Recensie: Briljant groen, Stefano Mancuso en Allessandra Viola

Planten (ook bomen) worden over het algemeen beschouwd als statisch, niet organisch en een passief landschapselement. Niet veel meer dan een heuvel of rotsformatie. En zo gek is dat niet. Niemand minder dan de Griekse filosoof Aristoteles meende dat de plantenwereld dichter bij de anorganische wereld stond dan bij de levende wezens. Recent onderzoek wijst echter op het tegendeel: planten zijn intelligente wezens die kunnen zien, ruiken, proeven, voelen, horen en zo nog een vijftien extra zintuigen. Tijd om eens kennis te maken met de wonderlijke wereld van de planten. En hoe kan dat beter dan een boek te lezen van een gepassioneerde plantenfysioloog, Stefano Mancuso, vooraanstaand onderzoeker van het jonge vakgebied ‘plantenintelligentie’: Briljant groen.

 

 

 

 

Je kijkt er misschien een beetje vreemd van op: planten en intelligentie, hoe kom je op het idee? Ik haalde hierboven Aristoteles al aan, wiens grote werk Over de ziel eeuwenlang de toon zette. Planten hebben geen ziel, en dus staan ze laag op op de ladder. In 1509 publiceerde ene Carolus Bovillus zijn Boek over de wijze met daarin een illustratie van de Piramide van de levenden. Na de steen komt de plant. Daarna het dier en bovenop de piramide uiteraard de hoog verheven mens. Aristoteles zou ongetwijfeld met deze indeling hebben ingestemd. Deze voorstelling van zaken, die dateert uit de renaissance, bepaalt bij velen nog steeds het beeld, hoewel niemand minder dan Charles Darwin al in zijn boek The Power of Movements in Plants aantoonde dat planten uiterst verfijnde en complexe wezens zijn.




Om dat aan te tonen, schetst Stefano Mancuso in Briljant groen hoe het er ongeveer 500 miljoen jaar geleden aan toe moet zijn gegaan. Toen vond de grote scheiding plaats tussen organismen die zich verder zouden ontwikkelen tot plant en tot dier. Terwijl dieren kozen voor een nomadische levensstijl (ze kunnen zich verplaatsen), kozen planten voor een sedentaire levensstijl (ze kunnen zich niet verplaatsen). Wie zich niet kan verplaatsen, moet in staat zijn om alles wat hij/zij nodig heeft uit de aarde, de lucht en de zon te halen. Om te overleven ontwikkelden planten geheel eigen, originele oplossingen.

Een van de eerste eigenschappen van planten is dat ze een modulaire structuur hebben. Hoewel elk onderdeel van de plant belangrijk is, is ze niet onmisbaar. Oftewel: een herbivoor kan rustig een tak ontdoen van zijn bladeren of een bliksemflits kan best een boom klieven. De delen die overblijven overleven het (meestal) wel. Dat is bij dieren en mensen wel anders… Een eyeopener vond ik de observatie dat dieren en mensen alle vitale functies in slechts een paar organen concentreren: hersens, longen, maag, etc. Planten hebben dat iets anders geregeld. Planten zijn wat je noemt superorganismen. Anders gezegd: ze beschikken over zwermintelligentie. Een plant bestaat uit herhaalde modules. De takken, stam, bladeren en wortels zijn allemaal combinaties van eenvoudige modules die zo ongeveer als legoblokjes aan elkaar gekoppeld zijn.

Maar goed, wat ook duidelijk is: planten hebben geen neus, ogen of oren. En toch beweert Stefano Mancuso in Briljant groen dat planten over zintuigen beschikken. Dat klinkt geducht anders dan het spreekwoord dat luidt: vegeteren als een plant. Als het zover met je is gekomen, dan is het niet best. Maar is die uitdrukking wel juist? Volgens Mancuso bepaald niet. Sterker nog: planten beschikken over dezelfde vijf zintuigen als mensen plus nog een vijftiental andere. Alleen: die zintuigen hebben zich op een plantaardige manier ontwikkeld. En dat moet je willen zien.

Niets zo belangrijk voor een plant als het licht. Ze leven immers op een dieet van licht. Trouwens: wist je dat al het leven op aarde afhankelijk is van de zon via planten? Geen planten, geen basis voor de voedselpiramide. Immers, herbivoren eten planten en carnivoren eten herbivoren. En allen ademen de zuurstof in die het resultaat is van fotosynthese. Haal je de planten weg, dan stort het hele zaakje op onze planeet in en houden we een soort van Mars over.

Licht is dus ontzettend belangrijk voor planten. Zo belangrijk, dat planten het licht kunnen zien. Niet met klassieke dierenogen, maar met plantenogen: lichtreceptoren die over de hele plant verspreid liggen en het allermeest in de bladeren. De wortels daarentegen hebben ronduit een hekel aan licht. Die lijden aan fotofobie, oftewel: lichtangst. Die bewegen zich dan ook zo snel mogelijk van het licht vandaan.

Ruiken doen planten ook. Elke plant is van wortels tot de bladeren bedekt met receptoren van vluchtige stoffen. Planten kunnen chemische verbindingen herkennen. Sterker nog, chemische verbindingen blijken een communicatiemiddel tussen planten onderling. Een plant die wordt aangevallen door een herbivoor zal uit zelfverdediging moleculen verspreiden die andere planten herkennen zodat die op hun beurt chemische moleculen gaan produceren die bladeren onverteerbaar of zelfs oneetbaar maken. En zo kunnen planten ook proeven (de wortels proeven de grond op zoek naar mineralen of water), voelen (een plant als het kruidje-roer-mij-niet vouwt zijn bladeren onmiddellijk dicht bij aanraking), horen (experimenten met muziek wijzen uit dat wijnstokken die worden blootgesteld aan muziek beter groeien, eerder rijpen en betere druiven ontwikkelen) en zo dus nog een vijftien extra zintuigen. Planten kunnen bijvoorbeeld zwaartekracht en elektromagnetische velden voelen.

Bij intelligentie denk je ook aan communicatie. Hierboven haalde ik al aan dat planten onderling communiceren middels chemische verbindingen. Maar planten communiceren in het kader van de voortplanting ook met dieren. Meestal met insecten en soms ook met zoogdieren en vogels. Het gaat te ver om alles wat Mancuso in Briljant groen beschrijft, samen te vatten. Ik haal wel graag de lupine aan. Om te voorkomen dat bijen voor een tweede maal een bloem bezoeken (en dus voor niets, want het stuifmeel is al weg), laat de lupine die bloem van kleur veranderen. Een duidelijk signaal voor de bestuiver en heel functioneel voor de plant. En dan hebben we nog niet gesproken over orchideeën die je zou kunnen kwalificeren als ‘meesteroplichters’ door vorm en kleuren van een vrouwtjesinsect te imiteren (gezichtsbedrog) en niet alleen dat, maar ook het harige oppervlak van het insect (bedriegt de tast) en de specifieke geur van het insect (bedriegt de reuk).

Briljant groen van Stefano Mancuso is een vernieuwend boek over plantenintelligentie. En dan te beseffen dat dit nog maar het prille begin is van het onderzoek naar plantenintelligentie. Onderzoek naar planten en hun intelligentie is van groot belang, niet alleen voor de planten zelf, maar ook voor ons mensen. Wie meent dat planeet Aarde wordt gedomineerd door de mens, die heeft het mis. Minstens 99,5 procent van de biomassa op aarde bestaat uit planten. De rest moet worden verdeeld tussen mens en dier. De Aarde is dus een groene planeet. Tijd om het beeld van de ‘domme,  passieve’ plant bij te stellen. Gek eigenlijk dat dit nog niet is gebeurd, want Charles Darwin en zijn neef hebben in de negentiende eeuw al baanbrekend onderzoek verricht in deze richting. De vooroordelen zijn echter hardnekkig en duren voort tot op de dag van vandaag. En dat terwijl planten ook nog eens de potentie hebben om tal van innovatieve oplossingen voor de mensheid te leveren. Tijd dus om een einde te maken aan de vernietiging op grote schaal van planten. En tijd voor opwaardering van de plant als intelligent wezen.

Briljant groen is heel toegankelijk geschreven en fraai vertaald door Etta Maris. En ook de uitvoering mag er zijn. Geïnteresseerd in planten? Dan het vernieuwende boek van Stefano Mancuso zeker lezen!

Briljant groen / Stefano Mancuso en Allessandra Viola / Uitgeverij Cossee / als hardcover en als eboek