ransuil alblasserwaard

Het verschil tussen velduil en ransuil




Zo snel zul je een velduil niet verwarren met een ransuil, denk ik. Een velduil zit, tja, waar anders dan in het veld? In elk geval zit een velduil zelden in een boom. Hij zit op de grond, verscholen in het gras in een weiland of op een dijk. Of tussen het gewas op een akker. Of tussen helmgras op het duin. Toen ik een paar jaar geleden fossielen zocht op het strand van de Maasvlakte, schoten er opeens een stuk of vier velduilen op van tussen het helmgras. Een velduil landt dan vaak op een paal om de boel te inspecteren. Dat zie je in het filmpje hieronder.

Een ransuil daarentegen zit vaak wel in een boom. Of op een paaltje, zoals in het filmpje hieronder. Tussen het gras schuilt hij zelden. Misschien zelfs nooit. Ik heb althans nog nooit een ransuil van tussen het gras op zien schieten. Let wel: het aantal keren dat ik een ransuil heb gezien in mijn leven, is op de handen van één hand te tellen. Ik ben dus geen graadmeter in dezen. Spreekt vanzelf dat als een ransuil een muis vangt in het gras, dat hij dan wel van tussen het gras opvliegt. Maar dat is iets anders.

Een velduil heeft evenals een ransuil oren met veertjes. Terwijl de oren van de ransuil rechtop staan en niet te missen zijn, zijn die van de velduil heel subtiel verstopt. Het zijn niet meer dan kleine verhogingen boven de ogen. Dan nog een ultiem verschil: de kleur van de ogen. De velduil vliegt overdag en heeft daarom een gele iris. Ik ben geen bioloog, dus kan niet precies aangeven waarom een gele iris bij ‘overdag’ hoort. Een ransuil heeft een oranje iris en dat hoort dan weer bij de schemering. Hij kan overdag best zien, maar de ransuil is gespecialiseerd in het nachtwerk. Een uil als de bosuil heeft een bruine iris. Wel, dat is dus echt op en top een uil van de donkerste uurtjes.

Uilen. Het is een droom om deze geheimzinnige vogels te zien. Het is ook een droom van me om ze van de Rode Lijst verwijderd te zien worden. Dat zou betekenen dat de populaties weer op peil zijn gekomen. Zo ver is het nog niet, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Veel bosjes, houtwallen en verwilderde hoekjes in het landschap graag. We hoeven de ruilverkaveling van weleer niet terug te draaien, maar een beetje meer ruigtes zouden ons landschap enorm opsieren en de biodiversiteit goed doen.

De mooiste boeken over roofvogels en uilen: