ijsvogel

Waar kun je ijsvogels zien als er ijs ligt?

De naam ijsvogel is eigenlijk merkwaardig gekozen. IJsvogels zijn bepaald geen liefhebbers van ijs. Ligt er ijs, dan zijn hun prooien onbereikbaar en als er te lang ijs ligt, dan verhongeren talloze ijsvogels. De ijsvogels die het wel overleven brengen gelukkig veel nakomelingen voort, dus de stand herstelt zich meestal vrij snel. Maar waar kun je tijdens een vorstperiode nu het beste ijsvogels bekijken? Valt daar iets over te zeggen? Ik meen van wel en doe hieronder een poging.

1. Stromend water
Stromend water bevriest minder snel dan stilstaand water. Is er in jouw buurt een beekje of rivier met overhangende takken of een rietkraag, grote kans dat de ijsvogel daar actief is.

2. Zout water
Voor zout water geldt hetzelfde: het bevriest pas na langdurige en strenge vorst. Garnaaltjes, vlokreeftjes en grondels blijven lang bereikbaar voor de ijsvogel. In een haven, sluis of langs een strekdam maak je altijd kans op een ijsvogel. Hoewel ik moet toegeven dat ik ijsvogels vaker aan zoet water zie dan op het zoute. Goede plekken aan het zoute zijn de oevers van het Grevelingenmeer en de oude veerhaven op Sint-Philipsland. Daar heb ik de ijsvogel in elk geval zelf een groot aantal keer gezien. Ook op de blokkendam bij de Brouwersdam wordt de ijsvogel regelmatig gezien.

3. Sluizen en plaatsen waar water doorgelaten wordt
Sluizen gaan open en dicht en dan stroomt het water. En waar water doorgelaten moet worden, bijvoorbeeld onder een dijk door, daar blijft het water vaak ook langer open. Als er dan een betonnen balk ligt, of een balustrade, dan zie je daar vaak een ijsvogel op zitten. In de Brabantse Biesbosch bevinden zich veel van dit soort sluisjes en daar zie ik dan ook ijsvogels. Zaterdag zag ik iemand op een paar meter afstand van zo’n sluisje onder een camouflagekleed zitten. Ik vroeg hem of hij de ijsvogel had gefotografeerd en dat bleek warempel nog gelukt te zijn ook.




4. Bruggetjes
Wat voor sluizen en waterdoorlaten geldt, geldt ook voor bruggen. Met name lage bruggetjes over sloten en vaarten. De warmte blijft lang onder de brug hangen waardoor het water minder snel bevriest. Een ideaal toevluchtsoord voor de ijsvogel.

5. Wakken
Een wak midden op de vaart, daar zul je niet snel een ijsvogel zien. Hij heeft er zelden een uitkijkpunt. Maar een wak tegen een rietkraag aan, of onder de struiken en bomen, dat is een ander verhaal. Probleem bij dit soort wakken is echter dat je er vaak zelf zo moeilijk bij komt. Heb je geluk, dan kun je vanaf de overkant van het water het wak bekijken. En heb je nog meer geluk (maar pech voor de ijsvogel) dan bereik je het wak op de schaatsen.

Het zijn zomaar een paar algemene aanwijzingen. Maar reken dat ook ijsvogels het vege lijf willen redden en hun territorium opperbest kennen. Dus is er ergens een wak of open water dan vliegt hij daar zeker naar toe. In die zin kan het voor jou dus soms een voordeel zijn als er ijs ligt. De ijsvogel is wel gedwongen om dat stukje open water op te zoeken. Ben je een gelukkige die een foerageerplek van een ijsvogel heeft ontdekt, stel je dan verdekt op. Liefst in een schuiltent of onder een camouflagekleed. IJsvogels zijn schuw, maar wennen ontzettend snel aan objecten die geen gevaar lijken op te leveren. Kun je het geduld opbrengen, dan komt de ijsvogel al snel weer aanvliegen.

Veel plezier met het zoeken naar de ijsvogel, ook als er ijs ligt.

De beste verrekijkers om vogels te kijken (gerangschikt naar prijsklasse):