krakeend mannetje en vrouwtje

Een paartje krakeenden bij Streefkerk




Het was zaterdag mooi weer en ik had geen zin om er met de auto op uit te trekken. Ik zit alle dagen van de werkweek lang in de auto, het is wel een keer genoeg. En dus een ronde gefietst in de omgeving van Alblasserdam. Dan weet ik van te voren dat ik weinig bijzonders zal zien. Zeldzame soorten zijn in de Alblasserwaard wel heel zeldzaam. Maar wat geeft het? Dan maar een keer genoegen nemen met de gewonere soorten.

Het leuke is dat ik op een vogelblog een uitleg van de 20/80 regel tegenkwam. Die regel ken ik alleen uit de economie. Twintig procent van je klanten zorgen voor tachtig procent van de omzet. Of: twintig procent van de bellers nemen tachtig procent van de tijd op een afdeling in beslag. Zulke waarheden worden voortdurend door economen rond gestrooid. Er zal vast een kern van waarheid in zitten. Welnu, of de blogger econoom is, weet ik niet, maar ook hij strooide met deze wetmatigheid. Twintig procent van de vogelsoorten vormen tachtig procent van het totaal aantal vogels in een natuurgebied. En welke conclusie verbindt hij aan die wijsheid? Zorg dat je als beginnende vogelaars die twintig procent als eerste leert herkennen. Dan heb je de meeste vogels in een gebied te pakken. En kun je vervolgens je kennis gericht gaan uitbouwen.

Er zit wel wat in, zo ontdekte ik al fietsend door de weilanden tussen Alblasserdam en Streefkerk. Neem alleen al de krakeenden die ik in de sloten zag drijven. Dat komt aardig in de buurt van die 20/80 regel. Héél veel krakeenden zag ik. In een kring op het flinterdunne ijs en in het wak ervoor. Niet gek trouwens, want er overwinteren tienduizenden krakeenden in Nederland. Ze komen vanuit Scandinavië, Rusland, Oost-Europa aanvliegen. Sommige blijven hier hangen en andere vliegen door naar Zuidwest-Frankrijk, lees ik in het Handboek Vogels van Nederland en België, een van mijn favoriete vraagbaken. De vogeltrek blijft fascinerend.

Ik besloot om tegen een knotwilg te gaan zitten, aan de rand van een plas tegenover Streefkerk. Het water was spiegelglad en een paartje futen schoof door het riet. Stiekem hoopte ik dat ze gingen baltsen, want die rituelen heb ik nog niet goed kunnen vastleggen. Helaas, het baltsen bleef uit. Wat wel gebeurde was dat een paartje krakeenden op de plas landde. En uitgebreid de veren begon te poetsen. Met de zon in mijn rug leverde dat een zonnig filmpje op. Waarin je dan meteen het verschil tussen mannetje en vrouwtje krakeend kunt ontdekken.

Het vrouwtje bruin, het mannetje grijs. Let ook op de kleur van de snavel, bedacht ik me toen ik het filmpje allang klaar had. Het vrouwtje heeft een bruinoranje snavel. Die van het mannetje is zwart.

Besluit je de wijsheid van de vogelblogger te behoorzamen, leer dan zeker de krakeend te herkennen. Zo talrijk is hij, dat hij op veel plekken het aantal wilde eenden overstijgt. Een het is een leuk eendje. Een beetje saai, maar richt je je telescoop op het mannetje, en verbaas je je over zoveel schoonheid. Mocht je denken, wat doen die zwarte hoeken in dit filmpje, welnu: tijdens het filmen had ik mijn camera op een tak gelegd. En ik had niet gezien dat mijn camera een beetje scheef lag. Ik heb het beeld daarom iets gecorrigeerd. Maar dan valt er in de hoeken wat ruimte vrij. Het beeld vergroten maakte het hier en daar een beetje vaag. En daarom dit keer een paar zwarte hoekjes.

De beste verrekijkers voor beginnende vogelaars: