Recensie: Antigone, Sophocles

De Griekse tragedieschrijver Sophocles was een van de grootste schrijvers in zijn tijd. Zijn Antigone is ongetwijfeld een van de beroemdste stukken die hij schreef. Classicus Ben Schomakers vertaalde de Antigone op een wijze die deze prachtige tragedie tot leven brengt.

 

 

 

In de interessante inleiding op Antigone schrijft Ben Schomakers dat Sophocles aan het eind van zijn lange leven zich waarschijnlijk nog altijd intensief bezig hield met zijn dierbaarste personage: Antigone. Hij schreef het stuk vele jaren eerder, toen Athene in oorlog was met Samos, het welbekende Griekse eiland voor de Turkse kust. Dat betekent dat het stuk vermoedelijk omstreeks het jaar 442 voor Christus is geschreven. Antigone laat Sophocles in de stad Thebe afspelen, evenals die andere bekende tragedie Oedipus in Colonus. De laatst genoemde tragedie schreef Sophocles met het oog op zijn eigen naderende dood. En daar tussenin schreef hij een andere fantastische tragedie, Oedipus heerst, waarvan Ben Schomakers ook een gloednieuwe vertaling publiceerde. Het is misschien geen veelgelezen stof, maar sinds ik een inleiding op de Griekse tragedies las, ben ik liefhebber. Of ik precies begrijp waar de tragedies op doelen, dat betwijfel ik. Maar de opbouw van de teksten is vaak subliem en het drama vrijwel altijd aangrijpend.




Terug naar Antigone. Het verhaal is in mijn ruwe proza als volgt: twee broers van Antigone voerden een bittere tweestrijd en vonden daarbij de dood. Eteocles en Polynices heten de twee ongelukkigen. Creon, hun oom en de heerser over de stad Thebe vaardigt een wet uit: Eteocles krijgt een waardige begrafenis, maar handen af van Polynices. Zijn lijk wordt gevoerd aan de vogels en honden. Een schandelijk einde dus. Niemand waagt het het lijk een waardig einde te bezorgen, behalve Antigone, de zus van beide mannen. Zij bewijst Polynices de laatste eer en daar komt Creon van op de hoogte. Overigens: Antigone is de beoogde vrouw van Haemon, de zoon van Creon. Antigone wordt voor de ziedende Creon geleidt. Hij besluit haar ter dood te veroordelen, maar die doodstraf moet wel op bijzonder verfijnde wijze worden voltrokken: men metselt haar in in een halfondergrondse kerker en ze krijgt net voldoende voedsel om niet binnen de kortste keren te sterven. Als ze sterft, dan is dat haar eigen keuze.

Dan komt de ziener op, een blinde oude man, Teiresias. Deze ziener waakt over de geschiedenis van Thebe en wijst Creon op zijn grote fout. Creon drijft de spot met de oude man, maar begint te twijfelen als de ziener onheil afroept over het huis van Creon. In een poging de ellende af te wenden, haast Creon zich om Polynices te begraven en Antigone te bevrijden. Helaas, Antigone heeft zichzelf ondertussen opgehangen en Haemon omklemt haar lijk. Haemon valt zijn vader aan, maar zijn zwaardslag mist en dan stoot Haemon het zwaard in zijn eigen lever. Dat overleeft hij niet. Creon heeft een zoon minder. En even later is hij ook verlost van zijn vrouw, want die stoot, overmand door het geweldige verdriet, ook een zwaard door haar lever. Creon is ‘niets meer’.

Is Antigone een heldin of hysterica? Die vraagt stelt Ben Schomakers ook in de inleiding. In de loop van de geschiedenis zijn beide antwoorden gegeven, maar beide doen te kort aan Antigone. Zij is vooral de belaste en geplaagde. Een jonge vrouw die een groot verdriet met zich meedraagt en die reageert op het verlies van haar dierbaren en op de vernederingen die ze heeft moeten doorstaan. ‘In het leven verkeert ze met de doden aan wie ze meer trouw is dan aan de levenden,’ schrijft Ben Schomakers.

Antigone is wereldliteratuur. Deze gloednieuwe vertaling van Ben Schomakers heb ik met veel plezier gelezen. En de inleiding werpt zo’n rijk licht op deze tragedie dat ik die nog wel een paar keer zal herlezen. Deze vertaling doet recht aan de Griekse tekst en is zo opgezet dat hij ook ‘makkelijk’ speelbaar is.

Antigone / Sophocles (vertaald door Ben Schomakers) / Uitgeverij Klement / hardcover