Klapekster in De Staart bij Oud-Beijerland

Vorige week kwam het bericht tot me dat er een klapekster verblijft in natuurgebied De Staart bij Oud-Beijerland. De Staart is een relatief nieuw natuurgebied dat vol staat met bramen en meidoorns. Koeien en paarden houden het gras kort en die afwisselende vegetatie is ideaal voor de klapekster. Bekijk de video maar eens. Hij zit vrijwel altijd hoog in een struik, op de uitkijk naar muizen en insecten. Dat hij een bedreven muizenvanger is bewees ‘mijn’ klapekster vanmiddag: hij dook plotseling naar de grond en vloog weg met een muis in zijn snavel. Niet voor niets dat deze klauwierensoort opgenomen is in de Zakgids roofvogels van Europa. Het ging helaas te snel om het te filmen. Terwijl de jeugd zijn geld offert aan klappen die een fractie van een seconde duren, deed ik op oudjaarsdag mijn eerste waarneming van een klapekster. Een aangename klapper om het jaar mee af te sluiten, nietwaar? Tot volgend jaar!

Vogelgidsen Noord Amerika

Waar en hoe je klapeksters kunt zien.
Laat ik beginnen met het hoe. Heb je op bijvoorbeeld waarneming.nl gelezen dat in een gebied een klapekster zit, speur dan de toppen van struiken en boompjes af op een opvallend lichte verschijning. Klapeksters zitten vrijwel altijd in een top als ze aan het jagen zijn. Je moet echt een verrekijker of telescoop meenemen. Officieel is een klapekster een zangvogel, maar het is een felle roofvogel en die zijn meestal behoorlijk schuw. Kom je te dicht in zijn buurt, en dat is al snel, dan vliegt hij naar zijn volgende uitkijkpost. Dat viel me trouwens op: de klapekster in De Staart had een vast rondje. Hij begon in het midden en vloog dan naar rivier om langs de rivier weer naar het midden te vliegen. Als je het patroon eenmaal hebt ontdekt, dan weet je waar je kunt gaan zitten. En dan maar hopen dat hij niet te lang in een top ver weg blijft zitten…

Natuurgebieden met een afwisselende vegetatie, middelhoge struiken en lage grasveldjes, zijn rijk aan muizen en insecten. Ideaal biotoop voor een klapekster. De Groote Peel, de Slikken van de Heen in Zeeland en het Fochteloërveen zijn zulke natuurgebieden. En De Staart bij Oud-Beijerland dus. In Nederland is de klapekster als broedvogel helaas uitgestorven. Het zijn nu wintergasten. Ze schijnen honkvast te zijn die elke winter naar hetzelfde gebied terugkeren.

En dan nu even kennismaken met de klapekster in De Staart. Als je goed luistert hoor je hem in het begin zachtjes zingen. Het oudejaarsgeweld heb ik niet weggepoetst, dat hoort er nu eenmaal bij.




Mijn vuurwerk voor vandaag: de tien mooiste opnames van 2015

In januari kocht ik hem: mijn videocamera die ik na aanschaf tijdens elke vogeltocht meesjouw. Videocamera vergeten betekent een kortstondige ramp en een aanslag op mijn humeur. Dat het ooit zover heeft kunnen komen zeg. Natuurfotografen hield ik daarvoor liever op afstand met hun wapengekletter. Maar nu ik zelf beelden probeer te vangen, ben ook ik verslaafd aan mijn camera. Mijn eerste opnamejaar is bijna voorbij. Bij wijze van ‘vuurwerk’ vandaag de tien mooiste opnames van 2015 en mijn verhaal erbij.

#1. IJsvogel bij Tholen
Een ijsvogel filmen, dat is het summum. Maar wel lastig wanneer je niet vanuit een tentje opneemt, maar al wandelende. Een ijsvogel ziet mij meestal eerder dan ik hem. En toen liep ik deze zomer over een Thoolse dijk langs het Zoommeer. Een honderd meter voor me hoorde ik twee ijsvogels. Maar ik zag ook een lieftallige en zo vanuit de verte een leuk uitziende jongedame naderen. En zij was niet alleen: haar hond verkende de paden en jawel: liep precies naar de plek waar de ijsvogels zaten. Twee blauwe strepen en piep en weg waren mijn doelwitten. Het is maar goed dat de jongedame me niet heeft horen schelden, want dan had ze vast haar hond op mij afgestuurd. En toch. Een kwartier later zou ik die hond van vreugde een zak feestbrokken hebben geschonken en de dame een zoen op haar linkerwang. Of haar rechter, wat kan mij het schelen. Wat bleek: de ijsvogels streken neer op een tak aan het water en toen ik door de rietkraag liep, een paadje insloeg zat daar plots deze ijsvogel. Die mij niet zag en zich ongemerkt liet filmen. Met passerend vrachtschip en al. Dame en hond nooit meer gezien trouwens.

Lees verder

Over een witkopgors bij Wilhelminadorp

‘Zo ongeveer één keer in de drieduizend jaar gebeurt het: een witkopgors waait vanuit Siberië naar de Lage Landen. En die ene keer is nu.’ Zo ongeveer, maar dan net iets anders, vertelde ik het mijn zoon van negen die vogels kijken wel aardig vind, maar meer ook niet. Maar omdat het programma van mijn vrouw nog minder interessant was, verkoos hij vandaag een vogeltocht boven voorbereidend werk op een basisschool. Die keuze beviel me wel. En zo reden we vanmorgen naar Zeeland, waar we toch net onze jongste dochter op gingen halen. In Goes, et voilá, dat ligt nu net naast Wilhelminadorp! De witkopgors verblijft daar al een paar weken in de buurt van het dorpje tegen de Oosterschelde aan. Het Schor Wilhelminapolder is zijn domein en daar brengt hij zijn onopvallende leventje nu door. Want onopvallend is de witkopgors! Een wonder dat iemand hem te midden van de graspollen heeft opgemerkt. De witkopgors (in de winter een bruine en in de zomer een witte kop) sluipt als een muisje over de grond. Haast kent hij niet, extravert is hij al helemaal niet. Een paar tellen zie je hem tussen de paaltjes langs het schor en dan floept hij achter een graspol, minutenlang onzichtbaar. En ondertussen staat een leger aan vogelaars in de koude zeewind te wachten tot hij zich weer laat zien. Het viel me trouwens op dat de vogelaars erg hoffelijk en beschaafd met elkaar en de witkopgors omgaan.

banner zeeland

Waar en wanneer kun je de witkopgors zien?
Volgens de ANWB Vogelgids van Europa is de witkopgors tot 2008 35 keer in Nederland gezien. Dat is niet veel, en dus veroorzaakt een waarneming veel rumoer in vogelaarsland. De witkopgors in het Schor Wilhelminadorp is niet moeilijk te vinden. Aan het einde van de Oude Veerwerk / Wilhelminadorp ga je rechtsaf. Je rijdt onder de zeedijk. Ga je weer omhoog, dan parkeer je daar de auto en wandelt voorbij de slagboom buitendijks. Je ziet er een kleine kwelder met bij eb ontzettend veel slik. Een prachtig stukje schor(re)! De witkopgors foerageert precies achter het raster, dicht tegen de grond. Daar waar geen graspollen staan laat hij zich nu en dan zien. Heb je geluk, dan vliegt hij even op om op een paaltje of het gaas neer te strijken. Daar moet je meestal veel geduld voor opbrengen. Tijdens het wachten kun je je vizier natuurlijk prima op het omliggende schor richten. Spectaculairder dan de witkopgors zul je niet aantreffen vrees ik, maar een stel rotganzen, scholeksters, wulpen, bonte strandlopers, tureluurs en bergeenden bij elkaar is toch ook mooi?

Hier mijn opname van de witkopgors:

 

Over het verschil tussen kleine zwanen en wilde zwanen

Deze winter tref je op tal van plaatsen kleine zwanen en wilde zwanen. Omdat ik de verschillen wil aangeven tussen beide zwanen, heb ik de befaamde gids Vogeldeterminatie er eens bij gepakt. Volgens deze determinatiegids komt de wilde zwaan vooral in het noorden van Nederland voor en de kleine zwaan in het westen. Beide soorten zijn wintergasten die vanuit noordelijke streken ons land bezoeken. Een enkele keer komt een paartje wilde zwanen tot broeden in ons land. Meestal zitten wilde bij wilde en kleine bij kleine zwanen. Dit keer filmde ik ze in één shot. En dat is leuk, want dan kun je de verschillen tussen beiden zwanensoorten goed zien.

Het belangrijkste verschil ligt voor de hand: de kleine zwaan is kleiner dan de wilde zwaan. Maar als je ze bij elkaar ziet dan lijkt de kleine zwaan wel een gans! De kleine is echt een stuk kleiner en dat zou je niet zeggen wanneer je ze ziet zonder wilde zwanen in hun nabijheid. Kijk eens naar de halzen van beide soorten. Een hoge hals bij de wilde en een korte bij de kleine zwaan. Ben je in het veld en twijfel je, dan kun je ook naar de snavels kijken. Dat geel op de snavels, dat maakt beide zwanen nou zo mooi vind ik. En dan vooral de wilde zwanen: het geel beslaat het grootste deel van de bovensnavel en komt tot voorbij de neusgaten. Feeërieke verschijningen zijn het, die wilde zwanen. Ze kunnen zo uit een Scandinavisch sprookje zijn weggevlogen. De kleine zwaan doet het met flink minder geel op de bovensnavel, soms maar een miniem puntje. En als ze op een modderige akker staan te wroeten dan zie je vaak helemaal niets van dat geel, want dan hebben ze een masker op. Let op: deze verschillen gelden voor volwassen dieren. Jonge exemplaren zijn in beide gevallen grauw en de snavels hebben een wat onbestemde kleur. Gelukkig trekken jonge dieren meestal met hun ouders op, altijd een volwassen zwaan in de buurt dus.

Waar heb ik kleine en wilde zwanen gezien?
Mijn eerste waarneming van wilde zwanen dit jaar was aan de noordoever van het Oostvoornse Meer. Ik sprak iemand van Zuid-Hollands Landschap en die vertelde dat er ieder jaar een paar families op het Oostvoornse Meer overwinteren. Ook langs de oevers van het Krammer heb ik dit jaar wilde zwanen gezien. Op internet las ik dat wilde zwanen nu ook in de Amsterdamse Waterleidingduinen verblijven. En iemand vertelde me dat je ze ook in het Infiltratiegebied bij Castricum kunt zien. Wil je beide soorten bij elkaar zien, bezoek dan natuurgebied de Mepper Hooilanden. Cor Fikkert maakte daar twee bijzondere opnames van kleine en wilde zwanen. Kleine zwanen kun je verspreid over het hele land tegenkomen. Ik zie kom ze nu tegen in de Alblasserwaard en op Schouwen-Duiveland in de polders bij Nieuwerkerk.

Nu stoppen met lezen en een kort filmpje bekijken:

Vogelgidsen Noord Amerika

Over flamingo’s in het Grevelingenmeer bij Battenoord




Het blijft een merkwaardig gezicht zo midden in de winter: een groep flamingo’s tot enkelhoogte (jawel, de enkels zitten ter hoogte van de knieën) in het koude water van het Grevelingenmeer. Tropische vogels die gek genoeg onze winters weten te overleven. Zelfs die winter waarin ik de Molentocht schaatste (een barre tocht die ik gek genoeg ook wist te overleven). Toen ik vijfentwintig jaar geleden elke dag in de bus naar school reed, zag ik ze vaak langs de Philipsdam staan. Jaren later verbleven ze in natuurgebied de Hellegatsplaten. Nu dus in het Grevelingenmeer voor Battenoord, een buurtschap op Goeree-Overflakkee bij de dorpjes Herkingen en Nieuwe-Tonge. Wil je weten hoe je bij Battenoord komt, klik dan hier. Het Grevelingenmeer moet daar toch rijk aan onderwaterleven zijn, anders waren de flamingo’s allang uitgeweken naar andere gebieden. Ook nu (najaar 2017) is de groep weer aanwezig. Ik filmde op 13 oktober de groep weer van heel dichtbij.

Flamingo’s

Op waarneming.nl lees ik dat drie soorten samen komen daar voor Battenoord: de Europese flamingo, de Chileense flamingo en de Caribische flamingo. Waarin verschillen ze van elkaar? De ANWB Vogelgids van Europa beschrijft ze alle drie: de Europese flamingo is met de Caribische het grootst. De Chileense is beduidend kleiner. Dat zie je meteen als je ze met verrekijker of telescoop bekijkt. De Europese heeft een lichtroze verenkleed, lichter dan de Caribische die diep roze kleurt. Een ander verschil tussen Europese en Caribische is de snavelpunt. Bij de Europese flamingo is alleen de snavelpunt zwart, bij de Caribische is de snavel tot aan of voorbij de kromming zwart.

Waar de flamingo’s staan

De groep staat altijd in de buurt van het jachthaventje van Battenoord. Staan ze links van de strekdam, dan kun je ze van heel dichtbij bekijken. Bij het haventje begint een wandelpad dat je naar de dijk leidt. Vooral ‘s ochtends staat de zon ideaal om ze vanaf het wandelpad te bekijken.

Ze staan ook regelmatig rechts van het haventje. Je kunt ze dan vanaf de dijk rechtsachter in de haven bekijken. Ze staan daar wel verder weg dus een verrekijker of telescoop is dan wel handig. Soms staan ze nóg verder weg. Voor een van de windmolens bijvoorbeeld. Je kunt er natuurlijk naar toe wandelen of fietsen over het fietspad onder aan de dijk. Ga je liever met de auto, onthou dan voor welke windmolen ze ongeveer staan. Bij de derde molen wordt het je gemakkelijk gemaakt: daar is een trap over de dijk. Staan ze hier, dan staan de flamingo’s vaak vlak onder de kant en kun je ze van dichtbij bekijken. Bij de eerste twee windmolens moet je over een hek van gaas klimmen. Niet voor iedereen even gemakkelijk…

Niet schuw, maar toch…

De flamingo’s zijn rustige vogels. Vanwege hun grootte hebben ze nauwelijks vijanden. Dus gedragen ze zich niet heel schuw. Maar toch. Een hond te water is ook voor flaming’s te veel van het goede. Mijn advies: hou de hond even aangelijnd en geef hem een eindje verderop de vrijheid.

Andere vogels bij Battenoord

Er zijn natuurlijk ook nog allerlei andere bijzondere vogels te zien bij Battenoord. De ijsvogel spreekt iedereen aan. Hij jaagt in en om het haventje. Wulp, goudplevier, zilverplevier, tureluur, scholekster, kluut, zwarte ruiter, bonte strandloper en soms een zeldzame steltloper als de rosse franjepoot (in oktober 2017 waargenomen). Rotgans en brandgans foerageren er, evenals lepelaars en kleine zilverreigers. En af en toe komt de zeearend overvliegen. Er valt dus veel te genieten van de natuur bij Battenoord!

De beste verrekijkers voor beginnende vogelaars:

 

Tips van visdief
anwb natuurgids
beleef-de-natuur-80-verrassende-tochten
natuurgids veluwe
Vogels kijken in de Camargue en de Crau Hans Peeters
anwb vogelgids van europa paperback

Recensie: ANWB Natuurgids, Volker Dierschke

anwb natuurgidsDe ANWB Natuurgids is nou echt een veldgids voor de allround natuurliefhebber. Ben je geïnteresseerd in dier én plant, dan vind je in deze natuurgids beschrijvingen én prachtige afbeeldingen van de meest voorkomende dieren en planten in Europa. De eerste editie van de ANWB Natuurgids verscheen jaren geleden. In 2015 verscheen de geheel vernieuwde editie. Het resultaat mag er zijn.

Koop dit boek

 

 

Lees verder

Over een zwarte rotgans op Goeree-Overflakkee

Bij Ouddorp filmde ik een rotgans met een opvallend witte flank en grote keelvlek. Twee kenmerken van een zwarte rotgans. En toch. Na het raadplegen van de uitmuntende vogelgids Vogeldeterminatie en het fenomenale boek De rotgans van Barwolt Ebbinge ben ik gaan twijfelen. Is hij wel donker genoeg om een zwarte rotgans (Branta bernicla nigricans) te zijn? En het lijkt erop dat de keelvlek aan de voorzijde niet sluit zoals bij zwarte rotganzen gebruikelijk is. Is het misschien een hybride zwarte rotgans met een witbuik- of zwartbuikrotgans?

Een zwarte rotgans zou bijzonder zijn. Bijna de hele wereldpopulatie zwarte rotganzen overwintert langs een van de Amerikaanse kusten. Af en toe waait er eentje met ‘gewone’ zwartbuikrotganzen mee richting de Nederlandse kust.

Omdat ik twijfelde heb ik een berichtje geplaatst op Facebook. Al snel gaf iemand een uitgebreide reactie waarin hij aangaf dat het inderdaad een zwarte rotgans is, en wel een mannetje. Dit op basis van de keelvlek, lichte flank en donkere bovenzijde.

Hij graast te midden van een groep zwartbuikrotganzen bij de rotonde op de N57 voor Ouddorp en zal vast vaker te zien zijn daar in de weilanden of op het Grevelingenmeer.

vogelgidsen voor kinderen compleet

Over roodkeelduikers bij de Zuidpier bij IJmuiden

Roodkeelduikers doen alleen in de zomer hun naam eer aan. Hun keel kleurt dan fraai rood. Maar dan zie je hem vooral in Scandinavische streken en noordelijker. In Nederland zie je hem alleen in de wintermaanden, maar dan zonder rode keel. Nog altijd mooi hoor. Ga maar eens kijken, daar op de Zuidpier bij IJmuiden of op de Brouwersdam bij Ouddorp. Deze roodkeelduiker jaagt vlak onder de Zuidpier bij IJmuiden, zomaar een twintig á dertig meter voor de rotsblokken. Blijf je bovenop de pier staan, dan zwemt hij weg. Beter is om even tussen de blokken te gaan staan. Dan gaat je silhouet schuil. Pas dan wel op voor de gladde ondergrond. Je zult de eerste niet zijn die er uitglijdt. Prachtig om te zien hoe gracieus een roodkeelduiker duikt. Haast zonder een spatje te veroorzaken. Op het laatst een stevige schop achterwaarts en dan: floep, weg!

recensies vogelgidsen

Over drieteenstrandlopers op het strand bij IJmuiden

Op weg naar de Zuidpier besloot ik over het strand te wandelen. Er liepen groepjes drieteenstrandlopers aan de vloedlijn, daarvoor ploeg ik wel door het mulle zand. Drieteenstrandlopers broeden in het hoge noorden en waaieren in het najaar tot ver in Afrika uit. De honingpotten aan Afrikaanse kusten wegen ruimschoots op tegen het risico van een lange vliegreis. Koos Dijksterhuis schreef er een mooi eboek over. Gelukkig blijft een deel van de drieteenstrandlopers op drift aan de Nederlandse kust hangen. Ze lopen fanatiek op het ritme van de golven heen en weer. En peuren driftig en razendsnel in het zand. Nee, deze opname van drieteenstrandlopers op het strand bij IJmuiden heb ik niet in de versnelling gezet. Zo zijn drietenen nu eenmaal!

Waar kun je drieteenstrandlopers zien?
Drietenen zie je meestal op het strand, op zand dus. Maar ze versmaden rotsige plateaus zeker niet. Bijna aan het eind van de Zuidpier kwam ik er één tegen. En op de Brouwersdam zeg ik bij ebbend water groepjes drietenen op het vlakke talud naar voedsel zoeken. Wil je drieteenstrandlopers zien, ga dan lekker uitwaaien op het strand. Dat is toch zeker geen straf? Zie je kleine donsvogels zich langs de vloedlijn spoeden, dan heb je drietenen in beeld. Vlak na een flinke storm uit het westen is ideaal. Dan waaien soms complete velden mesheften het strand op, met resten schelpdier er nog in. Dan verandert voor drietenen ook het Hollandse strand in een ware honingpot.

vogelmemory