slobeend in eclips

Mannetje slobeend in eclips

Ach, weer zo’n vermaledijde vakterm in de titel: eclips. Als je een vogelaar dit woord hoort gebruiken dan weet je: dat is een echte. Je zou ook eenvoudig kunnen zeggen: in de rui. Klinkt al een stuk begrijpelijker, ook voor niet-vogelaars. Vogels ruien, dat weten de meesten wel. Oude veren vervangen door nieuwe. De oude vallen uit en voordat de nieuwe volledig zijn aangegroeid, kunnen ze even wat minder goed vliegen. Plus: de mannetjes zien er uit als vrouwtjes.

Dat laatste is niet helemaal waar, zo geeft mijn veldgids Vogeldeterminatie aan. Deze veldgids is er juist voor wie op detailkwesties let. Hoe herken je een mannetje slobeend in eclips, pardon, in de rui? Nou, je let op de grijzige kop en de gemberbruine flanken. Het gele oog duidt op een adult, pardon, op een volwassen exemplaar.

En dan ontstaat te verwarring. Je gaat vogels kijken op een dag met minder licht. Weg gemberbruine flanken, alles egaal bruin. Of de slobeenden zitten op zo’n grote afstand dat je het nauwelijks scherp meer ziet. Of de slobeend zwemt tussen een stel pijlstaarten in de rui en je ziet ternauwernood het verschil. Dat overkwam mij dit weekend in de Hellegatsplaten. Zes pijlstaarten met daartussen een slobeend. Die slobeend was me niet opgevallen tot mijn oog plots oranje poten zag in plaats van de zwarte van de pijlstaart. En een brede, lompe lepelsnavel. Typisch een slobeend.

De slobeenden in dit filmpje zijn duidelijk in de rui. Wat ze gemeen hebben is de grijzige kop. Mannetjes dus. De gemberbruine flanken zie je in de laatste scene. De eerste scene nam ik op in Inlaag Keihoogte. De laatste in de Hellegatsplaten. In beide gevallen ontbrak het aan licht of aan een korte afstand. Een beetje korrelig zijn de beelden daarom wel. Net echt.

De beste verrekijkers voor kinderen: