Over die ellendige toestand in de Oostvaardersplassen

Gelukkig, ik sla de kranten vandaag open en ik lees dat er een einde lijkt te komen aan die ellendige toestand in de Oostvaardersplassen. Edelherten, konikspaarden en Heckrunderen hebben zo te lijden onder de ijzige omstandigheden dat veel dieren een ellendige hongerdood sterven. Veel mensen zagen het met lede ogen aan en besloten de dieren bij te voeren. Een daad die hen op een boete kwam te staan. Want dieren bijvoeren in de Oostvaardersplassen, dat mag niet. Regelmatig schieten jagers stervende dieren af.

Maar gelukkig dus. In Trouw, het dagblad dat ik dagelijks naast mijn ontbijtbord heb liggen, lees ik dat de grote grazers worden bijgevoerd (of ik dat het beste idee vind betwijfel ik overigens, maar daar gaat het mij nu nog niet om). En in de Telegraaf kom ik vandaag een artikel tegen waarin onder meer bioloog Midas Dekkers het experiment in de Flevopolder failliet verklaart. En om het maar meteen duidelijk te maken: ik ben het roerend met hem en alle mensen die ageren tegen deze wanstaltige toestanden, eens. Ik zal uitleggen waarom.




Biologen als Frans Vera hebben het experiment in de Oostvaardersplassen bedacht. Grote grazers horen in de nieuwe natuur en in een natuurgebied als de Oostvaardersplassen dicteert de natuur het spel. En dat betekent dat de grote grazers zich naar hartenlust kunnen voortplanten en zich vrij door het gebied kunnen bewegen. En dat in de winter, als het voedselaanbod afneemt en er soms vorst in het land is, dieren omkomen. Dat is in hun redenering niet erg, want de natuur is altijd op zoek naar evenwicht. De zwakke dieren sterven en de sterke dieren blijven over. En die sterke dieren geven hun sterke genen door aan hun nageslacht waardoor de soort in totaal sterker wordt.

Natuurlijke omstandigheden in de Oostvaardersplassen?

Deze redenering klopt als een bus. Zo gaat het in de natuur. De natuur is geen romantische plek, mocht je dat soms denken. In de winter sterven talloze dieren. Het hele jaar door sterven talloze dieren. Een slechtvalk eet vogels. Een wolf eet hertjes. Een leeuw vangt antilopes. Een grauwe vliegenvanger eet grote vliegen. Mieren vreten rupsen. Ga zo maar door. En aldoor worden er nieuwe evenwichten gecreëerd. Tijdens de strenge vorst van deze week zullen talloze ijsvogels zijn omgekomen. Maar reken maar dat de ijsvogels die het hebben overleefd straks flink aan de leg raken. Ze brengen één, en vaak zelfs twee legsels groot. De ijsvogelstand is heel snel weer aangevuld. Zoals ik het hier kort door de bocht omschrijf, veronderstel ik dat er sprake is van natuurlijke omstandigheden. En die natuurlijke omstandigheden kun je kort door dezelfde bocht omschrijven als: geen enkele bemoeienis door ons mensen op het gebied van:

  1. Ruimte. Dieren kunnen grenzeloos heen en weer zwerven, door niets en niemand gehinderd.
  2. Voedsel. Dieren zoeken zelf hun kostje bij elkaar, wat dat kostje dan ook is. Is er door omstandigheden geen kostje, dan zal het dier zelf het kostje worden van een ander dier, bijvoorbeeld een wolf.
  3. Tijd. De klok is een menselijke uitvinding. Maar dieren leven niet volgens een analoge of digitale klok. Ze leven met de seizoenen en die seizoenen zijn grillig en vragen aanpassingsvermogen.

De vraag is dan: is er sprake van natuurlijke omstandigheden in de Oostvaardersplassen? Voor de kleine karekiet en zeearend waarschijnlijk wel. Die vliegen heen en weer, niet gehinderd door enige grens. Ze zoeken zelf hun voedsel bij elkaar en trekken zich niets aan van de menselijke tijd.

Voor hert, konikspaard en Heckrund is er vanuit deze benadering géén sprake van natuurlijke omstandigheden. Dat verrekte hekwerk belemmert de dieren immers om weg te trekken. Onder normale omstandigheden hadden de grote grazers in de winter weg kunnen trekken, op zoek naar voedselrijkere gebieden. Of de kudde had zich gesplitst in kleinere groepen. De ene groep zou naar het noorden trekken, de andere naar het oosten. En onderweg stierf een aantal dieren om te worden opgevreten door wolf, beer en vale gier. Maar nu moeten die enorme kuddes zien te overleven op dat kleine stukje aarde achter het hekwerk. En dat stukje aarde is in de winter maar een bar slechte voedingsbron. De planten zijn verdord en leveren minder eiwit. En waar de bodem in december is kaalgegraasd, daar is de bodem begin maart nog altijd kaal. Oftewel: daar vind je de rest van de winter geen voedsel meer.

De mens beïnvloedt de gang van zaken in de Oostvaardersplassen enorm. De ruimte is beperkt en begrensd. Waardoor het voedselaanbod beperkt wordt. En wat de tijd betreft? Je zou kunnen zeggen dat Staatsbosbeheer de tijd van leven beïnvloedt door het creëren van onnatuurlijke omstandigheden en door het niet introduceren van grote jagers. Vervolgens wordt de tijd van het stervensuur ook nog eens bepaald door de jager (een kogel versnelt het sterven van de stervende dieren, dat noemen we dan een humanitaire dood – over menselijk gesproken).

Onvolledige voedselpiramide

Kortom: de biologen van Staatsbosbeheer hebben half werk afgeleverd. Een natuurgebied met een hoog hek eromheen. Een natuurgebied waar wat de grote grazers betreft een onvolledige voedselpiramide is gecreëerd. En dat was vanaf het begin duidelijk. Elke beetje bioloog snapt veel beter dan ik hoe de voedselpiramide werkt. Wil je er meer over lezen, lees dan het boek Waarom zijn er zoveel soorten? van Menno Schilthuizen maar eens. En zonder al te fel te willen zijn, vind ik dat deze biologen dan ook wel enige blaam treft. Net zoals een boer blaam treft als hij zijn vee laat verhongeren. Een afgesloten weiland verschilt voor de grote grazers helemaal niet veel van een natuurgebied als de Oostvaardersplassen.

En dan zegt Frans Vera (een van de godfathers van het experiment met de grote grazers) in het artikel in Trouw over het bijvoeren: ‘Het helpt helemaal niks, want door hun rangorde zullen de sterkere dieren wel aan hun trekken komen en de zwakke minder.’ En de conclusie die de journalist trekt: ‘Per saldo zal het bijvoeren leiden tot een grotere populatie aan dieren en dus op lange termijn het dierenwelzijnsprobleem alleen maar vergroten.’

Doet de natuur haar werk in de Oostvaardersplassen?

Kijk, daar heeft Frans Vera groot gelijk. Maar wat hij er niet bij zegt is dat het biologen als hijzelf zijn geweest die deze omstandigheden hebben gecreëerd. Ze doen wel alsof ze natuur hebben gecreëerd, maar dat is niet waar wat de grote grazers betreft. Die grote grazers zijn op de keper beschouwd getemde wilde dieren, oftewel: semi-wild vee. De bemoeienis door de mens is te groot om te kunnen spreken van volledig wilde dieren. Ergens is er in mijn ogen ook sprake een zekere vorm van onverschilligheid. De bioloog en terreinbeheerder mikt een aantal grote grazers in een omheind gebied en weet van te voren dat die kudde al snel tot een te grote omvang zal uitgroeien waardoor er hongersnood zal ontstaan.

En weet je wat in mijn ogen die onverschilligheid alleen maar groter maakt? Wetenschappers kunnen heel nauwkeurig berekenen hoeveel eiwitten de planten in de Oostvaardersplassen kunnen leveren. Ook kunnen ze nauwkeurig berekenen hoeveel plantaardige eiwitten de grote grazers nodig hebben. Breng aanbod en vraag bij elkaar en je weet het te kort. Als boeren exact kunnen berekenen hoeveel plantaardige eiwitten ze hun koeien moeten geven, dan kunnen biologen dat ook voor de grazers. De ellende in de Oostvaardersplassen vind in mijn ogen dan ook willens en wetens plaats.

En dan beweren: de natuur doet zijn werk.

Nee, de natuur doet zijn werk niet. Het hek doet zijn werk.

Nee, de natuur doet zijn werk niet. De biologen hebben hun werk gedaan door willens en wetens een onvolledige voedselpiramide te ontwerpen.

Nee, de natuur doet zijn werk niet. De Oostvaardersplassen zijn in de kern een menselijke creatie en de natuurlijke processen in het gebied zijn niet voor alle organismen in het gebied natuurlijk te noemen.

Hoe  nu verder?

De vraag is: hoe nu verder? Laten we eerst maar eens erkennen dat de ideologische biologen met hun experiment een duivels dilemma hebben gecreëerd. Niet bijvoeren leidt tot wanstaltige taferelen. Bijvoeren ook. In beide gevallen blijven grote grazers massaal sterven onder schrijnende omstandigheden.

In mijn ogen zijn er vier oplossingen:

  1. Niets doen en de huidige omstandigheden continueren. Ik heb de taferelen al als wanstaltig getypeerd, voor mij dus geen optie. Maar het kan.
  2. Bijvoeren. Daarover spreekt Frans Vera wijze woorden. Dat leidt op lange termijn slechts tot een nog groter probleem. Ook geen optie. Dat wordt nu wel gedaan, maar ook ik vind dit geen oplossing voor de lange termijn.
  3. De menselijke bemoeienis in de Oostvaardersplassen opschroeven. Jagers schieten elk najaar een substantieel deel van de kudde dood. Actief en stringent beheer dus zoals op de Veluwe. Komt er op neer dat we accepteren dat de Oostvaardersplassen een door mensen geschapen gebied is dat actief beheer vraagt. De Oostvaardersplassen als schiettent.
  4. De menselijke bemoeienis in de Oostvaardersplassen minimaliseren, oftewel: het hekwerk slopen waardoor echt natuurlijke omstandigheden worden gecreëerd.

Je zult misschien denken, meen je dat nou met die optie 3? Jagers de kudde laten decimeren? Welnu, ja, dat meen ik. Dat dieren sterven, moeten we  accepteren vind ik. Echt, de kariboes in Canada hebben ook het eeuwige leven niet. En of een hert nu door een kogel sterft of door een wolvenbeet in de nek, daar zie ik eerlijk gezegd niet veel verschil tussen vanuit het perspectief van de grazer.

Zijn de wolven een geschikt alternatief?

Dan maar een alternatief voor de jager in de Oostvaardersplasses toelaten, hoor ik iemand opperen: een roedel wolven erin. Wel, ik ben geen bioloog en ook geen profeet. Maar toch doe ik een voorspelling van het meest waarschijnlijke scenario: door het overaanbod aan voedsel dijt de roedel wolven enorm uit. Geen enkele wolf sterft de eerste jaren immers vanwege honger. Maar na verloop van een aantal jaar is het aantal grote grazers fors afgenomen en het aantal wolven heel groot. En dan ontstaan aan de kant van de wolven voedselnijd. Te veel wolven en te weinig grote grazers. Sterker nog: in een omheind gebied als de Oostvaardersplassen zullen de vele wolven de grote grazers uitroeien. Een wolf houdt het rennend veel langer vol dan een grote grazer. Een kudde wolven maakt dan ook korte metten met elke grazer in het omheinde gebied. Zie je het voor je: een roedel wolven achtervolgt een hert dat in doodsnood vlucht, maar plots voor het welbekende hek staat. Het hert moet halt houden. Kip ik heb je, huilt de wolf. Maar na het laatste hert, zullen de wolven massaal verhongeren…

Nee, ook met wolven in het gebied, doet de natuur zijn werk niet. Ook de wolven zijn immers door de mens toegelaten en vergen menselijk beheer.

Vanuit het perspectief van de grote grazers blijft in mijn ogen alleen optie 4 open. Minimaliseer de menselijke bemoeienis in het gebied. Sloop het hek en laat de dieren het maar uitzoeken. Dat ze binnen de kortste keren de Oostvaardersplassen ontvluchten, dat zij dan zo. Dat is dan de natuur die zijn werk doet.

Ik ben alleen bang dat dit vanuit het perspectief van de mens niet de meest optimale optie is. Boeren zullen die kudde liever niet op hun akkers zien grazen (en terecht). En de combinatie grote grazers en verkeer is ook niet de beste.

Blijft nuchter beschouwd alleen over: optie 3. Accepteren dat de Oostvaardersplassen in de kern een door mensen geschapen natuurgebied is dat dan ook door de mens beheerd moet worden.

Slik de bittere pil maar: de jager moet erin. De grote vraag is wel of de jager zich hiervoor laat lenen. Want of het schieten op de grote grazers in de Oostvaardersplassen nu zo weidelijk is… Misschien dat de dieren vangen en ze elders onderbrengen een alternatief is, maar dan creëren we waarschijnlijk ergens anders eenzelfde probleem.

Je zou optie 3 ook anders kunnen uitwerken. Bijvoorbeeld de keuze voor een heel andere gebiedsinrichting voor (een deel van) de Oostvaardersplassen. Grote grazers eruit en het gebied anders inrichten . Maar ook dan moet de jager er eerst in.

Een duivels dilemma, dat is wat we hebben gecreëerd.

P.S. Ik lees juist op het website van het AD dat bedreigingen aan het adres van boswachters de doorslag gaven tot het besluit van het bijvoeren. Laat het duidelijk zijn: bedreigingen en ander onfatsoenlijk gedrag jegens mensen die zich dagelijks met hart en ziel inzetten in en voor de natuur keur ik absoluut af. Overigens ook jegens mensen die zich niet in en voor de natuur inzetten. Je kunt van mening verschillen over gevoerd beleid, maar ga met respect met elkaar om, ook op het wereldwijde web (toegevoegd 3/3/2018).

P.S. Op zondag 4 maart lees ik dat er een flinke demonstratie heeft plaats gevonden bij de Oostvaarderplassen. Waar ik niet bij aanwezig was. Maar het zette me wel weer aan het denken. En publiceerde dit artikel (toegevoegd 4/3/2018). Hierin  lees je onder andere dat voor mij een edelhert niet meer waard is dan een moerasparelmoervlinder.

Reacties van lezers:

‘Ik kan me helemaal vinden in de door u beschreven conclusies en mogelijke oplossingen. Ik zie echter nog een vierde optie. Daarin halen we alle grote grazers uit het gebied en de hekken weg. We gaan over op het open houden van het gebied door boeren de gelegenheid te geven hun jongvee daar te laten opgroeien en door te gaan maaien. Oh, ja, dat was vroeger ook zo. Het gebied heeft haar ongereptheid tenslotte toch al verloren. Het intensief rondrijden met groot materieel om de kadavers af te voeren en het veelvuldig in het gebied aanwezig zijn voor afschot heeft de menselijke aanwezigheid al voorbereid. Ik hoorde dat men bij bejagen bang is dat de grote zeearend weg zal trekken I. V.m. De drukte. Deze zit tegenwoordig al in De Heen, De Biesbos en Het Lauresmeer. Ik denk dat deze minder zorgen heeft over de drukte dan of er voldoende stevige bomen staan. En dan kunnen uiteindelijk de ree, de wolf en eventuele edelherten zelf gaan besluiten of ze er hun zomerweides van willen maken. Als je niet meer zoveel uit hoeft te geven aan de Rendac en schieten personeel kan er vast wel een leuk wildviaduct komen op termijn.’

Ivon

‘Wat ik mis in dit verder logische verhaal is de mogelijkheid van herplaatsing van de dieren, in ieder geval de Konikpaarden en de Heck runderen. Ze hoeven niet afgeschoten te worden, want ze kunnen zo naar een natuurgebied van een beheerder die wel geboortebeperkende maatregelen neemt. Of ze kunnen het beleid zodanig wijzigen door overbevolking te voorkomen, simpelweg door geboortebeperking (bijv. PZP, of het verwijderen van de hengsten, ze castreren en als ruinen weer terugzetten). Is niet natuurlijk, maar dat is het nu dus ook niet, en het scheelt wel een heleboel onnodig leed. Zo doet Natuurmonumenten het ook met hun kuddes. Tenslotte zijn de Grote Grazers er om het gebied te grazen, niet om zich er eindeloos voort te planten.’

Joanna

***

‘Dank voor het uitgebreide en duidelijke artikel over de OVP. Ik hoop dat dit uitgebreid onder de aandacht gebracht zal worden óók bij de politiek.’

Yvonne

***

Joanna …..weet je wat er echt mis is….dat er van meet af aan geen onafhankelijke Safety monitoring board is aangesteld ter controle van de opgestelde management procedures OVP….hierdoor is alles wat mis ging onder de mat geschoven ipv dat procedures aangepast of verscherpt werden ten koste van de dieren. De keuze om geen natuurlijke vijanden op te nemen op OVP zou goed gemaakt worden door de “cull policy” zie management plan OVP 1999 Wikipedia …..de cull policy is m.i. correct opgesteld ….echter geen onafhankelijke controle op correcte naleving in dit geval door SBB van deze cull policy is m.i. de root cause dat OVP ontspoord is tot de huidige staat van ernstig noodlijdende dieren…..scheve vergelijkingen met serengeti etc gaan niet op omdat natuurlijke vijanden daar wel aanwezig zijn en hun prooi niet laten verzwakken tot een gratenpakhuis ….om te overleven moet t bord vlees voor een roofdier nog wel vol zijn….het jaarlijks afschot beleid van 30-70% vd populatie GG, cull policy, heeft jammerlijk gefaald, omdat mensen nou eenmaal veel minder goed in staat zijn om selectief de zwakkeren vroegtijdig te elimineren…..en een roofdier doet dat met 2 vingers in zijn neus …daarnaast zijn er ook fouten geslopen in de berekening hoeveel GG het gebied kan dragen zonder de vegetatie uit te putten…..grofweg is dat 0.5 GG per hectare grond…dus max 2250 dieren op 4500 hectare….dit aantal is jaarlijks ruimschoots overschreden en te laat afgeschoten, na de winter ipv ervoor….herstel van vegetatie daardoor ernstig belemmerd en uiteindelijk totale uitputting van de graasgebieden….was getekend

Eileene (medisch bioloog, PhD)

***

Als vreedzaam actievoerder tegen de huidige situatie op de OVP kan ik mij volledig vinden in uw conclusies. En juist ook in uw aanvullende artikel.
De aanzet voor mijn activisme is geweest dat ik (in 2012) na een aantal jaren afwezigheid in het terrein me rotgeschrokken ben van de verschraling ervan en het verlies aan biodiversiteit. Dit probeer ik ook steeds te benadrukken in mijn persoonlijke uitingen op de diverse sites en bij acties.
Dat ik mij (toch) heb aangesloten bij actiegroepen die opkomen voor de Grote Grazers heeft een tweetal redenen:
1)Er zijn geen groepen te vinden die staan voor het verbeteren van het terrein in zijn geheel die net zo actief zijn als de groepen die opkomen voor de grote grazers; deze laatste hameren bij herhaling op de scheefgroei in het gebied.
2) via de grote grazers is het makkelijker ook van een groter publiek de aandacht te trekken voor de misstanden in de OVP. Bovendien is de overbegrazing de belangrijkste reden voor de ontstane disbalans, dus dit probleem goed aangepakt/ gaan beheren zal mits juist uitgevoerd ook positief uitwerken voor het gehele terrein.
Ik weet dat ik hierin niet alleen sta en dat er meerdere mensen aangesloten zijn bij actiegroepen die dezelfde mening zijn toegedaan.

Els

Wil je reageren op dit artikel? Vul dan dit contactformulier in. Fatsoenlijke en inhoudelijke reacties voeg ik handmatig toe onder het artikel.

De beste verrekijkers om vogels mee te kijken: