Recensie: Basisgids Slakken, Bert Jansen

recensie basisgids slakken bert jansenHet lijkt wel een slakkenweek. Gisteren besprak ik een boek over cultuur-historische beschouwingen over de slak. Vandaag wacht het echte werk: de Basisgids Slakken. Met deze gids op zak moet het geen probleem zijn vrijwel alle landslakken in Nederland te herkennen. Duidelijke foto’s, uitgebreide beschrijvingen en hier en daar een tekening.

 

 

 

 

 

Dat boek van gisteren was Slakken van Florian Werner. Deze Duitse auteur maakte al duidelijk dat wij mensen een nogal dubbelhartige verhouding hebben met de slak. Staat de slak volgens de ene kerkvader voor ‘geil en onkuis’, daar staat de slak volgens de andere gelovige symbool voor de onbevlekte ontvangenis van de Moeder Gods. Zo zie je maar, het kan verkeren en de sporen van deze beschouwingen zijn te vinden in tal van kunst-historische schatten. Heel boeiend trouwens.

Laat je door al deze gekunstelde opvattingen niet in de luren leggen. Slakken zijn heel bijzondere dieren. Bijzonder, omdat ze al een half miljard jaar op de aarde rond kruipen. Iets langer dan ons mensen dus. En mocht er ooit een wereldwijde ramp plaats vinden, dan is de kans groot dat de overlevende een slak zal zijn. Want hoeveel rampen heeft de slak al niet overleefd?




Alle reden dus om ons in het veld ook te buigen over de slak. Of het nu een huisjesslak is of een naaktslak, dat maakt niet uit. Met de Basisgids Slakken wil auteur Bert Jansen de belangstelling voor de Nederlandse landslakken verder vergroten. Kennis baart immers interesse en die kennis wordt je geboden in deze fijne veldgids.

De Basisgids Slakken bevat vrijwel alle landslakken die op Nederlands grondgebied rond kruipen. Niet alle dus. Je hebt een paar soorten die zo zeldzaam zijn, dat de kans dat je ze ziet nihil is. En dan heb je nog een paar soorten waarvan Bert Jansen aangeeft dat je die zelf met hulp van een gids in het veld niet kunt onderscheiden. Deze soorten heeft hij samengevoegd met een andere, sterk gelijkende. Je zou deze slak anders mee naar huis moeten nemen om hem met microscoop te onderzoeken. In het ergste geval moet je het beest inspecteren en dat overleeft hij in de regel niet. Niet de meest diervriendelijke methode van onderzoek dus.

Honderd soorten landslakken tref je in de Basisgids Slakken. Of ik ooit zoveel slakkensoorten heb gezien, ik betwijfel het. In elk geval niet bewust, want omzien naar slakken is er vaak niet bij. Tot mijn grote schande, want elk dier is interessant om waar te nemen. Gelukkig filmde ik in Frankrijk een paar jaar geleden een wijngaardslak. Wie weet film ik komend voorjaar een paar extra soorten. De honderd soorten landslakken zijn onderverdeeld in zogenaamde Superfamilies. En die Superfamilies vormen de indeling van de gids. Zowel bij de huisjesslakken als bij de naaktslakken vind je eerst een soortenwijzer die is gerangschikt op de Superfamilies. Kom je een slak tegen, dan eerst even naar de soortenwijzer bladeren en het model slakkenhuisje of naaktslak opzoeken. En dan doorbladeren naar de betreffende pagina en op zoek naar de slakkensoort die je ziet. Heel eenvoudig dus.

Zo kun je vanuit de soortenwijzer doorbladeren naar de Superfamilie Littorinoidea. Waarom ik nu juist deze Superfamilie kies, leg ik uit: de leden van deze familie worden wel landalikruiken genoemd. Ze zijn namelijk verwant aan de alikruiken uit de zee. En alikruiken uit de zee, die heb ik in mijn jonge jaren maar wat geraapt voor de visboer. En af en toe eet ik ze nu ook nog. Ik heb dus wel iets met alikruiken. En tot mijn verrassing kan een zeeslak nauw verwant zijn aan een landslak. In Nederland leeft slechts één vertegenwoordiger van de familie der landalikruiken: de Geruite rondmondhoren. Niet lastig te herkennen vanwege zijn karakteristieke vorm. Je moet er wel voor naar Zuid-Limburg, want alleen daar kruipt hij rond.

Voor de naaktslakken kun je een zelfde soortenwijzer volgen die je op het spoor zet van de soort die je ziet.

Wel, ga nu dus met de Basisgids Slakken op zoek naar de Slanke dwergslak, het Mostonnetje, de Gekielde clausilia, het Boerenknoopje en de Kleine kartuizerslak. Allemaal huisjesslakken. Overigens: van het eerder genoemde boek Slakken van Florian Werner heb ik geleerd dat het huisje niet los verkrijgbaar is. Het is dus een onderdeel van de slak, zoals de knieschijf een onderdeel is van ons lichaam. Een slak kan zich niet losmaken uit zijn huisje zonder de geest te geven. Sterker nog: het huisje houdt bepaalde organen op hun plek. Heb je te maken met een naaktslak, dan kun je te maken hebben met een wezen met een illustere naam als de Tijgerslak, de Lichte aardslak, de Zwervende akkerslak, de Duistere wegslak en de Egel-wegslak. Die laatste vind ik wel heel erg mooi met die uitstulpingen op zijn lijf die in de gids ‘tuberkels’ worden genoemd.

Op zoek naar slakken dus. Om ze te bestuderen in hun leefomgeving. De Basisgids Slakken is een goudmijn voor wie de prachtige landslakken in ons land wil herkennen. Koop een exemplaar en je bent voorlopig niet klaar met de slakken in tuin, park, bos en ik weet-niet-waar. Een fraai nieuw deel in de serie basisgidsen van KNNV Uitgeverij waarin eerder delen verschenen over mossen, korstmossen, composieten, grassen en orchideeën.

Basisgids Slakken / Bert Jansen / KNNV Uitgeverij / paperback

 

 

De beste reisgidsen voor vogelaars: