‘De blauwborst heeft alles’. Dick de Vos over het leren herkennen van vogelgeluiden

Deze week verschijnt het boek Wat zingt daar? van Dick de Vos en illustrator Elwin van der Kolk. Heb je moeite met het herkennen van vogelgeluiden, dan raad ik je dit boek ten zeerste aan. Dat deed ik gisteren ook al in mijn recensie. Vandaag trakteer ik je op een interview met Dick de Vos. Want de verschijning van zo’n geweldig boek behoeft natuurlijk een persoonlijke toelichting.

Beginnende vogelaars geven vaak bij mij aan dat ze die vogelgeluiden onmogelijk uit elkaar kunnen houden. ‘Ik leer het nooit!’ roepen ze dan. Vaak gevolgd door: ‘Ik ben hier te oud voor!’ Ik brom dan steevast: ‘Gewoon blijven luisteren, dan leer je het op den duur best.’ Heb jij een betere reactie?

Je moet vroeg beginnen, en dat bedoel ik letterlijk vroeg in het jaar. Begin januari zingen er nog niet zoveel vogels en de degene die zingen, hebben ook nog eens een makkelijke zang: koolmees, pimpelmees, grote bonte specht. God is genadig.

wat zingt daar dick de vos vogelgeluiden leren herkennen

In Wat zingt daar? kom ik een interessante boom tegen, elke zijtak is een zangsleutel. Kun je hier iets over vertellen?

Je kunt ‘categorieën van vogelzang maken. Als je goed naar de structuur kijkt, dan blijkt dat de zangstrofen van sommige vogels identiek zijn opgebouwd. De eenvoudigste herhalen gewoon de roep, zoals de zwarte kraai: de roepzangers.

Iets ingewikkelder is als éénzelfde motief herhaald wordt, zoals bij de mezen het geval is, maar ook de koekoek. Dit noem ik de motiefzangers.

Dan heb je zangers die een strofe maken uit niet één, maar een paar verschillende motieven: ik noem dat de strofenzangers. De vraag die je dan kunt stellen: wordt dezelfde strofe iedere keer vrijwel identiek herhaald (sterotiepe strofen, zoals bij de vink), of zijn ze iedere keer geheel anders (gevarieerde strofen, zoals bij de merel).

Zo heb ik nog een paar categorieën.

Ben je eenmaal bij een bepaalde categorie, dan kunnen het nog maar een paar vogels zijn. Neem de gevarieerde strofenzangers. Heb je daarbinnen een vogels die vrij laag en vrij langzaam zingt, dan kom je uit bij de merel.

Mocht het toch de merel niet zijn, dan is het een andere vogel die daar in de buurt komt, bijvoorbeeld de zwartkop. Zo kun elke vogel letterlijk plaatsen ten opzichte van de andere.

Hoe helpt jullie nieuwe boek de beginnende vogelaar verder bij het herkennen van vogelgeluiden?

Ik heb me uitgeleefd in de parafrasen: weergaven van de zang in woorden, maar dan typografisch ondersteund: luide klanken krijgen grote letters, toonhoogteverschillen blijken uit dalende of stijgende letters enz.

Verder heb ik van elke vogel de zang in notenschrift uitgebeeld. Dat is ver buiten mijn comfortzone, want ik ben helemaal geen musicus. Maar ik heb de noten ingevoerd in een muziekprogramma (MuseScore) en dat getest bij vogelkenners en die kwamen er eigenlijk altijd uit.

Welke drie tips heb je voor mensen die willen leren vogelgeluiden te herkennen.

  1. Met een vogelgids mee die het je leert.
  2. Een aantekenboekje maken en via een tekenschrift de zang proberen weer te geven. Dat dwingt je goed te luisteren
  3. Een opname proberen te maken, die thuis afspelen en vergelijken met de app.

Tot slot nog een paar persoonlijke noten kraken. 

Wat is jouw lievelingsvogelgeluid?

De nachtegaal, ook vanwege de rijke cultuurhistorie van die vogel. En ik woon niet ver van Meijendel, misschien wel het rijkste nachtegalengebeid van Europa. Over de nachtegaal gaat mijn volgende boek.

Wat vind je het meest gekke, typische vogelgeluid in Nederland, hoe klinkt die en van welke vogel is die, waar te horen en wanneer?

De blauwborst. Hij heeft alles: hij zit bij water in het moeras, heeft een zang die doet denken aan een vlaggenmast in de wind, en is ook nog eens prachtige rood-wit-blauw. De blauwborst zou eigenlijk de nationale vogel moeten zijn, en niet de grutto.

Je komt moe en versleten thuis. Even de zinnen verzetten, dus behoefte aan een achtergrondmuziekje. Wat zet je het komende uur op?

Ik luister eigenlijk nooit naar muziek. Ik vind het opdringerig. De natuur heeft genoeg aan zichzelf.

Maar als ik toch moet kiezen: The Beatles. Daar ben ik mee opgegroeid. Als kleutertjes liepen we naar de kleuterschool – dat deden we blijkbaar vroeger nog – en zongen we uit volle borst een liedje klonk als sie laf joe jèjèjè. We hadden het op de radio gehoord, en leerde later pas dat het de Beatles waren. Paul McCartney is ook een van de weinige muzikanten die vogelzang in een van zijn composities heeft verwerkt: het prachtige Blackbird, je kent het vast wel.

Met dank aan Dick de Vos voor zijn medewerking aan dit interview.

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)