Hoeveel regenwormen vangt deze trappelende zilvermeeuw?

Vaak zag ik ze al staan. Alsof ze in hun broek moesten plassen. Trappelende zilvermeeuwen. Op een grasveld, in de berm naast de autoweg of, zoals vorige week, op de zeedijk langs de Oosterschelde. Toevallig ben ik net het nieuwe boek van Jelle Reumer aan het lezen, De getijgerde lijmspuiter en in het hoofdstuk over de regenworm schrijft hij over een kokmeeuw die druk doende was regenwormen naar boven te stampen.

Bijzondere eigenschap: trillingsgevoeligheid

Regenwormen hebben een bijzondere eigenschap, schrijft Jelle Reumer: hun trillingsgevoeligheid. Trilt de bodem, dan komen de regenwormen omhoog. Zet maar eens een spa in het gazon en blijf voortdurend tegen de steel slaan. Door het trillen van de grond komen her en der de wormen omhoog. Voor de een een afschuwelijk tafereel en de voor de ander precies de bedoeling. Zeker wanneer je de regenwormen wilt gebruiken om ermee te gaan vissen.

Ettelijke regenwormen

Kennelijk hebben meeuwen op de een of andere manier dezelfde kennis opgedaan. Je zou zeggen dat een zilvermeeuw, hoe groot hij ook lijkt, nauwelijks iets weegt. En dat zijn getrappel slechts minieme trillingen veroorzaakt. Hoe miniem ook, de regenwormen reageren er wel op. Ik heb zo’n trappelende zilvermeeuw eigenlijk nooit eerder goed bekeken. Ik stond er dan ook versteld van dat hij inderdaad ettelijke regenwormen uit de grond trekt en ze verorberd.

Hoeveel regenwormen er in Nederland leven? Jelle Reumer schat in dat het er miljarden moeten zijn. Elke worm bestaat uit segmenten. De sliert van ringen die te samen de regenworm vormen. Wist je trouwens dat de regenworm maar liefst 30 centimeter lang kan worden? Dat is haast een slang! Jammer genoeg kom je zo’n gigant maar zelden tegen.




De Prunje

Ondertussen gaat de trappelende zilvermeeuw onverdroten verder met zijn looppas. Ik vond het een leuke opname omdat hij vlak onder de kruin van de dijk staat. Je hebt voortdurend ook een stukje lucht in beeld. Hij was zo ingespannen bezig, dat hij accepteerde dat ik op een viertal meters van hem vandaan de auto stopte en mijn camera op raamstatief op hem richtte. Als je de situatie in de Prunje kent, dan weet je dat daar een restaurant op de dijk staat. De Heerenkeet. In vroeger tijden kwamen de heren van stand daar te samen voor een borrel en een goede maaltijd. Je hebt er een prachtig uitzicht over de Oosterschelde. In en om het landbouwhaventje kun je tal van leuke waarnemingen doen. Zo filmde ik er ooit deze regenwulp. Maar het mooiste ligt aan de andere kant van de zeedijk. Natuurgebied de Prunje. Een vermaard gebied om vogels van de delta te zien. Je kunt er wandelen, fietsen en zelfs met de auto rijden.

Trappelende zilvermeeuw

Op de dijk bij de Heerenkeet stond deze trappelende zilvermeeuw dus. Het informatiehokje was juist schoon geboend, maar zelfs de schoonmaker deerde de meeuw niets. Regenwormen, daar ging het de zilvermeeuw om. En zolang niemand te dichtbij kwam, ging hij door met trappelen.

Praktische natuurboeken voor aan de kust:
Reageer op mijn artikel over de trappelende zilvermeeuw: