Recensie: ANWB Amfibieën- en reptielengids, Jeroen Speybroeck (red.)




Tjonge, alweer zo’n formidabele veldgids in de serie van ANWB: de ANWB Amfibieën- en reptielengids van Jeroen Speybroeck. De ondertitel geeft al aan wat je in deze veldgids zult aantreffen: alles over alle Europese soorten. Blader door de gids en je bent verkocht denk ik. Duidelijke foto’s en illustraties, uitgebreide beschrijvingen. Een gids voor iedere liefhebber van amfibieën en reptielen.

 

 

 

Lees verder

Staartmees in de tuin

Staartmezen zijn een van de gezelligste vogels in de tuin. In de winter komen ze vaak in groepjes voorbij. Maar nu het voorjaar nadert en de dagen langer worden, zie je ze steeds vaker met z’n tweetjes. Vandaag was ik bij mijn ouders en daar hoorde ik opeens een stel staartmezen. Snel mijn camera gepakt en geprobeerd te filmen. Ze zijn dan misschien wel zo gezellig, maar voor een filmer zijn ze ook notoire lastposten. Immer in beweging, zelden rust. Zie ze maar eens bij te houden als ze van tak naar tak huppen en je de zoom maximaal hebt ingesteld

Gezellige dieren moet je koesteren. En een plekje gunnen. Hou bijvoorbeeld rekening met de vogels in je tuin. In mijn kast staat het mooi opgemaakte veldgidsje Tuindieren verrassend vlakbij. Daar krijg je in een notendop een aantal goede tips. Voor de rest is het trouwens vooral een veldgids, dus gericht op het herkennen van de meest voorkomende tuindieren. Waaronder de staartmees, ‘met een staart van zeven tot negen centimeter lang en het vrolijke gekwetter valt deze vogel goed op,’ lees ik. Zoals je in het filmpje kunt zien werkt het ophangen van een vetbol ook heel goed. Nu moet je wel weten: in de tuin staat een conifeer en volgens mij zijn de staartmezen bezig een nestje te maken in die conifeer. Geen wonder dus dat er staartmezen te zien waren vanmiddag. Lees verder

Ontdek het verschil tussen de wilde zwaan en kleine zwaan




Zie je een zwaan met een geel en zwarte snavel, dan heb je twee opties: een wilde zwaan of een kleine zwaan. Meestal is het een kleine zwaan, omdat die simpelweg veel talrijker zijn in de winter. Van de wilde zwaan overwinteren er niet zo gek veel in ons land. Monica Wesseling, bekend auteur van boeken als Waarom krijgt een specht geen koppijn?, noemt de kleine zwaan in de Vogelscheurkalender 2018 een ‘ware wintertractatie’. Nu ja, dat vind ik ook wel. Zitten er kleine zwanen in de Alblasserwaard, dan trek ik erop uit. Het zijn koene vogels. Broeden doen ze in Arctische gebieden, tot in Noord-Siberië aan toe. En in oktober vliegen ze naar ons land om in maart weer terug te vliegen. Doe het ze maar eens na!

Wilde zwaan of kleine zwaan? Beide zijn wit (de volwassen vogels dan). Beide hebben geel op de snavel. Beide overwinteren in ons land. Kiezen maar. En soms een beetje puzzelen. Toch zijn de verschillen niet heel moeilijk. Je moet ze alleen even ontdekken. Zoals daar zijn: de wilde zwaan is een stuk groter dan de kleine zwaan. De wilde zwaan heeft meer geel op de snavel en dat geel loopt uit op een punt. En de kop van de wilde zwaan is ‘wigvormig’. Terwijl de wilde zwaan een ‘voornaam’ voorkomen heeft, doet de kleine zwaan eerder een beetje gansachtig aan, lees ik in de heel handige gids Vogeldeterminatie. Deze gids gebruik ik vrijwel altijd om verschillen te ontdekken tussen vogels die erg op elkaar lijken. De duidelijke plaatjes en de uitgebreide toelichting vind ik heel handig.

In theorie zou je nu de verschillen moeten kennen. Maar een filmpje doet ook wat. En daarom vandaag een filmpje met daarin de verschillen tussen beide soorten. Gelukkig kon ik ze van redelijk dichtbij filmen. En na het kijken van het filmpje de natuur in. Want in het echt zijn ze nog véél mooier.

De beste vogelgidsen van dit moment:

Een grote klap en toen: een dode buizerd

Vanmorgen had ik voor mijn werk een afspraak in Zwolle. En dus begon ik opgewekt aan een ritje van zo’n anderhalf uur vanuit de Alblasserwaard. (Te) hard rijden, daar doe ik niet aan. Dus met een verantwoorde gang over de A27 en later over de A28. Kalm gleden onder mijn voeten de kilometers weg totdat ik wakker schrok van een enorme klap. Tegen de portier en het raam naast me. In een flits zag ik de buizerd nog weg spatten en toen was het voorbij. Ik reed immers toch zo’n 110 kilometer per uur. Gelukkig had ik geen last van een reflex of zo, dus kon ik de rit vervolgen. Hoewel: mijn buitenspiegel hing er maar slapjes bij. Die liet zich op een parkeerplaats gelukkig weer repareren. Lees verder

De verschillen tussen grote en middelste zaagbek (mannetjes)

De grote zaagbek en middelste zaagbek heb ik nog niet vaak samen gezien. Toch kan het zomaar gebeuren. Op de zoete wateren rond Goeree-Overflakkee overwinteren beide soorten. In de leuke haventjes van Ooltgensplaat en Den Bommel bijvoorbeeld. En in de haven van Oude-Tonge. Kom je echter bij het zoute water van de Noordzee, dan zie je over het algemeen alleen de middelste zaagbek. De grote zaagbek heeft een voorkeur voor zoet. Maar dan nu de uitzondering: ik filmde een stel grote zaagbekken in de buitenhaven van Stellendam en die is toch echt zout, of op zijn minst heel brak.

Goed, dan sta je dus bij de haven en zie je een zaagbek. Is het een middelste zaagbek of een grote zaagbek? Nu zijn de verschillen ook weer niet zo heel lastig, maar zie je ze voor de eerste keer, dan moet je het maar net weer zien. En vandaar nu een filmpje over de verschillen tussen de middelste zaagbek en de grote zaagbek en dan alleen de mannetjes.

De beste telescopen om vogels te kijken:

Recensie: Biesbosch-vogels, Gerard Ouweneel

Tom Lebret. In en om Dordrecht een bekende naam onder natuurliefhebbers. Tom was een vermaard watervogelkenner die zijn kennis al op jonge leeftijd opdeed in de Biesbosch. Op elfjarige leeftijd begon hij met het noteren van zijn waarnemingen en nog geen twee jaar later groeiden deze notities uit tot een heus dagboek. Tom Lebret was een slimme jongen (later zou hij officier van justitie worden en een doorgewinterde bestuurder) en al snel zette hij zijn talenten in om ook het gedrag van vogels te bestuderen. Onlangs verscheen het boek Biesbosch-vogels van Gerard Ouweneel. Een ode aan een markante vogelaar die veel heeft betekend voor de natuur in ons land.

 

 

 

Lees verder

Kleine zwanen in Polder Gijbeland

Kleine zwanen. Jaarlijkse wintervogels in de Alblasserwaard. Maar heb ik het mis dat er dit jaar minder kleine zwanen in de waard bivakkeren? Afgelopen zondag deed ik een rondje door de Alblasserwaard. Daar waar ik op de gekende locaties kleine zwanen vermoedde, bleken knobbelzwanen te zitten. Bij Ottoland zag ik een prachtige familie wilde zwanen. Maar tot dat moment geen kleine zwanen.

En toen nam ik bij Brandwijk in Polder Gijbeland de bocht en zag ik weer een groep knobbelzwanen. Aardig dicht bij de polderweg. En daarachter, jazeker, kleine zwanen met hun kenmerkende geel met zwarte snavel. De derde zwanensoort die dag! En ook de kleine zwanen zaten niet ver van de weg vandaag. Lees verder

Toendrarietgans B BN




Afgelopen zondag maakte ik weer een rondje door de Alblasserwaard. De toendrarietganzen die ik de week ervoor filmde zaten er nog steeds. Alleen waren het er nu geen negen maar honderdvijftig! Dat wilde ik wel eens zien, dus hop naar Polder Sliedrecht. Waar ik vorige week nog vijf buizerds zag vliegen, zag ik er nu twee. En jawel, honderdvijftig toendrarietganzen.

En ik viel ook op een andere manier met mijn neus in de boter: ze zaten redelijk dichtbij de parallelweg. De zwarte auto in de berm joeg ze niet direct schrik aan. Ook al een gelukje. Iets minder gelukkig was de snoeiharde wind, maar een mens kan niet alles hebben. In het filmpje hieronder kun je ze bekijken. Kijk eens goed naar de zwart met oranje snavel. Daar herken je ze vooral aan. Zwart met een oranje vlek die per gans verschilt in grootte.  Lees verder

Een familie wilde zwanen in de Alblasserwaard

Drie weken geleden deed ik al een rondje door de Alblasserwaard, op zoek naar kleine zwaan en vooral: de wilde zwaan. De kleine zwanen bleven een tijdje zoek, maar de familie wilde zwanen in Polder Ottoland bleken er wel degelijk te zitten. Alleen: ze zaten midden in het weiland. Een machtig eind van de polderweg en even ver vanaf de N214. Er naar toe lopen is geen optie. Los van het feit dat je over andermans terrein ploetert, zullen de vogels je al snel zien aankomen. En één stap te veel en hop, de wilde zwanen kiezen het luchtruim.

Nee, deze prachtige familie wilde zwanen moeten we koesteren. Het is bij mijn weten momenteel de enige familie wilde zwanen in de Alblasserwaard. En daarbij komt dat ik in het Handboek Vogels van Nederland en België lees dat de wilde zwaan niet heel talrijk is in de Lage Landen. Tussen de 1.500 en 3.000 exemplaren overwinteren jaarlijks in Nederland. Dat is niet veel, zeker niet als je het vergelijkt met het aantal kleine zwanen dat hier overwintert: tussen de 11.000 en 14.000 exemplaren). Lees verder