recensie bedreigde vogels in nederland robert kwak ruud van beusekom ruud foppen

Recensie: Bedreigde vogels in Nederland, Robert Kwak en Ruud van Beusekom

Door de grote verscheidenheid aan landschappen is Nederland altijd een vogelrijk land geweest. Vergelijk je het aantal soorten dat in Nederland voorkomt met bijvoorbeeld Duitsland, dan kun je Nederland gerust een héél vogelrijk land noemen. Op zo’n klein oppervlakte zoveel vogels… Helaas is dit wel een situatieschets van jaren geleden. De actuele stand van zaken is zo rooskleurig niet. De auteurs van Bedreigde vogels in Nederland maken in hun boek de balans op en die is helaas negatief. Van veel vogelsoorten gaan de populaties achteruit, en soms heel hard. Daarom dit boek. Om de ogen te openen. Om verandering tot stand te brengen. Om van Nederland weer een vogelland te maken.

Het ‘mooie’ van Bedreigde vogels in Nederland is dat de auteurs de landschappen als vertrekpunt nemen. Zo wordt duidelijk waar de nood het hoogst is. En dan blijkt in Kust en duin en het Boerenland een ware kaalslag aan de gang. Vrijwel alle broedvogels in deze gebieden hebben het moeilijk. Tachtig procent van de soorten zit in de gevarenzone. Bij heide- en hoogveengebieden is dat percentage zestig procent, ook niet misselijk. En in alle andere landschappen ligt het op dertig procent. Verrassend is het niet, zorgwekkend natuurlijk al te veel. Kijk ik naar één van de kaartjes, dan zie ik vooral in het zuiden en midden van Nederland witte vlekken gloren. Dat zijn gebieden waar geen bedreigde vogels meer voorkomen. Die zijn er compleet verdwenen.

Hierboven had ik het over de broedvogels. De auteurs kijken in Bedreigde vogels in Nederland ook naar doortrekkers en wintergasten. Daar is het beeld iets minder bedreigend. Een bladzijde verder lees ik dat er ook een verband is met voedsel. Insecteneters hebben het bijzonder moeilijk. Ook dat mag niet verbazen na alle reuring over de insectenpopulaties die simpelweg zijn ingestort. Overbevissing en onverstandig beleid met betrekking tot schelpdierbestanden eisen hun tol bij de viseters. De populaties van de sterns in ons land staan zwaar onder druk.

Na de overzichten en conclusies in de eerste hoofdstukken volgen reflecties op de stand van zaken in de landschappen. Elk landschap wordt uitgebreid besproken. Wat zou de natuurlijke dynamiek moeten zijn van bijvoorbeeld Kust en duin? Hoe hebben de landschappen zich in de loop van de tijd ontwikkeld? Voor Kust en duin geldt dat de recreatiedruk enorm is toegenomen. Noem maar eens eens een stuk strand op waar geen mens komt. En is het niet de recreatiedruk, dan zijn het wel industrie, woningbouw of bollenteelt die grote delen van dit landschap aantasten. Geen wonder toch dat soorten als grote stern, dwergstern, tapuit en velduil op de Rode Lijst staan? En dat de strandplevier nauwelijks meer in Nederland broedt? De laatste soort broedt op verlaten stranden. Welnu, waar vind je die nog? Vervolgens schetsen de auteurs welke maatregelen genomen moeten worden om de situatie in de landschappen te verbeteren. Er is nog een lange weg te gaan.

Hoewel. Al in hun voorwoord geven de auteurs aan dat de situatie nog niet verloren is. En dat herstel niet onmogelijk is. Ja, de basiskwaliteit van veel landschappen is ver onder de maat. Ook veel ‘gewone’ vogelsoorten gaan achteruit. Een signaal dat het goed mis is. Tussen twee haakjes: dat is natuurlijk ook niet best voor ons mensen. Kijk, dat één vogelsoort uit ons land verdwijnt, daar zal niemand gezondheidsklachten van krijgen. Maar wanneer complete biotopen verziekt raken waardoor insectenpopulaties imploderen en daarna de bovenliggende lagen in de voedselpiramide, dan raakt dat uiteindelijk ook ons, menselijke bewoners. Gif is niet goed voor insecten, en ook niet voor mensen.

Trouwens, per landschap worden de broedvogels aan je voorgesteld. En hoe het er mee voorstaat. Van de grutto is de populatie sinds de jaren zestig met driekwart afgenomen. Ook van de kneu resteert slechts een kwart. En op het boerenland valt de koekoek nauwelijks meer te horen. En dan de patrijs. Die is zelfs ‘in duizelingwekkend aantal afgenomen.’ Ook de stand van de zeearend wordt als ‘gevoelig’ aangemerkt. Maar bij deze imposante roofvogel is natuurlijk een kanttekening te plaatsen: hij broedt pas weer sinds 2006 in Nederland. Nog niet zo heel lang dus. De zeearend zal het wel redden, schat ik zo in.

Maar toch dat hoewel. De auteurs tonen zich strijdbaar en hoopvol. Alle Nederlanders kunnen helpen om het tij te keren. ‘Minder gif, minder mest, meer water, meer natuurelementen in stand en land, ‘natuur-inclusieve’ landbouw en bosbouw, groene tuinen: allemaal voor de hand liggende mogelijkheden.’ Of dat gaat werken? Jazeker. Van insectenpopulaties is bekend dat die zich razendsnel kunnen herstellen. En dan herstellen de populaties van vogels, zoogdieren en amfibieën ‘vanzelf’ mee.

Dat herstel mogelijk is tonen immers de water- en moerasvogels aan. Een groot aantal soorten in dat landschap gaat het een stuk beter af. Heeft natuurlijk te maken met de grootschalige aanleg van nieuwe natuur en van waterbergingsgebieden. Ik vind Polder Vockestaert bij Schiedam een sprekend voorbeeld van hoe het ook kan. In die polder werd natuur en recreatiegebied aangelegd. In het natuurgebied verschenen enorme rietbedden waar roerdomp, snor, blauwborst en vele andere rietvogels te zien zijn. Ik bezocht dit gebied in 2018 voor het eerst. Het was een openbaring!

Herstel begint met bewustwording. En daarom is het goed dat Bedreigde vogels van Nederland is verschenen. Verplichte kost voor politici, ambtenaren, beleidsmakers, boeren, burgers en andere buitenlui. Lezen en daarna aan de slag! Maak van Nederland weer een vogelland!

Bedreigde vogels van Nederland / Robert Kwak en Ruud van Beusekom / KNNV Uitgeverij / als hardcover

Leuke cadeautjes voor vogelaars: