Recensie: Baardman en boterkontje, Toine Andernach

Toine Andernach, vogelaar met passie voor taal. Met zijn boek Baardman en boterkontje treedt hij in de voetsporen van Klaas Eigenhuis die in 2004 zijn Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen publiceerde. Andernach koos voor een luchtige formule: korte stukjes over de betekenis van Nederlandse vogelnamen. Heb je jezelf al eens afgevraagd waarom de roerdomp de roerdomp heet en de tortelduif de tortelduif? Andernach geeft op toegankelijke wijze antwoord op deze vragen.

Roerdomp, putter, zwaluw, eend, cetti’s zanger, reiger, de valk en veel meer vogels. Andernach gaat de herkomst van de namen na en dat levert vaak een speurtocht op naar schriftelijke bronnen die soms meer dan duizend jaar oud zijn. De allereerste Nederlandse vogelgids, Nederlandsche Vogelen van Nozemann en Sepp wordt vaak aangehaald. Daarmee maak je dan een tijdreis van enige honderden jaren terug in de tijd. Bij de sperwer ga je zelfs nog verder terug! Sperwer en haan zijn namelijk de enige twee vogels die in de oudste nog als Nederlands beschouwde tekst voorkomen. Dat zijn ‘de Malbergse glossen’ uit de 8e eeuw. Om dan meteen de diepte in te gaan: Andernach legt uit dat het Oudnederlandse woord voor sperwer vermoedelijk *sparwaro is dat op zijn beurt waarschijnlijk een samenstelling is van de woorden *sparwa (mus) en *aran (arend). De betekenis van sperwer komt daarmee uit op: mussenarend.

Er worden dus nogal wat Oudnederlandse bronnen ontsloten. Dat doet Andernach op een luchtige, verhalende manier. Hij weeft zijn eigen ervaringen met de vogel door de uitleg. Zo geeft hij al bij de eerste vogel in zijn overzicht (de roerdomp) aan dat dit lange tijd zijn ‘schaamtesoort’ was. Nog nooit gezien, betekent dat. Zo heeft iedere vogelaar zijn schaamtesoorten, waarbij ik direct aanteken dat het woord schaamtesoort mij behoorlijk tegenstaat. Waarom zou je je schamen, omdat je een vogel nog nooit hebt gezien? Beter zou zijn om dit negatieve woord te vervangen door: vurig gewenste soort.

Niet voor elke vogel hoefde Andernach historische bronnen door te spitten. Een groot aantal vogels heeft namen die zich eenvoudig laten verklaren. De kievit heet kievit omdat die zijn eigen naam roept. Evenals koekoek, tjiftjaf, grutto en de kluut. Een onomatopee noem je zo’n naam, klanknabootsing. En de pijlstaart en draaihals hebben hun naam te danken aan een typerend deel van het vogellijf. De kop van de draaihals staat op een nogal soepel draaiende hals. En de pijlstaart heeft een … tja, wat denk je zelf?

recensie Baardman en boterkontje toine achternach

Baardman en boterkontje bevat zesentwintig stukjes met uitleg over de herkomst van de vogelnaam. In een aantal stukjes wordt ingegaan op de betekenis van meerdere vogelnamen. Zo kom je in het hoofdstuk over de zomertortel ook meer te weten over de naam van de Turkse tortel en zelfs over de herkomst van het woord duif dat al in ‘de Wachtendonckse psalmen’ voorkomt, een geschrift uit de 10de eeuw. En bij het hoofdstuk over de haan die je op het boerenerf ziet rondscharrelen, kom je ook de koekoek tegen. En de dodaars is een fuut en dus ook in dit hoofdstuk aandacht voor meerdere vogelnamen die alles met elkaar te maken hebben.

Sommige vogelnamen verrassen. Dat de putter in hun kooi zelf met een emmertje water konden putten, wist ik niet. Ook het hoofdstuk over de namen van verschillende soorten mezen vond ik heel interessant. Boeiend om te lezen hoe de verschillende mezennamen zich in de loop van de tijd hebben ontwikkeld. Plevieren werden in vroeger tijden geacht te gaan fluiten als er regen op komst was. Wat de taalkundige sprong was? Plevier komt van het Latijnse pluvialis en dat betekent op zijn beurt: op de regen betrekking hebbende. De volksmond gaf daar zo zijn eigen draai aan: de goudplevier heet dan ook wel regenfluiter.

En burgemeesters heten zo, omdat ze een statiger voorkomen hebben dan andere meeuwensoorten. Begin januari vroeg ik me inderdaad af waar de kleine burgemeester zijn naam aan te danken heeft. Toen zag ik deze zo ‘vurig gewenste soort’ voor het eerst van mijn leven op de dijk bij Westkapelle.

Een enkele keer blijft de herkomst van een vogelnaam in nevelen gehuld. Die van de scholekster bijvoorbeeld.

En soms ligt de betekenis van de namen voor de hand. De snor maakt een snorrend geluid. Het baardmannetje heeft onder de snavel twee donkere bakkebaardstrepen. De bijeneter eet bijen.

Leukste verhaal

Het leukste verhaal vind ik het verhaal over de gaai, oftewel de Vlaamse gaai. Nooit had ik begrepen waarom dat ‘Vlaamse’ uit de officiële naam is geschrapt. Kennelijk vond een aantal Hollanders ‘Vlaamse gaai’ te Vlaams klinken, zo lees ik. De naam ‘Vlaamse gaai’ kan overigens twee verklaringen hebben. De eerste is dat het betrekking heeft op het parmantige uiterlijk van de gaai waarmee je dan weer een tijdreis maakt naar voorbije eeuwen toen Vlaanderen zijn Gouden Eeuwen beleefde en de gegoede Vlaming zich kennelijk nogal parmantig presenteerde. Het kan echter ook zijn dat de Franse naam op een wat mistige manier is verbasterd. Evenwel lees ik dat de Vlamingen helemaal niet gecharmeerd zijn van de naamsverandering. Voor hen mag het Vlaamse gaai blijven. In deze kwestie blijk ook ik te behoren tot het kamp der conservatieven. Ik noem de gaai nog altijd Vlaamse gaai. Dat klinkt toch stukken interessanter dan dat kortaffe ‘gaai’?

Interactief elementje

Door een interactief elementje ontdek je spelenderwijs nog meer over de herkomst van vogelnamen. Aan elk hoofdstuk is een vraag toegevoegd bij wijze van vogelnamenkwis. Ik verzeker je: de vragen vormen een regelrechte uitdaging. De oplossing vind je achterin het boek.

Tenslotte noem ik nog de fraaie illustraties die Baardman en boterkontje opsieren. Oude illustraties uit Nederlandsche Vogelen en kleurenfoto’s wisselen elkaar af.

Wil je om welke reden dan ook de herkomst van een behoorlijk aantal vogelnamen te weten komen, dan is Baardman en boterkontje een heel toegankelijke bron. Het boek laat zich door de persoonlijke schrijfstijl prettig lezen. Het is echter geen onuitputtelijke bron. Wil je de herkomst van alle Nederlandse vogelnamen leren, dan verwijs ik je naar het woordenboek dat ik in de inleiding noemde (en dat helaas niet meer als nieuw verkrijgbaar is) en naar het bronnenoverzicht achterin Baardman en boterkontje.

Baardman en boterkontje / Toine Andernach / Noordboek Natuur / als hardcover

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!