Nog een keer over die ellendige toestanden in de Oostvaardersplassen

Vrijdag publiceerde ik een vrij omvangrijk artikel over de ellendige toestand in de Oostvaardersplassen. Vandaag lees ik dat er een behoorlijke demonstratie heeft plaats gevonden, vlakbij het bezoekerscentrum. Een kleine duizend mensen waren er om hun ongenoegen kenbaar te maken over de creperende dieren. Ik las ook dat Gedeputeerde Staten van Flevoland voor de zomer komt met een voorstel voor een nieuwe aanpak van het beheer in het natuurgebied. De directeur van het Wereld Natuur Fonds doet alvast een voorzet: het openen van een corridor tussen Oostvaardersplassen en de Veluwe zodat de grote grazers in en uit kunnen lopen.

Hoe moet je daar als ‘meer dan geïnteresseerde leek’ nu over denken? Zomaar een paar gedachten, meer een stel losse flodders dan een sluitend stuk.




Grote grazers zijn kennelijk heilig

Wat demonstranten en directeur mij duidelijk maken is dat de grote grazers kennelijk heilig zijn. Zolang die maar in leven blijven, is het goed. In het statement van de actievoerders lees ik onder anderen het volgende:

‘Voor heel veel dieren betekend het bij voeren dat ze blijven leven en niet verhongeren. Door de enorme druk en inspanning van al die vrijwilligers en dierenliefhebbers is dit bereikt.’

Dat de directeur van het Wereld Natuur Fonds nu al inzet op een corridor (ooit wel gepland, maar wegens bezuinigingen niet doorgegaan), is voor mij een teken dat ook zij de grote grazers centraal stelt in haar beleidsmatige denken. De grote grazers mogen niet te veel lijden, moeten de kans krijgen uit te wijken naar de Veluwe. Zij surft mee op de emoties onder het grote publiek.

Let wel: ook ik walg van de creperende grote grazers. Niet omdat die beesten dood gaan (dat gaan ze op een gegeven moment toch wel). Meer omdat ik vind dat menselijk beleid hier de oorzaak van is. Bijvoeren is op korte termijn een oplossing, maar op lange termijn zeker niet. Het vergroot de problemen alleen maar, daarover ben ik het met een bioloog als Frans Vera eens. Waar ik tegen ageer is dat beleidsmensen en biologen er een onaffe voedselpiramide hebben neergezet met deze ellendige toestanden als gevolg. En dat is in mijn ogen een beleidsfout, zo had het niet hoeven gaan en zo had het niet moeten gaan.

Biodiversiteit in de Oostvaardersplassen moet centraal staan

Het klinkt misschien vreemd na mijn artikel van vrijdag, maar of ik de lijn van de directeur van het Wereld Natuur Fonds deel, betwijfel ik. Ik blijf er de komende tijd over nadenken en wie weet kom ik ook nog eens uit op deze lijn, maar nu nog even niet. En wel om de volgende redenen:

  1. Wat mij betreft staat niet het lot van de grote grazers centraal, maar de biodiversiteit in de Oostvaardersplassen. Laten Gedeputeerde Staten van Flevoland eerst eens nagaan of de inzet van de grote grazers inderdaad heeft geleid tot een hogere diversiteit in het gebied. En ook belangrijk: of bedreigde dier- en plantensoorten gediend zijn met de aanwezigheid van de kudden. Zo ja, dan nadenken over de leefomstandigheden van de grote grazers. Dat kan zijn die verbeteren door de aanleg van een corridor. Het kan wat mij betreft ook zijn door actief beheer, lees: jaarlijkse afschot. Zo niet, dan de inrichting en beheer van het natuurgebied overwegen.
  2. Wat gaan die grote grazers allemaal aanrichten op de Veluwe? Alsof de natuurwaarden in dat gebied niet fragiel zijn. Welke invloed zal de toevoer van grote aantallen grote grazers hebben op zeldzame dier- en plantensoorten op de Veluwe? Op nachtzwaluw, gentiaanblauwtje, zonnedauw en al die andere dieren en planten die de gunfactor ontberen bij het grote publiek?
  3. Punt 2 brengt mij op een voor mij belangrijk punt: een grote grazer is voor mij niet belangrijker dan organismen met minder aanzien. Op dit punt wordt er in de publieke opinie nogal eens gemeten met twee maten: een edelhert dat ligt te creperen roept walging en afschuw op. Maar verpieterende populaties van bijzondere insecten als keizersmantel of grote vos (ik noem willekeurig een paar soorten), daarover hoor je niemand. Dat vissen aan de pil zijn en slakken aan de antidepressiva vanwege menselijk afval en daaronder lijden, daartegen protesteert niemand bij een of ander bezoekerscentrum. Grote grazers hebben kennelijk een gunfactor. Insecten, amfibieën, reptielen, vissen en vogels niet of stukken minder. Iets dergelijks hebben we ook in de Amsterdamse Waterleidingduinen gezien waar de damherten de boel kaal vreten ten koste van insecten. Te veel damherten daar, dat is wetenschappelijk aangetoond. Maar het afschieten van de dieren riep evenveel weerstand op als nu over de creperende dieren in de Flevopolder.
Wat voor soort natuurgebied moet het zijn?

Al met al vind ik dat in de eerste plaats nagedacht zou moeten worden over de toekomst van de Oostvaardersplassen als geheel. Wat voor soort natuurgebied moet het zijn of worden? Welke biodiversiteit willen we dat er ontstaat? Hoe kunnen we die biodiversiteit op zo natuurlijk mogelijke wijze creëren. Welke plaats hebben grote grazers daarin?

Wat mij betreft kan de extreme uitkomst dan ook zijn: grote grazers hebben daarin geen enkele plaats meer. En dat betekent dan dus afschot of verplaatsing van de kuddes.

Let wel: edelhert, konikspaard en Heckrund worden in hun voortbestaan niet bedreigd. Veel dier- en plantensoorten in ons land wel. Die bedreigde soorten zijn vaak onaanzienlijk. Weinig mensen die er oog voor hebben. Lastig ook. Heb je wel eens een keizersmantel van honger zien sterven? Maar ook dat gebeurt! Maar daar zijn dan de biologen, beleidsmakers en terreinbeheerders voor. Die moeten een inhoudelijke afweging maken. In hoeverre zij daarbij emoties laten meewegen, dat is aan hen. Maar wat mij betreft niet al te veel.

Mijn standpunt op dit moment: als door een nieuw beheer van het natuurgebied het lot van zeldzame dieren en planten kan worden verbeterd, dan teken ik daar meteen voor. Ook als dat ten koste zou gaan van de grote grazers.

Want een edelhert is voor mij niet meer waard dan een moerasparelmoervlinder.

De beste vogelgidsen van dit moment: