recensie archipel van de hond philippe claudel

Recensie: Archipel van de hond, Philippe Claudel

Een van mijn favoriete auteurs heet Philippe Claudel. Zijn novelle Het kleine meisje van meneer Linh maakte grote indruk op me. Het verslag van Brodeck nog meer. En nu stuitte ik onlangs op een interview met hem in dagblad Trouw waarin hij vertelde over zijn nieuwste roman, Archipel van de hond. Een tragedie waarin het draait om drie bootvluchtelingen die als verdronken op een rotsig strand aanspoelen. En om de eilandbewoners die hun trieste vondst een plekje moeten zien te geven. En dat blijkt lastig, zoals in een echte tragedie betaamt. En om nog maar eens een vette cliché zin te gebruiken: ik las zijn nieuwe roman letterlijk in één adem uit.

Dat Claudel zijn roman Archipel van de hond als een ouderwetse tragedie in lijn met die van de antieke Grieken ziet, blijkt al meteen. De koorleider zet in met een gitzwarte boodschap: 

‘Jullie begeren goud en verspreiden as.
Jullie besmeuren de schoonheid, onteren de onschuld.
Jullie laten overal modder stromen. Haat is jullie voedsel, onverschilligheid jullie kompas.’

Alsof er een profeet is opgestaan, regelrecht uit het Oude Testament of uit het Oude Griekenland van Euripides en Sophocles. Als in een tragedie zet de koorleider uiteen tegen welke achtergrond het verhaal dat komen gaat zich afspeelt. Het speelt zich af op een eiland. ‘Zomaar een eiland. Niet groot en niet mooi.’ En al het leven op het eiland komt van de vulkaan die er hoog bovenuit torent. De Brau. Nu en dan laat de vulkaan een boer en je snapt: zodra er iets gebeurt dat de hogere machten onwelgevallig is, zal de Brau zijn boertjes laten.

En dan kan het zomaar gebeuren dat drie lijken aanspoelen. De lijken van drie zwarte mannen, overduidelijk bootvluchtelingen van de overkant. Ze zijn verdronken en de Oude Vrouw vindt hen als eerste. Ze is de tachtig gepasseerd en wandelt elke dag met haar hond over het strand. De hond die niets liever doet dan achter meeuwen aan rennen.

Amerigo, een vrijgezel, komt al heel snel op haar en de drie dode mannen af. En dan is daar ook plots Zwaardvis, de knecht van de Burgemeester, niet de meest snuggere van het stel. Tot zover slechts ontsteltenis, maar die wordt groter als ook de Burgemeester en de Dokter op het toneel verschijnen. De Burgemeester ziet de bui al hangen. Komen de drie lijken in de media, dan zijn de rapen gaar. Een project dat het eiland rijkdom moet brengen komt dan in gevaar. Waarom, dat kom je nog niet te weten. Je zou toch zeggen: vertel me van een eiland waar nog nooit een lijk is aangespoeld. De zee neemt en de zee brengt. Dan ontmoeten we ook nog de Onderwijzer en zijn zo ongeveer alle hoofdrolspelers voorgesteld. Wat niet waar is, want tijdens de vergadering die avond met de zes hoofdpersonen, komt de zevende binnen lopen: de Pastoor. Naar goed gebruik in Claudels romans is het lijntje tussen Pastoor en God ontzettend dun. Maar de ongelovige Pastoor houdt de traditie van de biecht tenminste nog in ere en één van de zes is bij hem te biecht gegaan en heeft hem verteld over de drie lijken. De drie lijken die nu in de koelcel van de Burgemeester liggen. Stijfbevroren en de vraag is: wat met hen te doen? Dat de Pastoor één van de lijken ook nog bloedtranen zal laten huilen, is weer zo’n wending die alleen Claudel kan bedenken.

De tragedie gaat verder. De zwarte mannen wordt een waardige begrafenis ontzegd. Ze verdwijnen in één van de bodemloze gaten van de vulkaan en de zeven menen dat de kwestie uit de lucht is. Maar dan begint de ellende pas! De Onderwijzer heeft met de situatie geen vrede en doet onderzoek naar de herkomst van de lijken. 

En als dan ook nog eens de Commissaris op het toneel verschijnt, is de tragedie compleet. Dit cynische sujet dat dronken noch suf wordt van een de inhoud van een fles sterke drank in het lijf, graaft zich onverstoorbaar een weg door de hybris. En op het moment dat de oplossing in zicht is, valt het lot op een onschuldige.

Goed, hier stop ik maar met mijn bespreking van de roman Archipel van de hond. Claudel kan zich het meest met de Onderwijzer identificeren en heeft ook sympathie voor de Burgemeester, de Commissaris en de Pastoor. Zelf vind ik de Commissaris en de Pastoor heerlijke karakters. De Commissaris met zijn drankzucht en cynisme blijkt niet te zijn wie hij is. En de Pastoor vind zelfs zijn geloof in God weer terug. Hoe dat nou toch weer kan…

Inktzwart kun je Archipel van de hond wel noemen. Dat kan ook niet anders met verdronken bootvluchtelingen als middelpunt. Waar ik de katharsis – reiniging, zuivering, vast onderdeel in de Griekse tragedies – zou moeten vinden, ik weet het niet. Tot en met de laatste zin blijkt dat we leven in een wereld zonder uitzicht, zonder moraal. En aldus zet Archipel van de hond je ook nog eens aan tot denken. Misschien dat dat de katharsis is die Claudel nastreeft?

Claudel zegt in het interview met dagblad Trouw dat hij gekozen heeft voor ‘een rollenspel met allegorische figuren.’

‘Archetypen uit de Griekse tragedie, waarin de spelers een masker droegen en een vast karakter uitbeeldden. Dat helpt om de morele boodschap over te brengen.’

Dat is hem gelukt. Zoals gezegd, ik las Archipel van de hond in één adem uit. Weer een echte Claudel. En fijnzinnig vormgegeven bovendien. Niet aarzelen, maar lezen.

Archipel van de hond / Philippe Claudel / De Bezige Bij / als hardcover en als e-book

De Pastoor in Archipel van de hond houdt bijen. Als eerbetoon aan dit schitterende figuur een overzicht van de mooiste bijenboeken: