broeder ezel liesbeth goedbloed

Recensie: Broeder Ezel, Liesbeth Goedbloed

Het is duidelijk dat de hoofdpersoon niet op haar gemak is. Hoewel het tafereel zo vredig lijkt: een jonge vrouw wandelt met een ezel door de Italiaanse bergen. Het stel houdt een middeleeuws tempo aan, zoals ook de illustere Franciscus van Assisi dat ooit deed. Maar eigenlijk ben ik nu met een hinkstapsprong over het eerste hoofdstuk heen gesprongen, want het begin van de roman Broeder Ezel van Liesbeth Goedbloed is zo vredig niet. Je voelt meteen: deze roman kan wel eens iets zwaarder op je gemoed gaan liggen dan de meeste doorsnee romans.

Ja, want in het eerste hoofdstuk verdrinkt Jens en Jens is het broertje van Anna, de jonge vrouw die met Broeder Ezel door de bergen sjokt. Het is niet de ezel die haar opjaagt. Het is de angst die haar opjaagt en haar vleugels geeft. Niet de ezel is haar bondgenoot, het is de angst. De angst zal haar brengen waar ze zijn moet: de bergen in, de bergen met hun ravijnen als kelen zo diep.

Al lezende kwamen bij mij associaties op met één van de voor mij onbegrijpelijkste boeken in mijn boekenkast: Vrees en beven van wijlen de heer Søren Kierkegaard. In dit grootse boek waarin filosofie en theologie in elkaar verstrengeld zijn, loop je mee op met Abraham en Izaäk op weg naar de berg Moria. Het is bepaald geen plezierreisje dat het stel onderneemt. Wat de zoon niet weet, en de vader wel, is dat de zoon geofferd gaat worden. Stenen zullen ze wel vinden, daar bovenop de berg. Ze zullen ze opstapelen tot een lange tafel, ander woord voor altaar. Precies de taal die Goedbloed hanteert in haar Broeder Ezel. Evenals in het verhaal van Abraham en Izaäk draait het allemaal om de verhouding tot God. Je voelt aan alles aan dat er aan een plicht moet worden voldaan, een religieuze plicht. Een plicht die al het andere overstijgt. Waartegen verzet onmogelijk is. Abraham ervoer dat en Anna, de jonge vrouw naast, voor, onder, tegen en achter de ezel ook. Afwijken van de weg naar de bergtop kan niet, mag niet. Soms is Broeder Ezel dwars en daalt hij toch af naar het dal. Het dier de hoogte in dirigeren kost moeite, maar het lukt. En in de hoogte, daar zal Anna stenen stapelen tot een lange tafel. En regelmatig voelt ze aan het mes dat ze bij zich draagt. Bot is het, te bot voor huid en pezen van een ezel. Maar gelukkig, op een van de stadia op de levensweg ontmoet ze een oude man in een berghuis. En die heeft een mes als een scheermes zo scherp.

Jens verschijnt aan Anna. Haar vader en moeder ook. Anna doolt in de bergen, ze doolt in haar verleden en ze doolt in haar depressieve toestand. Het lijkt erop dat ze waanbeelden heeft. Een slang kruipt over het pad en het dier kruipt achter haar aan. Het reist zelfs mee op het zadel van Broeder Ezel. Onvermoeibaar kruipt het reptiel achter haar aan, een verwijzing naar het listige dier in de Hof van Eden, de ideale staat die helaas ook niet meer is. Die staat is ook in het leven van Anna voorbij. Een slang die een mens achterna kruipt tot boven op de berg, dat bestaat niet. Een slang gaat er sneller voor de mens vandoor, dan de mens voor een slang. Maar ondertussen heeft het dier Anna wel in haar greep. Ze moet wel iets ergs hebben gedaan, want aldoor borrelt er tale Kanaäns in haar op en vaak in de vorm van zelfbeklag:

‘Hoor je dat, Broeder Ezel, hoor je wat ik allemaal zeg? Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God, maar ik ben hier nog, in het land der levenden, in deze welaangename tijd, en ik kan nog gered worden – maar zeg me dan hoe, Broeder Ezel, want ik weet het niet.’

Laat een somber hoofdpersoon als Anna het taalgebruik van behoudende orthodox-calvinistische kringen bezigen en een loodzware gang naar de bergtop valt je ten deel. Anders dan Jan Siebelink, een schrijver die zonder ophouden zijn ervaringen in een streng-calvinistisch milieu beschrijft, ontbreekt het in Broeder Ezel aan de lichtheid van het bestaan. Zonder pijn kan het niet, en is er even geen pijn, dan pluk je een braamtak en drijf je de stekels diep in je hand. Het draait alles om schuld en die schuld zou daarboven op de bergtop worden vereffend. ‘Dan zou ze eindelijk haar leven kunnen leven, en niet langer een onheilige en een zondaar zijn. De ezel zou haar schuld wegdragen en zijn geur zou opstijgen naar den hoge, een reuke des levens ten leven.’

Voor mij lastig te vangen al lezende was de verhouding tussen Anna en haar ouders. Anna en haar broertje Jens leken onafscheidelijk, waar Anna zich als ietwat zwaarmoedige zus over haar van energie bruisende broertje ontfermt. Tot het moment natuurlijk waarop het ventje in onbewaakt ogenblik in een sloot belandt. Juist op het moment dat Anne zich voor een plasje uit de voeten maakt. Trouwens: eindelijk eens een roman waarin de hoofdpersoon moet urineren. Zo natuurlijk als het is, zo weinig komt dit element voor in de literatuur. Als zo’n mannetje net dan verdrinkt, kan het schuldgevoel tot in de hemel groeien. En moet je tot in de hemel opklimmen om verlost te raken van het schuldgevoel. Maar de luxe om op te klimmen tot in de hemel hebben maar weinigen gekend en ook Anna zal zover niet geraken, maar dat is voor later.

Vader en moeder verhullen na het verschrikkelijke niet dat zij Anna wat te verwijten hebben. Zondebesef moet je tenslotte inwrijven in het orthodox-calvinistische milieu en zeker niet met troostende woorden verzachten of zelfs proberen weg te masseren. Zonde is zonde en geen mens die je redden kan. Dat kan alleen God. Helaas drijft dat zondebesef niet altijd uit naar ‘de Heere’. Het drijft ook weleens tot wanhoop, zoals in mijn eigen voorgeslacht eens een oudtante ervoer. Ze zag het leven niet meer zitten en stortte zich in haar gitzwarte jurk de haven van Yerseke in die haar niet levend meer liet gaan.

In het Italiaanse hooggebergte echter geen haven vol zuigend water. Wel de ravijnen die hun kelen geopend hebben om te verslinden. Wat wordt er van Anna? En keert Broeder Ezel weer terug in het dal?

Algemeen oordeel: een zwaarmoedige roman, gedrenkt in de tale Kanaäns. Broeder Ezel als gezelschapsdier is een vondst. Het dier houdt zijn eigen tred aan en is meegaand tegelijk. Het zegt niets terug, het is tenslotte de oudtestamentische ezel van Bileam niet. En het is ondertussen het offerdier dat tot het bittere eind bij Anna zal blijven. Wie de tale Kanaäns spreekt, weet voldoende. Veel licht sprankelt er niet in Broeder Ezel en dus waardeer je na het lezen van deze roman de vriendelijkheid van het bestaan eens te meer. En zoals je ziet, er vallen de nodige dwarsverbanden te leggen met religie, filosofie en literatuur. En dat is voor mij altijd een welkome potpourri die mijn ingedutte brein aanzet tot mijmeren.

Broeder Ezel / Liesbeth ezel / Uitgeverij Mozaïek / als hardcover en als e-book

Andere romans voor een verblijf in Italië: