wezels bewegen zich door de gangen en komen om in de klemmen. Bovendien is de mol simpelweg een uitstekende insectenverdelger en bodemverbeteraar. Koesteren dus de mol en daarmee ook de wezel!

Leuk vind ik het hoofdstuk met tips voor het fotograferen van de kleine roofdieren. Een succesvolle fotoshoot begint met je te verdiepen in het gedrag van wezel, bunzing en hermelijn. Liefst hang je een wildcamera op gedurende ten minste een maand. Maar sluip je liever door het veld met je camera en telelens, dan geeft de auteur je ook een aantal praktische adviezen.

Tot slot de tips om kleine roofdieren te helpen. En gelukkig is het niet zo heel moeilijk om de wezel, bunzing en hermelijn te helpen. Minder maaien, het aanleggen en beschermen van houtwallen en andere groene landschapsaders, het laten liggen van takken en hout. En zo nog een aantal tips voor landschapsbeheerders én voor tuinbezitters. De gemene deler is dat je niet vies moet zijn voor wat ‘rommel’ in landschap of tuin. Takken, hout en bladeren laat je lekker liggen. Komen er geen wezels, hermelijnen of bunzings op af, dan vast wel een steenuil, egel of ringslang. Stop met aanharken, het bespaart je niet alleen veel energie, het levert je ook veel biodiversiteit in je omgeving op.

Alle lof voor het boek Bunzing, hermelijn en wezel. Er ging een wereld voor me open, want ook ik was en ben niet heel bekend met wezel, hermelijn en bunzing. Te weinig dat ik ze zie. Dit boek is geschreven voor een heel breed publiek, van burger tot landschapsbeheerder en boer. En het is bovendien prachtig vormgegeven met talloze bijzondere foto’s. Wie denkt aan zoogdieren in ons land denkt al snel aan konijn, haas, vos en tegenwoordig ook aan wolf. Maar we zijn ongemerkt zoveel rijker! Wezel, bunzing en hermelijn zijn stuk voor stuk schitterende en fascinerende dieren die om allerlei redenen veel meer aandacht verdienen. Dit boek is een begin van de aandacht. Ik hoop dat veel mensen dit boek zullen lezen en zullen beseffen dat we zuinig moeten zijn op deze minder opvallende zoogdieren. Ze verdienen simpelweg een volwaardige plaats in ons landschap. Ze horen er helemaal bij. Warm aanbevolen dus!

Bunzing, hermelijn en wezel / Edo van Uchelen / KNNV Uitgeverij / als hardcover

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!