kleine zilverreiger in Nederland

De kleine zilverreiger in Nederland

Wie zich een voorstelling kan maken van het Nederland in oude tijden, die moet wel tot de overtuiging komen dat de kleine zilverreiger een inheemse soort is. Je hoeft niet heel lang terug in de tijd om je ontoegankelijke moerasgebieden, uitgestrekte kwelders en verlaten duingebieden in te denken. En hoe dichterbij de kust hoe meer zoute kwel er omhoog sijpelde. Nederland moet toch een ideaal leefgebied zijn geweest voor de kleine zilverreiger. Uitgezonderd dan de soms heel strenge winters, want de kleine zilverreiger legt bij strenge en aanhoudende vorst massaal het loodje. Maar goed, de kleine zilverreiger stierf in Nederland uit. Jacht, strenge winters of achteruit gang van de leefgebieden? Het duurde tot 1979 voordat het eerste broedpaar zich weer meldde in onze contreien.




De Zeeuwse Delta

Dat was in de Oostvaardersplassen. Zo begin jaren tachtig hét gebied om kleine zilverreigers te zien. Dat is nu wel anders, zo lees ik in het Handboek Vogels van Nederland en België. Nu kun je maar beter afreizen naar de Zeeuwse Delta. In de maanden augustus tot en met oktober zie je ze in vrijwel elke brakke sloot of kwelder (overdrijven is ook een vak). Een mooi gezicht, want de kleine zilverreiger is een sierlijke verschijning. Ook in het voorjaar, tijdens de broedperiode, is de Zeeuwse Delta het meest interessant (als je kleine zilverreigers wilt zien). Reis maar eens af naar het prachtige natuurgebied Quackjeswater bij Hellevoetsluis. In de kolonie lepelaars en aalscholvers broedt elkaar een aantal kleine zilverreigers. En het schijnt dat ook bij de kerncentrale van Borssele zich een broedkolonie bevindt. Quackjeswater bezoek ik vrijwel elk jaar; de kerncentrale behoort niet tot mijn favoriete objecten, maar wie weet. Met de wetenschap dat er kleine zilverreigers broeden, moet ik de tocht nog maar eens wagen.

Zout kwelwater

Goed, de kleine zilverreiger in Nederland dus. Vooralsnog een succesverhaal. Zachte winters verduurt hij. Sowieso blijven brakke slootjes lang open liggen, zelfs als het vriest. En brakke slootjes genoeg daar in Zeeland. Tegen de zeedijken aan liggen overal karrenvelden. En al liggen er geen karrenvelden, dan nog sijpelt er voortdurend zout kwelwater onder de dijken door, zo het land in. De boeren hebben er de pest aan, maar hebben er maar mee te dealen. Dat hebben hun voorgangers ook eeuwenlang gedaan. En zoute kwel, daar leven stekelbaarsjes in, en steurgarnalen. Geliefd voedsel voor de kleine zilverreiger. Trouwens, ook van ijsvogels die ik ook regelmatig in die slootjes zie jagen. In het filmpje hieronder zie je hoe een kleine zilverreiger een steurgarnaal te pakken krijgt en hem pardoes verliest. Bewijs geleverd: dat troebele water zit vol leven.

‘Ze worden nog groter’

De witte reiger. Zo heten de kleine zilverreiger en de grote zilverreiger in de volksmond. En als je er dan ook nog eens de even zo witte koereiger bij zet, raken veel mensen in verwarring. ‘Ze worden nog groter,’ mompelde een boer in de Alblasserwaard toen ik koereigers stond te filmen. ‘Nee meneer, dit zijn koereigers en geen grote zilverreigers,’ legde ik hem uit. Hij keek me meewarig aan, schudde zijn markante hoofd en vond me maar een arme tobberd. Zoiets geks verzinnen ze in de steden. Prachtig toch. Hij ziet de koereigers vast veel vaker dan ik, en doe de grote zilverreigers er maar bij. Die lopen immers letterlijk bij hem in de achtertuin. En wat doet de naam er uiteindelijk toe? Ook een naamloze reiger is een prachtige verschijning.

Verschillen tussen kleine zilverreiger, de grote en de koereiger

Ondertussen zijn er natuurlijk wel verschillen. De kleine zilverreiger heeft als enige van de drie een zwarte snavel. En zwarte poten met gele voeten. De koereiger is de kleinste van het stel, met een gele snavel en donkere poten en voeten. De grote zilverreiger tenslotte heeft ook een gele snavel, maar deels lichte poten, en is natuurlijk opvallend veel groter dan de andere twee. Niemand die de reigers zo goed heeft geobserveerd dan tekenaar Erik van Ommen in zijn boek Mijn reigerparadijs. Je leert in dit boek en passant ook hoe je reigers moet tekenen.

Kleine zilverreiger in de Koudekerkse Inlaag

Vriend Sjaak (die de foto hierboven maakte) en ik zagen deze kleine zilverreiger vissen in de Koudekerkse Inlaag op Schouwen-Duiveland. Hij zat op een vijftien meter van de auto en vloog niet op. Bijzonder voor een zilverreiger, want die zijn vaak behoorlijk schuw. Zeker wanneer je twee van die merkwaardige mensachtigen ziet stoppen en naar je loeren. Het was een behoorlijk grijze dag. Weinig licht in de lucht en overal een grijze waas. Maar het wit steekt fraai af tegen het roodbruin van het verdorde zeekraal. Zie hem daar vissen, met die ene poot trillend en stampend in het brakke water. Af en toe pikt hij in het water en vist er een beestje uit:

De beste vogelgidsen van dit moment: