Negen dingen die je moet weten over de kievit

De kievit is één van de bekendste weidevogels van ons land. En ook één van de meest geliefde weidevogels. Jonge kinderen vinden hem mooi vanwege zijn fraaie kuif. En wie wat ouder is kijkt vaak met verbazing naar de buitelingen die kieviten kunnen maken in het voorjaar. Dat hij bovendien zijn eigen naam lijkt te roepen, werkt natuurlijk ook in positieve zin mee aan zijn imago. Het gaat helaas niet zo goed met de kievit in ons land. Red de kievit, zou ik willen roepen! Dat begint met kennis. In dit artikel ontdek je negen dingen over de kievit die je beslist moet weten.

Negen dingen die je moet weten over de kievit

Naar de kievit is al heel veel onderzoek gedaan. Door wetenschappers, maar ook door liefhebbers. Denk bijvoorbeeld alleen al aan de vele Friezen die tot eind van de vorige eeuw er in het vroege voorjaar op uit gingen om het allereerste kievitsei te vinden. Reken maar dat ook de ‘gewone’ burgers in Friesland dan met een oplettend oog de kieviten in de gaten hielden. Wat de kievit zo bijzonder maakt, ontdek je hieronder.

1. De kuif van het mannetje is langer

Zijn kuif, daar staat de kievit om bekend. Ik heb er eerlijk gezegd nog nooit echt goed op gelet, maar wist je dat de kuif van het mannetje net iets langer is dan de kuif van het vrouwtje? Dat is niet gek, want de mannetjes doen in het voorjaar hun uiterste best om indruk te maken op de vrouwtjes. Daarvoor maken ze de wildste buitelingen met hun brede vleugels.

2. De naam kievit is een klanknabootsing

Vraag je aan jonge kinderen welke vogels hun eigen naam roepen, dan wordt de kievit in één adem genoemd met de koekoek. En inderdaad, met een beetje fantasie hoor je hem telkens ‘kievit, kievit’ roepen, vaak op een wat klaaglijke manier. Zijn wetenschappelijke naam is trouwens Vanellus vanellus en dat heeft te maken met zijn pronkerige gedrag. IJdeltuitje is de betekenis van zijn wetenschappelijke naam. In de Middeleeuwen noemden de Italianen hem pauwtje. Ook al vanwege dat uitbundige, ijdele gedrag.

3. Het gaat slecht met de kievit

Zoals veel weidevogels gaat het slecht met de kievit in ons land. In de jaren negentig kwam de klad in het aantal kieviten dat in ons land broedt. Dat doen kieviten trouwens niet alleen in weilanden, maar ook op akkers. Op onze moderne landbouwgebieden voelt de kievit zich helaas niet thuis en dat is dan ook de belangrijkste reden waarom hij uit ons landschap aan het verdwijnen is als broedvogel.

4. Kieviten zijn gezelschapsvogels

Na het broedseizoen zoeken kieviten elkaar op. Soms zie je ze met honderden en zelfs duizenden tegelijk op een akker of in een ondiepe plas staan. Voortdurend hoor je het melodieuze en een beetje klaaglijke geluid dat ze maken. Als een roofvogel overvliegt, vliegen al die kieviten op en dat is heel spectaculair om te zien.

5. Kieviten zijn heel waakzaam

Kieviten zijn ontzettend waakzaam. Geen wonder dat je in het najaar en de winter vaak goudplevieren in de nabijheid van kieviten ziet staan. De goudplevieren profiteren van de waakzame blik van de kieviten. Ziet een kievit gevaar, dan vluchten alle steltlopers de lucht in om de roofvogel in verwarring te brengen. Goudplevieren en kieviten hebben bovendien hetzelfde menu: regenwormen. Als een goudplevier een groepje kieviten ziet staan, dan weet hij dus dat daar een hapje te halen valt.

6. Kieviten blijven net beneden de vorstgrens

Zolang het niet vriest, blijven kieviten in ons land. De bodem is dan immers zacht genoeg om naar wormen te zoeken. Gaat het vriezen, dan zijn de wormen plots onbereikbaar voor de kieviten. Dan trekken de kieviten naar het zuiden. Net zo ver tot het niet meer vriest. Daar blijven ze ‘hangen’. Zodra de vorstgrens zich weer naar het noorden verplaatst, trekken de kieviten ook naar het noorden. Kieviten blijven op deze manier altijd net beneden de vorstgrens.

7. De kievit is een plevier

De familie van de plevieren is een heel uitgebreide familie. De kleine bontbekplevier is er lid van, evenals de zilverplevier. En de kievit dus ook. Weet je waaraan je dat ziet? Aan zijn manier van jagen. Plevieren trekken vrijwel allemaal korte sprintjes als ze een prooi in de grond zien. De rennen naar de worm, trekken hem uit de grond, eten hem op en kijken dan alweer met hun grote, bolle ogen in het rond op zoek naar een volgende prooi. Waarna opnieuw een korte sprint volgt. Dat is leuk om te volgen.

8. Jonge kieviten zoeken hun eigen voedsel

Terwijl zangvogels wekenlang door hun ouders worden gevoerd, daar stapt een kievitkuiken meteen na zijn geboorte de wijde wereld in op zoek naar voedsel. Een kievitskuiken eet insecten, duizenden insecten die hij van grasstengels en andere planten pikt. Muggen, vliegen en alle andere kleine diertjes die zijn pad kruisen. Hun ouders hebben ze alleen nodig voor hun veiligheid. Ze kruipen onder de vleugels van hun ouders als ze te veel afkoelen of als het gaat regenen. En ze verstoppen zich meteen wanneer ze de alarmroep van één van hun oudervogels horen.

9. Op de kievit wordt nog flink gejaagd

Helaas wordt er op de kievit nog flink gejaagd. Dat snap je toch niet? In ons land keldert het aantal broedparen en in een land als Frankrijk mag hij nog worden geschoten. Gelukkig worden er pogingen gedaan om de jacht op deze bedreigde vogel te stoppen, maar in een land als Frankrijk zal er altijd op vogels worden geschoten. Dat moet maar eens stoppen, vind ik. Het is van den zotte dat vogels massaal worden geschoten. Dat is helemaal niet nodig met onze overvolle supermarkten.

Meer ontdekken over de kievit?

acht dingen die je moet weten over de kieivt

Natuurlijk valt er nog veel meer te ontdekken over de kievit. Hoe groeit een jonge kievit op en hoe beschermen de ouders hun kuikens? In welke gebieden broedt de kievit het liefst? En gaat het eigenlijk overal ter wereld zo slecht met de kievit? En waarom zie je in het najaar plots véél meer kieviten in ons land dan in het voorjaar en de zomer? Deze vragen worden allemaal beantwoord in het boek De kievit van Sake Roodbergen.