Recensie: Aard van het beestje, Caspar Janssen en Margot Holtman

Hoe vergaat het de dieren in ons land? Hoe beïnvloeden de ontwikkelingen in ons landschap hun bestaan of zelfs hun voortbestaan? Caspar Janssen zocht de dieren letterlijk op. Hij ging gedurende twee seizoenen op stap. Soms alleen, meestal met een deskundige. Op zoek naar dieren die typisch zijn voor een biotoop, streek of voor ons land. Hoe verging het ze? Soms goed, vaak slecht. De verhalen over deze dieren zijn gebundeld in het boek Aard van het beestje. Je zou het een literaire canon van de Nederlandse natuur kunnen noemen.

Caspar Janssen koos niet zomaar willekeurig wat dieren uit. Nee, de dieren die in Aard van het beestje centraal staan, zeggen iets over de biotopen in Nederland. Het zijn dieren die typisch zijn voor het vroegere Nederland of voor het huidige Nederland. Veranderen de biotopen, dan heeft dat ook invloed op het (voort)bestaan van de dieren. En wat is er mooier dan om zelf door de natuur te wandelen en met een lokale deskundige op zoek te gaan naar net die ene soort? Naar de wielewaal, het harige porseleinkrabbetje of de bandheidelibel bijvoorbeeld. Of naar de ortolaan. Ja, laat ik maar met de ortolaan beginnen, dan hebben we een van de meest trieste verhalen maar gehad.

De ortolaan. Maarten ‘t Hart schreef er zijn beroemde novelle over. De voorkant van de novelle is ook niet de meest vrolijke. Er ligt een ortolaan dood op de grond. In 1998 was de ortolaan definitief uit ons land verdwenen. Tot 1993 broedde hij nog in Limburg. In in 1998 was ook het gedaan met deze bijzondere gorzensoort in de Achterhoek, één van de andere bolwerken van de ortolaan. Overduidelijk waren veranderingen in ons landschap de boosdoener. Waar vroeger 200.000 hectare aan akkers werd ingezaaid met rogge, daar hebben we tegenwoordig 200.000 hectare aan maïs. En wat is er over van de rogge? Precies nul hectare. En juist in het kleinschalige landschap dat hoort bij de roggeteelt voelt de ortolaan zich helemaal thuis. En in een landschap met muren van maïs heeft hij helemaal niets te zoeken en verdwijnt hij. Evenals andere vogelsoorten als veldleeuwerik en grauwe gors trouwens. Zoveel hectare maïs. Het is de oppervlakte van een provincie. En die maïs is uitsluitend bestemd als veevoer in plaats van voedsel voor mensen. Met bioloog Boena van Noorden wandelt Caspar Janssen door het Limburgse landschap. Boena zag letterlijk hoe de laatste ortolaan verdween uit Limburg. Ik laat zijn verhaal tot me doordringen en besef hoe mooi Nederland ooit was.

recensie aard van het beestje caspar janssen en margot holtman

Dan maar naar Zeeland, naar bekend terrein: het schor bij Kattendijke. De slikken op met Mick Otten op zoek naar al wat leeft onder de stenen. Wat als eerste opvalt zijn de resultaten van de globalisering. Japanse oesters, Japanse stekelhoren, penseelkrab en Japanse knotszakpijp. Deze dieren zijn niet op eigen kracht in onze wateren terecht gekomen. Overigens is niet alles kommer en kwel. Tussen de riffen van de Japanse oesters groeien mosselen en vinden allerlei andere dieren een plek om te leven. De mooiste ontdekking tijdens deze wandeling? Het harig porseleinkrabbetje. Een soort lopende teddybeer, een inheemse soort die in zijn hele leven niet verder reist dan een meter vanonder zijn favoriete steen.

Wat opvalt in alle verhalen is de verzorgde, literaire manier van schrijven. Ik bleef met plezier lezen. Elke dag één verhaal, en dan ben je wel even zoet.

Spektakelsoorten probeerde hij te vermijden, maar om de zeearend kon Caspar Janssen toch niet heen. Met Martijn de Jonge, fotograaf en schrijver van het boek De zeearend, gaat hij vogels kijken in Friesland. Er zitten daar vier zeearenden op een nest. Drie jongen zitten op het nest, met hun moeder. Tot 2004 was deze indrukwekkende roofvogel slechts als wintergast in ons land te zien. Maar in 2006 kwam een eerste paartje tot broeden in de Oostvaardersplassen en sindsdien is het aantal broedpaartjes flink gegroeid. De zeearend profiteert van de schaalvergroting in ons land, zowel in de landbouwgebieden als in natuurgebieden. Waar de ortolaan het van verfijnde landschappen moest hebben, daar is de zeearend liefhebber van grootse en weidse landschappen vol ganzen. In onze intensief bewerkte weilanden is aan ganzen geen gebrek…

En zo passeren al tientallen dieren de revue in Aard van het beestje. Met het ene dier dreigt het verkeerd af te lopen, terwijl een ander dier juist profiteert van veranderingen in ons landschap. Of ze wisten zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, zoals de grote gele kwikstaart die in de provincie Noord-Brabant opeens ook bij rioolwaterzuiveringen tot broeden komt. De purist die Caspar Janssen is ziet de grote gele kwikstaart echter toch liever in zijn klassieke omgeving, bij een stromend beekje bij een watermolen. Inderdaad, ik zie me ook liever verpozen bij een oude watermolen dan op het terrein van een rioolwaterzuivering. En wie niet?

Op ontdekkingstocht door Nederland dus. Aard van het beestje brengt je in allerlei uithoeken van ons land. Waar biotopen drastisch, soms te drastisch veranderden en waar soms een biotoop redelijk ongeschonden de jaren wist te verduren. Je leest over soorten die zich wisten te handhaven. Die zich soms wisten aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Helaas ook over soorten die zo gespecialiseerd zijn dat de schaalvergroting en de kaalslag die onze landschappen teisteren hen fataal werd. Laat ik echter niet blijven hangen in een treurig peinzen over hoe mooi het allemaal in ons land had kunnen zijn. De verhalen van Caspar Janssen beurden me vooral op. Zo subtiel geschreven dat de schoonheid van de natuur haast zichtbaar wordt. Over zichtbaarheid gesproken: elk dier wordt bovendien ook nog eens prachtig vereeuwigd door kunstenaar Margot Holtman.

Aard van het beestje / Caspar Janssen en Margot Holtman / Atlas Contact / als paperback en als e-book