Hoe lok je de ringslang naar je tuin?

Slangen zijn intrigerende dieren. Het zijn reptielen die je zelden ziet, zeker in ons land. Maar wist je dat in ons land liefst drie soorten voorkomen? De adder, de gladde slang en de ringslang? En dat de ringslang op een aantal plaatsen dichtbij mensen leeft, soms zelfs in tuinen? Woon je in zo’n regio, dan loont het de moeite om de ringslang naar je tuin te lokken. Maar hoe doe je dat? In mijn veelgelezen serie Hoe lok ik … vandaag het antwoord op de vraag: hoe lok je de ringslang naar je tuin?

Hoe lok je de ringslang naar je tuin?

Hoe lok je de ringslang naar je tuin? Dat lukt natuurlijk alleen wanneer je in een regio woont waar de ringslang voorkomt. In Nederland blijkt dat een brede rand om het IJsselmeer te zijn. In de provincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Drenthe, Overijssel en Friesland kun je deze prachtige slangensoort tegenkomen. Zeg maar de veengebieden met de vennen op de Veluwe. Vreemd genoeg komt de ringslang niet voor in de Alblasserwaard, toch ook een uitgestrekt veengebied.

Woon je in een gebied waar de ringslang voorkomt dan kun je hem als volgt naar je tuin lokken:

  1. Zorg voor een groene en insectenrijke tuin. Wil je de ringslang verwelkomen, dan moet je hem op een gastvrij onthaal trakteren. En dat doe je door je tuin in te richten met inheemse bloemen die veel insecten aantrekken. Je zorgt voor zonnige en schaduwrijke delen. Hier kan de ringslang zich opwarmen en hij kan de koelte opzoeken wanneer het ook hem te warm wordt. Jonge ringslangen voeden zich voornamelijk met insecten, zie hier het belang van insecten in je tuin.
  2. Plant biologische planten aan. De meeste tuinplanten die je in tuincentra koopt, zijn behandeld met gif. Insecten die deze planten bezoeken leggen al snel het loodje. Werkelijk waar, het is haast niet te geloven, maar het is echt zo. Plant daarom uitsluitend biologische planten aan. Misschien zijn deze iets minder fraai als je ze koopt, maar deze planten groeien uit tot de mooiste die er zijn. De insecten blijven leven en vormen het voedsel voor de ringslang. Je zult begrijpen dat ook het gebruik van gif niet aan te raden is. Niet voor de insecten en andere dieren in je tuin, ook niet voor jezelf (gif heeft ook effect op jouw lichaam) of wat denk je van je (klein)kinderen? De effecten van gif worden pas op latere leeftijd duidelijk, dus denk niet dat je er toch niets van merkt, en je kinderen ook niet. Nee, gaan insecten dood van gif, dan heeft dat gif beslist ook een uitwerking op jouw lijf en geest en die uitwerking is echt rampzalig! Waar kun je biologische planten kopen? Bezoek de webshop Vivara.nl eens. Je zult zien dat er keuze te over is.
  3. Leg een vijver aan. De ringslang is een behendige zwemmer. Hij leeft dan ook in de nabijheid van water waarin hij naar visjes, insecten en kikkers jaagt. Een vijver die ook nog eens met inheemse planten is ingericht, is ideaal voor de ringslang. Je zou er visjes in kunnen uitzetten, daar jaagt de ringslang immers op. Je kunt er ook voor kiezen om bruine kikker, pad en groene kikker te bewegen hun kikkerdril in jouw vijver te deponeren. De kikkervisjes vormen het hoofdvoedsel voor ringslangen in hun tweede jaar. Het nadeel van visjes in je vijver is dat die zich ook tegoed doen aan kikkerdril, kikkervisjes en onderwaterinsecten.
  4. Zorg voor wat slordige plekjes in je tuin. Nee, van steriel ingerichte tuinen houden dieren niet zo, en dat geldt ook voor de ringslang. Een hoop bladeren, wat vermolmde boomstronken en houtblokken, lage struiken of wat grof puin. Dit is ideaal leefgebied voor de ringslang. Hij kan zich er opwarmen en hij kan zich er verschuilen.
  5. Bouw een broeihoop. Ringslangen leggen hun eieren in zogenaamde broeihopen. Dat zijn hopen waarin de temperaturen flink kunnen oplopen. Hoe bouw je zo’n broeihoop op? Je begint met een laag bladeren of grasmaaisel. Tuinafval dus. Je stapelt er afgebroken takken op. Dit wordt de tweede laag van de broeihoop. De takken geven de broeihoop lucht. Zorg dat de takken openingen biedt tot het hart van de broeihoop. Zo komen de ringslang in de broeihoop. Dan op zoek naar mest. Van paard of pony. Je mengt de mest met snoeisel, houtsnippers of materiaal van een composthoop. Je brengt dit mengsel aan als derde en laatste laag, ongeveer 20 centimeter dik. Paardenmest is ideaal, want dat broeit lekker. De ideale broeihoop meet 1,5 meter bij 1,5 meter en 1 meter hoog. Groter mag ook, kleiner ook maar grote hopen houden de warmte het beste vast. Wil je de ringslang op koudere dagen helpen, leg dan een stuk dik zwart zeil over de broeihoop en leg er aan twee kanten een balk, een tak of een paar stenen op. Zodra de zon op het zeil schijnt, warmt het lekker op en heb je kans dat een ringslang eronder gaat liggen.
  6. Zorg ervoor dat je tuin toegankelijk is. In een hermetisch afgesloten tuin zal je de ringslang niet gaan ontmoeten. Hij heeft niet veel ruimte nodig, wat ruimte onder de schutting, de gaten in de heg.

Leuke weetjes over de ringslang

Een ringslang is niet giftig. Je hoeft er dus niet bang voor te zijn. Wat valt er nog meer te zeggen over de ringslang?

  • De ringslang jaagt op amfibieën als kikker, pad en salamander. Ook muis en rat pak hij. Zelf wordt hij gegeten door roofvogels als buizerd en havik, ooievaar, blauwe reiger, egel en kleine marterachtigen.
  • Een ringslang zal zich bij gevaar uit de voeten maken. Hij kan daarbij geluid maken door te sissen. Pak je hem op of voelt hij zich bedreigt, dan zal hij een stinkend goedje uitscheiden. Dat blijft urenlang stinken. Je hebt ook kans dat hij een halfverteerde prooi uitbraakt. Lekker fris! Een andere truc die hij kan inzetten is zich schijndood houden. Laat hem liever maar liggen.
  • Jonge ringslangen zijn zo groot als een regenworm. Volwassen vrouwelijke ringslangen worden ongeveer 90 tot 140 centimeter lang. Mannetjes zijn iets kleiner: 80 tot 100 centimeter lang. De ringslang heeft een opvallende gele ring achter de kop waar hij zijn naam aan te danken heeft.
  • De winter brengt de ringslang door op warmere plekken. Vaak zoeken ze met meerdere slangen tegelijk zo’n plek. Dat kan ook je broeihoop zijn. Laat de broeihoop dan ook met rust in de winter. Verstoring is echt funest voor de ringslang. Wordt het te koud, dan gaat hij dood.