huismus

Huismussen in je tuin lokken op schoonmoeders wijze

De huismus is een mensenvriend. Toen de mens zich in een wel heel grijs verleden over de aarde verspreidde , toen volgde de huismus in zijn kielzog. Een vreedzame co-existentie par excellence. De Hollandse polders bleken ook geschikt voor de huismus. Het werd zelfs zo erg dat tot in de twintigste eeuw de huismus als een plaag werd beschouwd. Als een zwerm huismussen op een akker met rijpe tarwe ‘viel’, was de herenboer niet blij. De huismus stond op de dodenlijst. Een paar cent voor elke dooie. Maar de levenden hielden de overhand, tot het moment dat wij Hollanders het steriele landschap uitvonden. Vanaf dat moment is de huismus bezig met verdwijnen uit ons midden. Jammer hoor, want het zijn zulke gezellige beestjes. Help ze. Lok ze naar je tuin! Maar hoe? Hoe lok je huismussen in je tuin? Ik ging in de leer bij mijn schoonmoeder, want in haar tuin stikt het nog steeds van de huismussen. Hoe krijgt mijn lieve schoonmoeder dat toch voor elkaar? Een blog in mijn veelgelezen serie Hoe lok ik …

Huismussen in je tuin lokken op schoonmoeders wijze

Mijn schoonmoeder heeft a) een grote tuin en b) groene vingers. Klimop, vuurdoorn en vele andere struiken tieren welig in haar tuin. Op het terras staat een waterbad waarin de vogels kunnen drinken en badderen. Op het gazon strooit mijn schoonmoeder dagelijks kruimels brood. En op datzelfde terras, onder de hortensia (een tuinplant waar ik geen fan van ben) strooit ze zangzaad bovendien. De combinatie van bladdragende struiken (om in te schuilen), waterbad en strooivoer doet wonderen. Ik moet er wel bij zeggen: mijn schoonouders wonen op het Zeeuwse platteland en daar wemelt het nog van de huismussen. Maar echt waar, dit is hét recept voor huismussen in de tuin. Waar je ook woont. Voor een uitgebreid overzicht van vogelvoer voor de huismus, lees je mijn artikel over de huismus helpen.

Nestkast voor de huismus

Met de huismus gaat het in Nederland niet heel best. Komt ook door het gebrek aan geschikte nestplaatsen. Help de huismus en hang een nestkast voor de huismus op. En aangezien huismussen het liefst met elkaar broeden, gelijk een paar tegelijk.

En een meidoorn om in te schuilen

Ja, huismussen hebben ook een schuilplaats nodig. Want wat denk je wat er gebeurt wanneer er een sperwer op jacht is? Jazeker, die slaat met het grootste gemak een huismus. Een meidoorn is één van de beste struiken om in te schuilen voor een huismus. De dichte takken en de scherpe stekels beschermen uitstekend tegen een sperwer. Een hedera of beukenhaag is een prima alternatief, want die blijven het hele jaar door in blad staan. De beukenhaag is dan misschien nog wel het beste, want het bruine blad in de winter is de perfecte verstopplek voor de bruine mus.

Voor een beter broedsucces en sterkere botten

Tuinvogels kun je evenals volièrevogels ook vogelgrit voorschotelen. En dat is in onze tuin echt geen luxe! Door milieuvervuiling is er weinig kalk te vinden in de natuur. Maar kalk is ontzettend belangrijk voor vogels! Ze maken er hun eierschalen mee. En ze bouwen er hun botten mee op. Er zijn al koolmezen en andere tuinvogels die zulke zwakke eierschalen opbouwen dat de eieren kapot gaan zodra ze erop gaan zitten. Voer ook de tuinvogels daarom vogelgrit bij. Dat kan het hele jaar door, maar is in het voorjaar natuurlijk wel héél belangrijk. Je kunt ook het schelpengrit van Vivara.nl bestellen. Ik lees op die website dat schelpengrit nog een ander voordeel heeft: strooi het rond je tuinplanten en je houdt de slakken op afstand.

En je krijgt er nog meer tuinvogels bij…

Lok je huismussen op schoonmoeders wijze naar je tuin, dan krijg je er nog tal van andere tuinvogels bij ook. Dat is nu het leuke van een vogelvriendelijke tuin! Heggenmus (géén familie), merel, vink, koolmees en pimpelmees bezoeken je tuin. En deze gezellige vogelbende lokt op zijn beurt krachtpatsers aan. Vorig jaar zat er plotseling een sperwer in de tuin van mijn schoonouders. Je hoeft vast niet te raden waar deze roofvogel op af kwam… Trouwens, als je broodkruimels of korsten strooit, strooi dan niet te veel en zeker niet in te grote brokken. Te veel betekent kans op ongedierte. En te groot betekent kans op een bende kokmeeuwen of kauwtjes. En die roven je tuin in no time leeg en jagen al het kleine grut weg.

Herkennen van al die tuinvogels…

Wie de vogels in de tuin herkent, geniet er dubbel van. Opeens vallen je de verschillen op. En zie je hoeveel vogels er wel niet voorkomen in je buurt. Een heel handige én toegankelijke vogelgids voor de ‘gewone’ natuurliefhebber is De slimste vogelgids van Jan Rodts. Door de opzet herken je de tuinvogels binnen de kortste keren.

Ontdek in dit filmpje het verschil tussen het mannetje en vrouwtje huismus:

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf en dus veilig!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)