keep 2 sjaak huijer

Keep en vink op de Brouwersdam

Noem mij geen keep-deskundige. Vanaf het moment dat ik op mijn twaalfde begon met vogels kijken, heb ik welgeteld vijfendertig jaar moeten wachten op mijn eerste keep! Bespottelijk lang. Heb ik niet genoeg gezocht naar deze wintervogel? Of komt hij op mijn geboorte-eiland Tholen niet of nauwelijks voor? Of pure laksheid dat ik nooit naar vinken omkijk? Hoe dan ook, vorige week was het voor de eerste keer raak: kepen in het vizier.

Een groep vinken en naar bleek, kepen, vloog op uit het struweel in de middelduinen op de Brouwersdam. Voor het sportstrand zijn de duintjes aardig begroeid met helm en vuurdoorn. Ideaal voor een groep vinken om zich daar een tijdje op te houden. En dat doen ze, want een goeie week later was ik er opnieuw en verhip, opnieuw die groep met vinken en kepen! Scharrelend rond en tussen de vuilnisbakken. Altijd kort, want het sportstrand is drukbezocht en elk mensenkind jaagt de zangvogels schrik aan. Even kort zitten ze in het struweel, want zodra het gevaar voorbij is, strijken ze weer neer.




Verbazingwekkende patronen

Hoewel ik misschien geen keep-deskundige ben, is het verschil tussen vink en keep goed te zien. De bekende vogelaar Lars Jonsson mijmert in zijn boek Wintervogels ook over het verenkleed van deze verwante soorten. Over de keep schrijft hij: ‘Ik ben gefascineerd door hun verbazingwekkende patronen en kleuren, als een boeket herfstbladeren in verschillende kleuren bruin, oranje en geel,’ schrijft hij. ‘Het kleurenschema van herfstbladeren is waarschijnlijk ook de evolutionaire verklaring voor het winterkleed van deze vogels. De vogel heeft dit ontwikkeld om onzichtbaar te kunnen zitten tussen de gevallen bladeren op de bodem van beukenbossen.’

Beukennootjes

De keep is een nomade. Hij broedt in het hoge noorden. In Scandinavië dus. Is de winter zacht, dan blijven veel kepen in hun broedgebied hangen. Vriest het echter dat het kraakt, of is er door andere oorzaken gebrek aan voedsel, dan vliegen tienduizenden kepen naar het zuiden. En doen ons land dan aan. Kennelijk slaan ze het eiland Tholen over, maar ik snap nu wel waarom. Op Tholen vind je geen bossen. Zware klei ligt daar, omgeploegd of nog niet. Kale akkers in de winter. Winderige dijken. Maar geen beuken en andere zaaddragende bomen. Laten beukennootjes nu net het belangrijkste voedsel zijn van de keep. ‘Als er ergens weinig beukennootjes zijn, zullen er ook relatief weinig kepen komen,’ schrijven Luc Hoogenstein en Ger Meesters in hun Handboek Vogels van Nederland en België. Op Tholen dus geen kepen.

De keep: waarlijk schitterend

Genoeg informatie voor nu over de keep. Ik ben blij met mijn kepen, hoewel ik niet zal roemen over het filmpje. Ik kwam simpelweg niet dichterbij en ik filmde ze met mijn raamstatief. Dat levert een weinig spectaculair perspectief op. Maar toch, mijn eerste kepen. Voor het eerst gezien en voor het eerst gefilmd. Primeurs, daar kikkert de mens van op. Kijk maar eens hoe mooi de keep is. Ik meen dat niemand minder dan Hans Dorrestijn in een van zijn boeken roemt over het verenkleed van de keep. Begrijpelijk, ze zijn waarlijk schitterend.