Tips voor het zien van roofvogels

Roofvogels spreken menigeen tot de verbeelding. De gratie van een grauwe kiekendief, de snelheid van de slechtvalk, de woeste kracht van een havik en de enorme verschijning van de zeearend zijn imponerend. De meeste vogelaars hopen tijdens een vogeltocht een roofvogel van dichtbij te zien. Dat valt echter nog niet mee! Het gezichtsvermogen van roofvogels is op zijn minst even imponerend als hun specifieke kwaliteiten. Hoe verhoog je de kans om een roofvogel te zien?

Tips voor het zien van roofvogels

#1. Alles begint met herkenning.
Om een roofvogel te zien, moet je hem herkennen. Zorg er dus voor dat je over enige kennis van roofvogels beschikt. Er zijn genoeg boeken verschenen over roofvogels die je hierbij kunnen helpen. Ook voor hele specifieke zaken als bijvoorbeeld het herkennen van vliegbeelden. En om van vogels kijken geen theoretische kwestie te maken: ga veel het veld in. Elke keer dat je een roofvogel ziet, leer je weer iets.

Lees verder

Recensie: Alles is biologie, Sara van Duijn

Biologie. Waar denk je dan aan? Ik denk meteen aan allerlei moeilijke kwesties waar ik maar moeilijk vat op krijg. Als ik met mijn dochter, vierdejaars VWO-er, mee kijk als zij bezig is met biologie, dan doe ik al snel een stapje achteruit en maak ik me uit de voeten. Dat gaat me te hoog na een dag hard werken. Gelukkig zijn er mensen die dit soort kwesties klein weten te krijgen. Sara van Duijn is zo iemand. In haar boek Alles is biologie gaat ze in op allerlei kwesties uit de wereld van de biologie. Voor iedereen die meer over biologie wil weten, maar voor wie het niet te moeilijk hoeft. 

 

 

 

 

Lees verder

Klaverblauwtje op de Gotthardpas

Wanneer je de keuze hebt tussen een urenlange file in de Gotthardtunnel en een fantastisch uitzicht vanaf de Gotthardpas, dan is de keuze snel gemaakt: de pas over. Je kronkelt naar boven en dan, plotseling, ben je op het hoogste punt bij het museum. Hier parkeer je de auto en wandel je een beetje in het rond. Op een zomerse dag zie je bijzondere dagvlinders, waaronder de moerasparelmoervlinder en dit klaverblauwtje. Het is een vrouwtje, want ze is bruin op de bovenzijde. Aan de stippen op de ondervleugel en het ontbreken van lichte en oranje vlekken herken je het klaverblauwtje. Dat in Nederland alleen in Zuid-Limburg voorkomt. Een zeldzame vlinders dus in ons land. Heb je geluk, daar op de Gotthardpas, dan vliegt de alpenkauw voorbij. En als je nog meer geluk hebt en je houdt je een beetje gedeisd, dan zie je zelfs een bergmarmot. Ik heb er van genoten, die paar uur op de Gotthardpas. En wat ook een voordeel was: we vertrokken rond een uur of half drie van de pas en reden vervolgens zonder ene file terug naar Nederland.

Oeverloper in zwart-wit

De vogelkijkhut in de Inlaag Keihoogte is een van de beste hutten die ik ken. Waarom ik dat vind lees je in mijn artikel over dit prachtige vogelgebiedje. Vrijdag zat ik weer eens een paar uur in de hut. Veel gebeurde er deze keer niet. De weinige vogels in de inlaag zaten op behoorlijke afstand. Maar af en toe paradeerde een oeverloper op een paar meter afstand van de hut. Dat was een buitenkansje. Ik filmde de oeverlopers natuurlijk in kleur maar na verloop van tijd ook in zwart-wit. Dat heeft ook wel wat, vind ik. Zwart-wit geeft een opname een heel andere sfeer. En wat ook een voordeel is: het waterpeil was heel laag en dan loopt zo’n oeverloper over een wat viezig bruine slikrand. In kleur blijft het wat viezig, maar in zwart-wit valt dat niet zo op. Nu ja, ik moet toch iets verzinnen om mijn gedrag te legitimeren? Ik hoop dat je het iets vindt:

Recensie: Mijn leven in de wildernis, Miriam Lancewood

Na het lezen van Mijn leven in de wildernis van Miriam Lancewood bleef ergens in mij een restje jaloezie hangen. Dat wil ik best toegeven. In de wildernis leven, op de manier waarop Miriam en Peter dat doen in Nieuw-Zeeland, in één woord schitterend. Niet dat alles nu opgaat in romantiek, want het leven in de wildernis kan ook hard en saai zijn, maar toch. Zoals Miriam haar leven beschrijft, dat zou ook ik wel willen.

 

 

 

 

Lees verder

Oeverzwaluwen in de Hellegatsplaten

Vandaag na lange tijd weer eens met vriend Sjaak erop uit. Dat is altijd top. En dus naar de Hellegatsplaten en daarna naar de hut op de Philipsdam. Het leverde niet heel veel waarnemingen op. Vanuit de vogelkijkhut de Zwartkopmeeuw in de Hellegatsplaten waren het vooral de oeverzwaluwen die de show stalen. Met tientallen tegelijk landden ze op de draad die tussen wal en vogeleiland is gespannen. Om spontaan weer met z’n allen ook op te vliegen. In de hut zaten twee jonge witte kwikstaarten die duidelijk nog wat vlieguren moesten maken.

In de Hellegatsplaten hadden we ook twee leuke ontmoetingen. De eerste met een onderzoeker van Naturalis. Hij liep met een soort van schepnet door de vegetatie. Op mijn vraag of dat een vlindernet was, antwoordde hij dat het meer een insectennet was. Om hommels en wantsen te vangen. Hij verrichte onderzoek naar hommels in een aantal natuurgebieden in de buurt. De andere ontmoeting vond ik om een andere reden bijzonder. In de hut kregen we namelijk bezoek. Onze mede-vogelaar was zo ongeveer voor het eerst aan het vogels kijken en ene ‘meneer Visdief’ had op zijn website iets geschreven over de Hellegatsplaten. Kijk, dat is altijd leuk. In het veld iemand ontmoeten die mijn website heeft geraadpleegd. Tjeerd uit Capelle aan den IJssel kwam ook nog eens met een state-of-the-art Swarovski telescoop aanzeulen. Die moest ook nog even worden getest en de algehele conclusie luidt: bevoorrecht de mens die door zo’n telescoop mag kijken. Wat een helder beeld! Met z’n drieën vervolgens naar de Philipsdam gereden waar vanuit de hut bar weinig te zien was. Dat is echt een contemplatieve hut hoor. Ga er twee uur zitten en een beetje voor je uit staren. Wie weet komen ijsvogel of grote zilverreiger voorbij. En anders moet je een keer terug komen en ben je hopelijk toch een beetje tot rust gekomen. Vanaf de parallelweg op de Grevelingendam op de Krammer tenslotte naar de ruiende watervogels gekeken. Geoorde fuut in zomerkleed was daar het hoogtepunt. Het andere hoogtepunt van de dag was van geheel andere aard: een bezoek aan de film Dunkirk met twee kinders. Zeer indrukwekkend!

Meeuwen in canon

De stormwind maakte het filmen van vogels zo ongeveer onmogelijk, maar gelukkig is er dan de vogelkijkhut in de Inlaag Keihoogte bij Wissenkerke. Ik schreef het al eerder: die vogelkijkhut daar is toch wel het summum. Betonnen vloer en de kijkgaten bijna gelijk met het maaiveld. Goed voor het perspectief. Maar dan moeten er natuurlijk wel vogels zijn! En die zaten door de wind veraf of verscholen zich. Af en toe een liep een oeverloper voorbij. En toen, na een goed uur, viel een grote groep kokmeeuwen met een enkele stormmeeuw de inlaag binnen. Al dobberend begonnen ze te badderen. Ik meende dat een opname in zwart-wit misschien ook wel iets kon zijn. Hier het resultaat verrijkt met Pachelbels’ befaamde canon:

De iepenpage

In Nederland is de iepenpage zeldzaam, hoewel hij door zijn verborgen leefwijze snel over het hoofd wordt gezien. Vermoedelijk zijn er meer leefgebieden dan gedacht. In Staffa, een bergdorp in Noord-Italië, kwam ik deze tegen naast een rustig wandelpad. Iepen heb ik er niet zien staan, wel veel naaldbomen. Maar het is toch echt een iepenpage, want, zo zegt mijn veldgids, ‘de witte lijn vormt een duidelijke W.’

Recensie: Tuinieren met de vierkantemeterbak, Mel Bartholomew

Toen Mel Bartholomew met pensioen ging, stortte hij zich op het moestuinieren. Al snel ging hem de inefficiëncy tegenstaan. Waarom zou je kolen in rijen met tien meter moeten planten als je ze ook op een vierkante meter kwijt kunt? Dat is ten eerste veel prettiger voor jezelf en je hoeft de meststoffen niet over de hele tuin te verspreiden. Een idee was geboren en hij schreef er na verloop van jaren een inspirerend boek over. Het boek dat ik in dit artikel bespreek: Tuinieren met de vierkantemeterbak.

 

 

 

Lees verder

De bonte beer




Eerst dacht ik aan een grote beer, maar bij raadplegen van de veldgids Nachtvlinders bleek het om een bonte beer (Callimorpha dominula) te gaan. De bonte beer heeft stippen, de grote beer lijnen. Ik filmde deze bonte beer (eigenlijk zijn het meerdere exemplaren) op de berg de Mottarone tussen het Lago Maggiore en het Ortameer. Wil je weten welke vlinders ik daar nog meer zag, klik dan op de link.