Langoren in de polder – 10 leuke feiten over hazen

Vanmiddag kon iets eerder van mijn werk naar huis. De zon scheen, ik had al grutto’s in een weiland gezien en dus: met de camera op stap door de polders bij Alblasserdam. De wind was onverwacht hard en dat belemmerde het filmen. Voor alles is echter een oplossing en voor het probleem van de wind was de oplossing het raamstatief. Stevig op het autoraam schroeven en niet te veel vergroten. En dan moet je nog iets van geluk hebben. En dat had ik! Bij Streefkerk drukte een haas zich plat langs een slootkant. Vlak langs het weggetje. Hazen zie ik nu ontzettend veel in de polders. Vorige week nog zal ik een groep rammelaars. Altijd leuk om te zien. Zie je rammelende hazen, blijf dan een half uurtje stil staan of zitten. Het is erg leuk om te zien hoe de hazen op elkaar reageren.

10 leuke feiten over hazen

#1. In de periode januari tot en met mei zie je soms grote groepen hazen. Mannetjes en vrouwtjes zoeken elkaar op om te paren.

#2. Vrouwtjes heten ‘moeren’, mannetjes heten ‘rammelaars.’

#3. Tijdens het rammelen rennen de mannetjes achter elkaar aan. Ook drijven ze de moeren op. Het is niet direct een competitie of zo. Het rennen werkt aanstekelijk, daarom sluiten steeds meer hazen zich bij de rennende groep aan.

#4. Bij rammelende hazen is er een rangorde. Bij een moer zit een rammelaar. Maar er zijn ook altijd een of meer ‘bijhazen’.  Die wachten op hun kans om de moer aan zich te binden.

#5. Maar bijhazen krijgen niet zomaar hun zin. De rammelaar houdt de moer en de bijhazen nauwlettend in de gaten. Komt een bijhaas naar zijn zin te dichtbij, dan rent hij er op af en jaagt hem weg. Hij imponeert en maakt zich groot. Soms staan beide mannetjes recht tegenover elkaar en beginnen ze te boksen.

#6. Hazen hebben scherpe en lange nagels. Tijdens het boksen kunnen ze elkaar lelijk verwonden. Plukken haar worden uitgetrokken. Oren en staart raken beschadigd. Ook brengen ze elkaar bijtwonden toe. Nee, hazen zijn niet voor de poes.

#7. Ook de moeren zetten het regelmatig op een boksen met de rammelaar. Dan is de rammelaar te dichtbij gekomen bij de moer die nog geen zin heeft in al dat gedoe. Ook tijdens dit boksen kunnen de hazen elkaar lelijk verwonden, maar: alles in naam van de liefde.

#8. Een moer heeft een tot drie, soms vier worpen per jaar. Gemiddeld werpt een haas per jaar tien tot elf jongen.

#9. Hazen kennen zogenaamde superfoetatie en dat betekent dat het vrouwtje nog tijdens de dracht gedekt kan worden. Dat kan alleen in de vier dagen voorafgaand aan de worp.

#10. Pasgeboren jongen zijn geurloos. Alleen de moer zorgt voor de jongen, maar ze laat haar jongen het grootste deel van de dag alleen om ze een- of tweemaal per dag te zogen, meestal in de schemering.