Mijn leukste avonturen als vogelaar

Vogels kijken en lekker bezig zijn in de natuur doe ik al sinds mijn jongste jaren. Mijn vader vertelt soms het verhaal van dat ik als ventje van drie jaar oud door een drukke winkelstraat in Antwerpen liep (samen met mijn vader en moeder natuurlijk). Plots wilde ik geen stap meer verzetten. Ik keek strak naar beneden, want daar kroop iets. Het was weliswaar geen vogel, maar wel een prachtige kever! Overal kun je genieten van de natuur, zelfs in de drukste stad. Zal ik je eens een paar van mijn avonturen als vogelaar vertellen?

Zit mijn laars nog altijd in de blubber?

Toen ik klein was, woonde ik in Tholen, een Zeeuws stadje, op nog geen honderd meter van de dijk vandaan. Pal naast ons huis begon het park. Daar speelden we vrijwel elke dag. En soms, als het laag water was achter de dijk, gingen we het schor op. Eens zag ik een meeuw op het slik zitten. Die wilde ik wel eens van dichterbij bekijken. Ik liep door de blubber op de meeuw af die natuurlijk meteen opvloog. Toen ik terug wilde keren naar de dijk, bleef één van mijn laarzen in de modder steken. Ik kreeg hem er niet meer uit en ben dus op één laars naar de dijk en naar huis gehinkeld. Dat is ongeveer veertig jaar geleden. Zou de laars nog altijd in de blubber zitten, vraag ik me wel eens af.

Een bijzondere vogel langs de dijk!

Op een dag, ik moet een jaar of twaalf zijn geweest, wandelde ik met mijn vriend Peter langs diezelfde dijk. Plots zagen we een vreemde vogel zitten. Was het een zeekoet misschien? Snel renden we terug, een sprintje van ik denk wel zeshonderd meter, naar een vogelaar die we kenden. Hij wandelde daar elke dag met zijn twee honden en moest de vogel ook hebben gezien. ‘Nee, het is geen zeekoet,’ vertelde hij. ‘Het is een roodkeelduiker.’ Nou kan ik je verzekeren dat roodkeelduikers ook héél bijzonder zijn. Dus toen zijn we meteen weer gaan rennen. Eerst naar huis om de verrekijker te halen, en toen naar de roodkeelduiker om hem beter te bekijken. Dit vind ik wel één van mijn mooiste avonturen als vogelaar, denk ik. Jaren later filmde ik er één bij IJmuiden, bekijk hem maar eens:

In het park maakten we hutten. We visten in de gracht, en als er in de winter ijs lag, schaatsten we er. We hingen er ook nestkastjes op, die we zelf maakten. Op een dag zagen we een zwartwitte vogel die we echt niet kenden. Het bleek een bonte vliegenvanger te zijn, een mannetje. Het heeft ontzettend lang geduurd voordat ik weer een bonte vliegenvanger zag. Dat was toen een jong dat net was uitgevlogen:

Aan de andere kant van het eiland Tholen, jazeker, het stadje Tholen ligt op het eiland Tholen, ligt een prachtig natuurgebied: de Rammegors. Op een hete zomerdag fietste ik met mijn vriend Peter en nog een ander vriendje naar dit gebied. Eigenlijk mochten we er niet in, maar toch deden we het. We banjerden door het moeras, slopen door het riet, speurden naar vogels en reeën. Het was natuurlijk veel te warm om vogels te kijken, dus we zagen eigenlijk helemaal niets. Op de terugreis ging het mis. Ik haakte in het wiel van het andere vriendje en allebei maakten we een pijnlijke val. De fiets van het vriendje was flink beschadigd en hij kreeg bij thuis komst dan ook een veeg uit de pan (weet je wat dat betekent?).

Wat een ezel ben ik soms!

Weer even terug naar de zeedijk waar ik heel vaak speelde. Op een zonnige dag wandelde ik langs het gemaal. Het was halverwege hoog water. Ik liep over de trap naar beneden, naar het water, en daar zag ik een platvis liggen. Een bot! Die lag lekker te zonnen. Nu viste ik daar vaak, dus die bot met de hand pakken leek me wel wat. Ik greep naar zijn staart, maar was helemaal vergeten hoe slijmerig een bot is. Hij was daardoor zo glad dat hij pardoes in het diepe verdween. Maar je kent vast het spreekwoord Een ezel stoot zich in het gemeen, geen twee keer aan dezelfde steen. Aan de andere kant lag ook zo’n trap! En ook daar liep ik naar beneden, en geloof het of niet, daar lag wéér een platvis! Zonder na te denken greep ik weer naar de staart. Je snapt, ook die bot verdween in de diepte. Soms ben ik een ezel die zich toch twee keer aan dezelfde steen stoot.

Ook mooie avonturen als vogelaar: een ijsvogel op onze tak!

Het mooiste avontuur is natuurlijk wanneer een plannetje slaagt. Er zaten ijsvogels in de sloot, maar ze vlogen altijd pijlsnel weg. Of ze zaten heel ver bij ons vandaan. Daar bedachten we iets op. We zochten een lange tak, staken die in de grond, schuin boven het water. We verstopten ons in het riet en bleven wachten. Het duurde lang, en we wilden al weggaan, maar toen gebeurde het wonder: de ijsvogel kwam aanvliegen en landde op de tak! Jaren later deden we dat opnieuw, en ook toen landde er een ijsvogel op onze tak. Je ziet hem hieronder. Wat een prachtige kleuren heeft hij toch!

Op mijn twaalfde werd ik lid van de natuurvereniging. Ik ging mee vogels tellen. Elke maand slopen we door de Rammegors, je weet wel, dat moerasgebied helemaal aan de andere kant van het eiland Tholen. Ik sjouwde dan met de telescoop van de oudere mensen, maar zag er de mooiste vogel. Wat denk je van de roerdomp? De grauwe franjepoot, waterral, zwarte ruiter en de oeverzwaluw? Of anders de blauwborst en bosrietzanger wel. Soms vonden we er ook een braakbal, waarschijnlijk van de velduilen die er overwinterden. Trouwens, we gingen er ook wel eens de blauwe kiekendieven (sierlijke roofvogels) tellen die in dat gebied hun slaapplek hadden. Wil je weten hoe een roerdomp eruit ziet? Bekijk dan het filmpje hieronder dat ik maakte in de Biesbosch.

Op vakantie in Oostenrijk

Wij gingen in de zomer vaak op vakantie naar Oostenrijk. Zo gingen we een keer naar het nationale park Hohe Tauern. We zaten in een huisje zonder elektriciteit en dat betekende dat we het water warm moesten maken door hout te stoken. Nu vind ik een vuurtje stoken heel leuk, dus er is heel wat hout verstookt. Op het weggetje naar het huisje op de flank van een steile berg, nestelde een paartje roodkopklauwieren. Heel bijzondere vogels die ik later nog maar één keer heb gezien. Op een dag gingen we met de kabelbaan omhoog, maar halverwege gleed mijn vogelgids uit mijn broekzak. Hij viel naast het riviertje onder de kabelbaan. Later ben ik het hele stuk omhoog geklauterd op zoek naar mijn gids die er gelukkig nog lag. Ik ben toen maar meteen doorgewandeld naar de top van de berg. Onderweg zag ik bijzondere vogels als de alpenheggenmus en de rotskruiper. Lekker in mijn eentje de berg op als ventje van een jaar of veertien, heerlijk! Gelukkig kon ik helemaal bovenaan wel iets lekkers eten. Ik geloof een bord friet met een Wienerschnitzel. Let ook maar eens op de vogels in het buitenland als je er op vakantie bent. Wie weet zie je dan ook wel bijzondere soorten.

Lekker in de modder

Het leukste vond ik wanneer ik lekker door de modder, de struiken en het bos kon struinen. Soms klom ik in een boom en maakte er een boomhut in. Dan zat ik van top tot teen onder de modder. Ik geloof dat mijn moeder daar niet altijd even blij mee was, maar dat was snel opgelost. Even in de douche en schoon was ik. En soms doe ik dat nog. Dan ga ik naar het strand en lig ik languit in de modder en probeer ik vogels te filmen. Dan zit ik ook weer helemaal onder de modder. Maar wat geeft dat? Als je de vogels maar goed kunt zien. Trouwens, ik doe nu goede regenkleding aan. Dan word ik een stuk minder nat.

Ken jij ook een park of leuk gebiedje in jouw buurt?

Weet jij ook een park of leuk gebiedje in jouw buurt? Trek je laarzen aan, of stevige schoenen, en ga eens op onderzoek uit. Welke vogels leven er? En kun je er misschien een nestkastje ophangen? Leuk hoor, zelf een nestkastje maken. Ga het maar eens proberen!

Ontdek nog véél meer!

Ontdek hoe ook jij kunt beginnen met vogels kijken.
Misschien vind je het leuk om insecten te helpen?
Hier vind je een overzicht van goede verrekijkers voor kinderen.
En je hebt natuurlijk ook een goede vogelgids nodig om de vogels te herkennen…

Nou, ik hoop dat jij ook mooiste avonturen als vogelaar zult beleven!

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!